Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boekbe oordeelingen.

823

gebleken te zijn een zeepbel, die bij de eerste aanraking uiteenspatte ?

Zijn de pessimistische beschouwingen in dit vlugschrift over Volkenrecht, over oorlogs- en onzijdigheidsrecht gegeven, geheel onaanvechtbaar? Ik neem aan, dat Professor suyling de vele zorgeloozen in den lande, die even vlug door paniek bevangen worden als tot onverantwoordelijk optimisme overgaan, heeft willen treffen in hun wankel geloof.

Voor mij is deze oorlog een nog belangrijker merkpaal in den ontwikkelingsgang van het Volkenrecht dan eenige vredesconferentie was. Het Volkenrecht zal blijken bestand te zijn tegen een zoo machtige crisis en gelouterd en versterkt zal het na dezen krijg opbloeien, om wellicht in later tijden nog wel eens den wereldstorm te moeten doorstaan.

Het is moeilijk en onverstandig thans reeds voorspellingen te doen, maar dit kan worden vastgesteld, dat Nederland reeds zeven maanden te midden der woedende oorlogselementen zijne onzijdigheid heeft gehandhaafd door een eerlijk, omzichtig, waar noodig krachtig optreden. Dit geeft nog vertrouwen, doch het ontslaat den waren vaderlander niet van de plichten, die Prof. suyling ten aanzien onzer politiek en weermacht zoo duidelijk in dit vlugschrift ons

heeft voorgehouden. . „ „ _

s H. G. Surie.

„Neêrlands Zeeroem", Tweestemmig lied in den volkstoon, woorden van H. A. Spandaw, muziek van J. H. LöSER.

Een flink, opgewekt lied, dat zoowel door kinderstemmen, alsook door vrouwen- of mannenkoor kan worden gezongen. Het bevat geen bijzondere moeielijkheden, en zal daarom in de programma's van kleinere zangvereenigingen goed op zijn plaats zijn, het vereischt echter een krachtige en vast rhytmische uitvoering, om den juisten geest van tekst en muziek goed tot zijn recht te brengen.

Een goed denkbeeld van den componist was het, bij de woorden, die over de Ruijter handelen, de melodie meer te verbreeden, en zoo één van de hoogtepunten van het gedicht, als het ware, te onderstreepen; tevens wordt daardoor de overigens gelijkvormige rhytmus gelukkig afgewisseld.

Een enkele opmerking: het begin van het 2e couplet is niet goed gedeclameerd, hier moet toch niet de klemtoon vallen op is, maar op volk; zoo zijn ook in het 3e couplet de woorden: nooit bezweken moed, en: glans van 'tVaderland, minder gelukkig, waar toch de nadruk beter valt op

M. 1914—1915. 5t

Sluiten