Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boekaankondigingen.

825

C. W. de V. schrijft een woord van waarschuwing: „Linieschepen of onderzeeërs" tegen „de vlugge plannenmakerij" voor den weder opbouw van onze vloot, en wijst er op hoe de dure slagschepen niet gemist kunnen worden.

Jan Feitii geeft op zijn prettige en met genoegen lezende wijze weer eenige „Herinneringen aan de Zee".

Een opvarende van de „G. . . ." geeft een beschrijving hoe „oud en nieuw" aan boord van dien bodem gevierd werd.

Het artikel: Van den oorlog ter zee wordt voortgezet.

De gewone rubrieken besluiten den inhoud.

„Onze Vloot", 1 Maart-aflevering.

„Ook een oud-zeeofficier" betuigt zijn instemming met het in de 1 Januari-afievering voorkomende artikel: „Onze Vloot en onze nijverheid".

Het volgende artikel „De Stem van Jong Holland", den schrijver, een jong lid der vereeniging O. V., vooral in de pen gegeven, wegens het hoe langer hoe meer dreigende gevaar, dat Indië aan Hollands handen zal ontvallen, is een schoon bewijs hoe Jong Holland langzamerhand de oogen open gaan. Het geeft ons goede hoop voor de toekomst. De geest die hieruit spreekt, is die onzer vaderen, die Holland groot hebben gemaakt.

Het artikel: „Nieuwe denkbeelden over den zeeoorlog", het vervolg artikel: „Van den oorlog ter zee" en de gewone rubrieken, voltooien den inhoud. De vereeniging telde blijkens een ingevoegd staatje op 1 Januari 1915 totaal 8379 leden.

We ontvingen een door de Uitgevers Maatschappij „Elsevier" uitgegeven „Oorlogsvlotenkaart", waarop in lange lijsten de oorlogsschepen voorkomen der oorlogvoerende mogendheden en van de landen, die nog in den oorlog betrokken kunnen worden. Achter elk schip worden ouderdom, tonnenmaat, grootste geschut en snelheid vermeld. De kaartvorm is gekozen om het overzicht te vergemakkelijken, en om met een oogopslag te zien welke verliezen geleden zijn, de sterkte der vloten te vergelijken enz. In de longroom zal men er wel plezier van hebben; de prijs bedraagt 35 cent.

Was het den samensteller niet bekend dat de „Piet Hein" en de „Evertsen" reeds in sloopers handen zijn ?

Sluiten