Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BETREKKING HEBBENDE OP DE OMWENTELING IN 1813/14. 787

de Kil uit en kwamen te 11 uur voor Strijensas ten anker, voeren met de chaloup aan den wal, inspecteerden de plaats, waar bevorens in 1793 de batterij was aangelegd ... zij was vervallen . . . daar dit nu een punt van het grootste aanbelang is, om de passage zoo naar de Kil als op Strijensas van de Moerdijk en Willemstad te beletten, wierd goedgevonden, aldaar eene nieuwe batterij te maken van 4.24-® . . .

Opgave van de middelen tot het opnieuw opmaken, armeeren en in behoorlijken staat van defensie brengen van 4 batterijen, dienende tot dekking van den mond der Kille beneden Dordrecht, benevens van de passen van Werkendam en Geertruidenberg op het Bergsche veld of Biesbosch ten Z.O. van genoemde stad.

Art. 1. Batterij aan het Strijensas 4.24-® met kazerneering van 36 man en 1 officier.

Art. 5. De batterij gelegen bij het Baak aan den ingang van de Dordtsche Kil 10 stukken a 24 f met huisvesting voor 80 artilleristen en een officierskamer.

Art. 8. Eene batterij geplaatst aan het Nieuwe Veer, gezegd de Princepolder, voor 4 stukken a 18 <8? met huisvesting voor 36 man.

Art. 11. Batterij gezegd aan de Kop aan den Oosthoek van het eiland van Dordrecht voor 6 stukken a 18

Het opwerpen en bewapenen der batterijen met bijbehoorend logies is aangenomen door den heer de RIDDER voor eene somma van ƒ 7255. Het geheel moet in 8 a 10 dagen gereed zijn.

. Dat KELLER almede van oordeel was geen 16 of 18 kanonneerbooten noodig te zijn, om Gorkum aan de waterzijde in te sluiten, waarop ik almede order gesteld heb, om eene divisie van deze onder zijne orders staande booten te doen kruisen tusschen Willemstad, Geertruidenberg, Kil en Bergsche Veld, om zoo onverhoeds eene retraite mocht plaats hebben, die te kunnen dekken.

Te half twaalf van den 26en kwamen wij aan de Willemstad. Ik begaf mij naar het hoofdkwartier van den Engelschen generaal, die evenwel niet te spreken was ....

Het zoude zeer noodzakelijk zijn, dat de 3 vaartuigen, die men aan den mond van het Spui ter defensie heeft laten zinken l), geligt wierden, benevens een vierde, die een weinig verder in den grond zit; deze vaartuigen doen hoegenaamd geen dienst en stremmen het vaarwater.

Vergelijk hiervoren blz. 165 no. 23. Bij besluit van den S. V. dd. 27 Jan. 1814 no. 56 werd bepaald, dat de schepen in het Spui moesten gelicht worden.

Sluiten