Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44 WIJZIGING EN VERHOOGING V. H. TWEEDE HOOEDSTUK VAN DE

Ten einde de gewenschte krachten te krijgen, zal het noodig zijn, de tegenwoordige inkomsten van het inlandsche personeel, vastgesteld bij ordonnantie van 25 Augustus 1904 („Indisch Staatsblad" no. 340) te herzien. Bij de thans ontworpen soldijregeling, welke als bijlage A aan deze Memorie is toegevoegd, zijn in het algemeen dezelfde beginselen gehuldigd als bij de samenstelling van de soldijregeling, welke het vorige jaar voor het Europeesche personeel werd ingevoerd (zie Gedrukte Stukken Tweede Kamer, Zitting 1912—1913, 283). Aangezien vooralsnog de inlandsche schepelingen niet gelijkwaardig kunnen worden geacht aan de Europeesche, zijn echter de soldijen van de eerstgenoemden lager gesteld. Voorts zijn de bijzondere factoren, zooals moeilijkheid van aanvulling, welke op de soldijen van sommige klassen van Europeesche schepelingen van invloed zijn geweest, voor zooveel noodig buiten rekening gelaten.

De inlanders, onverschillig van welken landaard, die bij de zeemacht in dienst wenschen te treden, kunnen zich opgeven voor matroos of voor stoker. Het dienstverband is voor allen zes jaar. l)

De handgelden zijn:

f 100 voor lichtmatrozen, verhoogd met f 25 voor hen die reeds lezen en schrijven kunnen, en

f 120 voor leerlingen-stoker. (De kennis van lezen cn schrijven is voor deze personen niet van zoodanig gewicht, dat het noodzakelijk wordt geacht, om voor hen evenals voor de lichtmatrozen, twee verschillende bedragen vast te stellen, hetgeen echter niet wegneemt, dat ook bij de aanneming van stokers de voorkeur zal worden gegeven aan de meest ontwikkelden.)

Lichtmatrozen, die na 6 maanden in aanmerking komen voor bevordering tot matroos 3de klasse, genieten alsdan, in tegenstelling met hen, die dan voor matroos-bediende moeten worden bestemd, nog een handgeld van f 75. Dit handgeld moet voor hen dienen als prikkel om zich in te spannen om oorlogsmatroos te worden. In het geheel zullen de matrozen 3de klasse dus f 200 handgeld kunnen ontvangen, hetgeen overeenkomt met het handgeld van een Amboinees die bij het leger dienst neemt.

Alle aangenomen inlanders gaan naar de kweekschool te Makasser. Zij doorloopen daar eerst een cursus van 6 maanden, in hoofdzaak ten doel hebbende hun militaire begrippen in te prenten en hen lichamelijk te ontwikkelen. Tevens wordt dan een aanvang gemaakt met het schoolonderwijs. Na afloop van dezen cursus wordt een scheiding gemaakt tusschen oorlogsmatrozen en matrozen voor den verplegingsdienst (dat zijn de bedienden, hofmeesters en koks). Zij die daartoe geschikt zijn worden bevorderd tot matroos 3de klasse (oorlogsmatroos), terwijl de overigen als matroos-bediende naar de vloot gaan.

De matrozen der 3de klasse doorloopen dan verder een opleiding van D/2 jaar, waarvan 1 jaar bij de kweekschool en ^ jaar aan boord van het flottieljevaartuig; daarna gaan zij naar de vloot, waar zij na zekeren

1) Voor de aanneming van het inlandsche personeel zal voortaan de medewerking van de hoofden van gewestelijk bestuur worden ingeroepen, om de voorwaarden van dienstneming en de vooruitzichten bij de marine aan de bevolking bekend te maken, ten einde daardoor de dienstneming op eigen aangifte zooveel mogelijk te bevorderen. Zoolang de aanbrengers niet kunnen worden gemist, zal er voor worden gewaakt, dat slechts te goeder naam bekend staande personen als zoodanig zullen kunnen optreden. Van den toeloop tot de opleiding zal het voorts afhangen of het mogelijk zal blijken om de vooralsnog onmisbare hand- en aanbrenggelden tc verminderen dan wel geheel af te schaffen.

Sluiten