Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m arinkbegrootin'g

de socialistische belastingbetalers daaraan bijdragen zelfs te gering zijn om met het kleinste onderdeel van een cent te worden aangegeven, dan zou dat nog te veel zijn, omdat het besteden van staatsgelden met geen ander doel dan om daarmede propaganda te maken tegen een bepaalde politieke richting, die in het land tienduizenden aanhangers heeft — maar al had zij enkele honderden aanhangers, dan zou het precies gelijkstaan— volkomen ongeoorloofd en zonder precedent is, iets waartegen m. i. niet alleen van sociaal-democratische zijde, maar door iedereen moet worden opgekomen, want wat den een vandaag gebeurt kan den ander morgen gebeuren, en behalve dat, het algemeen rechtsgevoel als staatsburger moet daardoor worden gekrenkt. Voor zulke doeleinden mogen geen staatsgelden worden aangewend.

De Minister zeide met het verstrekken van dat boek te beoogen, dat de officieren voorlichting zouden kunnen geven ten opzichte van den klassenstrijd. Ik geloof niet, dat zulke voorlichting van den kant van officieren veel waarde of beteekenis zal hebben, maar indien de officieren moeten leeren het wezen, de theorie van den klassenstrijd om daaromtrent inlichtingen te kunnen geven, dan ligt het toch voor de hand, dat men die moet leeren kennen niet alleen door het werk van een tegenstander, maar ook door het werk van voorstanders. Is wat men Welgaat doen nu de burgerlijke wetenschappelijke methode, die tegenover onze onwetenschappelijkheid, zoo het heet, altijd wordt uitgespeeld? Is er iemand die eenige wetenschap beoefent, die ten opzichte van een bepaalde theorie of stelling zich alleen op de hoogte stelt van wat de tegenstanders daarvan hebben geopperd en niet kennis neemt van hetgeen de voorstanders daarvan hebben gezegd?

Als dat dan cle manier is waarop de zeeofficieren moeten leeren wat de klassenstrijd is en hoe men moet kunnen ageeren tegen degenen die den klassenstrijd erkennen, dan had de Minister nog veel goedkooper uit gekund dan hij nu heeft gezegd uit te zijn geweest. Dan had hij eenvoudig kunnen koopen een stelletje brochures „Allemaal socialist" en dergelijke literatuur, die vooral van Roomsche zijde ijverig wordt verspreid. Dan was in voor zeeofficieren nog veel bevattelijker vorm verkregen wat de heer Treub in wetenschappelijken vorm neerschreef, maar wat beide evenveel waarde en beteekenis heeft.

De Minister zegt, dat hij, waar hij klaar zijn plicht ziet, dien ook doet, ongeacht waar dat heenvoert. Volkomen juist. Dat doet ieder eerlijk man, maar men kan wel eens houden voor zijn plicht wat volkomen verkeerd is. Men kan ten opzichte van zijn plicht wel eens een onjuist inzicht hebben, en men kan wel eens stappen doen die men meent dat plichtmatig zijn en die toch verkeerd zijn, volkomen te goeder trouw. Het komt niet bij mij op te twijfelen aan de goede trouw van den Minister. Al wat hij ten opzichte van zijn bedoelingen gezegd heeft aanvaard ik gaarne, maar ik waarschuw hem nogmaals, zooals ik hem gisteren gewaarschuwd heb: wat hij doet is verkeerd. Hij ziet aan voor zijn plicht wat een volkomen verkeerde tactiek is, een volkomen verkeerde wijze van optreden. Hij zal langs dien weg niet bereiken wat hij wil bereiken, en hij neme mijn raad ter harte om tc pogen langs den anderen weg, dien ik gisteren heb omschreven, resultaten te bereiken die door zijn wijze van doen nooit bereikt zullen worden.

De heer van Wassen aer van Rosande: Een enkel woord, Mijnheer de Voorzitter, om twee zaken recht tc zetten. Ik geloof, dat de Minister mij verkeerd begrepen heeft. De Minister heeft gezegd, dat ik dacht, clat hij iets tegen cle militiemarine had. Dat heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd: ik hoop, clat de maatregelen van den Minister daartoe zullen

Sluiten