Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WIJZIGING EN AANVULLING VAN DE „BEVORDERINGSWET

luidt de eisch: „twee jaren dienst op actieve oorlogsbodems buitengaats".

De eisch van twee jaren dienst op actieve oorlogsbodems is behouden en feitelijk verscherpt door de beteekenis, bij de voorgestelde wijziging aan deze uitdrukking gehecht. Door de eischen „buitengaats" niette koppelen aan „actieve oorlogsbodems" (sub b van het artikel) maar aan „actieve bodems" (sub c) wordt bereikt dat dienst op actieve oorlogsbodems binnengaats, mederekent voor den geëischten twee jaren dienst. Er is toch geen enkel goed motief voor. aan te voeren waarom b.v. de tijd door Hr. Ms. pantserdekschip „Gelderland" ter reede Constantinopel dcorgebracht wel en ter reede Nieuwediep niet voor de geëischte twee jaren zou mogen gelden.

Wat den geëischten diensttijd „buitengaats" betreft, wordt opgemerkt, dat in het bestaande artikel twee jaren dienst op actieve oorlogsbodems buitengaats wordt gevorderd in den rang van luitenant ter zee der iste klasse en in het wetsontwerp (artikel 10, eerste lid, sub c) zes jaren op actieve bodems gedurende den diensttijd als officier.

Door de toevoeging dat met actieve bodems bedoeld worden die, aangeduid sub a van artikel ga wordt dus feitelijk dienst buitengaats gevorderd op dezelfde bodems als in de bestaande wet.

De eisch wordt derhalve eer verzwaard dan verminderd; immers behoeft onder de tegenwoordige bepalingen een zeeofficier slechts één jaar buitengaats te dienen als adelborst der iste klasse en twee jaren in ieder der rangen van luitenant ter zee der 2de klasse en der iste klasse, te zamen dus vijf jaren.

Deze eisch levert in de practijk, wat de adelborsten der iste klasse en de luitenants ter zee der 2de klasse betreft, geen enkele moeilijkheid op; zij behalen in den regel veel meer. Voor de luitenants ter zee der iste klasse kost het veelal groote moeite en herhaalde overplaatsingen om hen de twee jaren buitengaats te doen verkrijgen en wel speciaal voor hen, die hoofdzakelijk in Nederland op actieve schepen dienen, omdat zij met den dienst op die schepen van een jaar dikwijls nog geen drie maanden buitengaats halen.

Er is daarom naar een 'middel gezocht om zonder den eisch te verlagen een gemakkelijker werkend voorschrift in de wet op te nemen. Hierbij is van den volgenden gedachtengang uitgegaan. De wet verstaat onder „buitengaats" buiten de zeegaten van het Rijk in Europa. Er wordt niet gevraagd of gevaren wordt, maar alleen dat buiten Nederland wordt verbleven op actieve schepen. Het ligt echter voor de hand dat hierbij het varen buitengaats ingesloten is; men vertoeft niet vijf jaren op een actief schip buitengaats zonder te varen. In „buitengaats" ligt dus opgesloten varen en verblijf in de koloniën en in den vreemde. Het omvat alle ervaring die opgedaan wordt, wanneer men met een actief schip buiten Nederland vertoeft: zeemanschap, kennis der koloniën, omgang met inlanders, aanraking met buitenlanders en met vreemde marines enz. Al deze ervaringen nu worden in de subalterne rangen van officier vrijwel in gelijke mate opgedaan, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat voortaan aan den dienst van luitenant ter zee der 3de klasse, wat zelfstandigheid en verantwoordelijkheid betreft, hooger eischen zullen worden gesteld dan aan den dienst van adelborst der iste klasse; men zou dus ongeveer hetzelfde bereiken door in plaats van zes jaren, 5 jaren dienst buitengaats in de subalterne rangen te zamen te eischen.

Daartegen is evenwel aan te voeren dat het niet gelijk staat of men de bedoelde ervaring geheel opdoet als jeugdig officier, dan wel als officier van meer dan dertigjarigen leeftijd en meer dan tien jaren dienst als officier, en ook dat de wachten, die in zee aan de luitenants ter zee

Sluiten