Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52 WIJZIGING EN AANVULLING VAN DE „BEVORDERINGSWET

b. in dien rang ten minste twee jaren op actieve oorlogsbodems gediend hebben ;

c. in hun diensttijd als officier ten minste zes jaren buitengaats gediend hebben op actieve bodems als bedoeld sub a van artikel ga dezer wet;

d. in dien rang op alleszins voldoende wijze gedurende ten minste één jaar de betrekking van eerste-officier of van bevelhebber op actieve bodems of in daarmede door Ons gelijk te stellen maritieme inrichtingen vervuld hebben.

De kapitein-luitenants ter zee moeten, om voor bevordering in aanmerking te kunnen komen :

a. twee jaren dien rang bekleed hebben ;

b. in dien rang of in den naast voorgaanden rang op alleszins voldoende wijze gedurende ten minste één jaar de betrekking van eersteofficier en gedurende ten minste één jaar de betrekking van bevelhebber op actieve bodems of in daarmede door Ons gelijk te stellen maritieme inrichtingen vervuld hebben, met dien verstande, dat de tijd van eerste-officier, onmiddellijk aansluitende aan dien van bevelhebber over denzelfden bodem, voor ten hoogste zes maanden in mindering kan komen van den geëischten tijdsduur van het bevel.

De kapiteins ter zee moeten, om voor bevordering in aanmerking te kunnen komen :

a. twee jaren dien rang bekleed hebben ;

b. op alleszins voldoende wijze het bevel gevoerd hebben,

i°. onafgebroken gedurende ten minste één jaar op een actieven oorlogsbodem, in een der rangen van kapitein-luitenant ter zee of luitenant ter zee der eerste klasse ;

2°. onafgebroken gedurende ten minste anderhalf jaar op een actieven oorlogsbodem of over een vereenigde scheepsmacht, als hoofdofficier, met dien verstande, dat de tijd van eerste-officier, onmiddellijk aansluitende aan dien van bevelhebber over denzelfden bodem, voor ten hoogste zes maanden in mindering kan komen van den geëischten tijdsduur van het bevel;

3°. onafgebroken gedurende ten minste één jaar op een actieven oorlogsbodem of over een vereenigde scheepsmacht, in den rang van kapitein ter zee.

Wanneer een hoofdofficier ten gevolge van uitdienststelling van den actieven oorlogsbodem, waarover door hem het bevel werd gevoerd, niet ten volle heeft voldaan aan den eisch van onafgebroken bevelvoering, zal te zijnen aanzien van dezen eisch kunnen worden afgeweken.

De schouten-bij-nacht moeten twee jaren dien rang bekleed hebben om voor bevordering in aanmerking te kunnen komen.

Voor officieren, geplaatst of gedetacheerd bij den torpedo-dienst of den onderzeedienst en als zoodanig deel uitmakende van de bemanning van torpedobooten of onderzeebooten, wordt de tijd dezer plaatsing of detacheering niet geteld voor diensten als bevelhebber, in deze wet bedoeld, en voor de helft in rekening gebracht voor de diensten, bedoeld in het eerste lid, sub b en c, van dit artikel en in artikel ga.

§ f. Het eerste lid van art. 11 vervalt.

Het tweede, derde en vierde lid van dit artikel worden respectievelijk eerste, tweede en derde lid.

§ g. In het eerste lid van artikel 12 worden de woorden „twee jaren op actieve oorlogsbodems, waarvan één jaar buitengaats", vervangen door „één jaar op actieve oorlogsbodems en één jaar buitengaats".

Sluiten