Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MILITAIRE GEREEDHEID.

763

krachten en hulpbronnen, waarover beschikt kan worden, en de mogelijke aanvullingen hiervan tezamen in verband beschouwen met de toepassing van het internationale recht op toestanden, zooals ze zich waarschijnlijk zullen voordoen. Uit de analyse van al deze feiten vloeit de aard van den oorlog voort en de richting waarin men zijne krachten zal moeten aanwenden.

Het is van belang te letten op de zeer belangrijke en verantwoordelijke taak van den militairen inlichtingendienst en van de „Office of Naval Intelligence". Het is zaak, dat we ten allen tijde nauwkeurig weten hoeveel schepen iedere groote mogendheid in dienst heeft en hoeveel ze er op stapel heeft staan, hoe of de toestand van haar personeel is en wat of ze in haar schild voert, voorzoover het een bedreiging zou kunnen worden voor onze wereldpositie. Men ziet dus, dat de plichten van het „State Department" zich vooral voor den aanvang der vijandelijkheden over een menigte zaken van ernstig belang uitstrekken en de wijsheid van de in het buitenland gevolgde praktijk om hunne diplomaten in een strenge en vooruitstrevende school van practische ondervinding in ondergeschikte posities te oefenen, vormt wel een scherpe tegenstelling met de bij ons gevolgde methode.

Deze grondige beschouwing van het door ons gevolgde buitenlandsche staatsbeleid en van onze eigen strijdmacht, benevens die van het buitenlandsch staatsbeleid en de strijdmacht van onzen toekomstigen vijand, stellen het „joint plan-making body" in staat om met gezag een uitvoerige uiteenzetting (estimate) van den toestand aan den „President" voor te leggen. Een gemeenschappelijke instructie, bevattende een uiteenzetting van het strategische plan, zooals het belichaamd is in „the grand decision", wordt dan door de hoogste autoriteit (de „President") gegeven aan de departementen van Oorlog en Marine. Ze bevat ook bevelen voor de hun opgelegde taak bij de uitvoering van het algemeene plan en maakt tenslotte een voorloopige verdeeling van de financieele middelen op, noodzakelijk om deze departementen in staat te stellen om te handelen.

Na ontvangst van deze instructie geeft het Departement van Marine aan den opperbevelhebber der vloot bevelen, inhoudende een uiteenzetting van het strategische plan, zooals dat belichaamd is in „the grand decision", benevens de instructies van het Departement, berustende op de daarmede in overeenstemming zijnde „Naval Decision". Een overeenkomstig stel bevelen wordt door het Departement van

Sluiten