Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TEKST VAN DE WET VAN DEN 9 JUNI 1902.

77

De bevordering tot vice-admiraal, schout-bij-nacht, inspecteur van den geneeskundigen dienst, dirigeerend officier van gezondheid der eerste en tweede klasse, kolonel en luitenant-kolonel der mariniers, hoofdinspecteur en inspecteur van administratie en inspecteur van den marine-stoomvaartdienst geschiedt door Ons bij keuze.

Alle bevorderingen bij keuze volgens dit artikel bepalen zich tot de meest geschikte officieren van den naastvoorgaanden rang.

Artikel 19.

Met afwijking van de hiervoren gegeven bepalingen omtrent het voldoen aan examens en omtrent den tijd van het bekleeden der rangen, dienst aan boord en buitengaats, actieven dienst bij de zeemacht, dienst bij den troep en bij het korps, behouden Wij Ons voor, buitengewone bevorderingen te verleenen, ter belooning van een schitterend wapenfeit of van eene uitstekende militaire daad.

De aanleiding tot eene buitengewone bevordering, als bij het vorige lid bedoeld, wordt in het besluit der benoeming uitdrukkelijk vermeld.

Artikel 20.

Officieren behouden hunne aanspraak op bevordering:

a. wanneer zij door Ons tijdelijk tot andere diensten, niet behoorende tot het Departement van Marine, worden geroepen;

b. wanneer zij zich met Onze machtiging tijdelijk in vreemden militairen zeedienst bevinden, behoudens het bepaalde bij het volgende artikel.

Wanneer de voornoemde diensten langer dan vier jaren achtereen duren, blijft de betrokkene van af het tijdstip, waarop de vier jaren verstreken zijn, op de standplaats in de ranglijst verkregen, stilstaan en klimt eerst op nadat hij zich weder voor de zeemacht heeft beschikbaar gesteld.

Artikel 21.

Een officier, als bij het vorige artikel bedoeld onder b, wordt zoolang hij zich in vreemden zeedienst bevindt, niet bevorderd.

Verlaat hij dien dienst op eervolle wijze, dan wordt hij bij zijne terugkomst in zijnen vorigen rang en ook op zijne vorige plaats in de ranglijst hersteld.

Indien hij, ware hij niet in vreemden zeedienst getreden, gedurende zijne afwezigheid voor bevordering in aanmerking zou gekcmen zijn, zal hij, wanneer hij den vreemden dienst op eervolle wijze en binnen vier jaren heeft verlaten, herplaatst worden in den hoogeren rang en in den ouderdom van dien rang, welke hem bij bevordering verleend zou zijn geworden.

Wanneer de vreemde militaire zeedienst langer dan vier jaren achtereen geduurd heeft, zal de betrokken officier, van af het tijdstip waarop de vier jaren verstreken zijn, geacht worden te hebben stilgestaan op het standpunt toen in de ranglijst verkregen.

Artikel 22.

De officieren, hoofden van een Departement van Algemeen Bestuur, leden der Staten-Generaal en leden van het Hoog Militair Gerechtshof, moeten, om voor bevordering in aanmerking te kunnen komen, voldoen aan de eischen, bij deze wet gesteld.

De bepaling, vervat in het eerste lid van artikel 24, is echter niet op hen van toepassing.

Artikel 23.

Aan officieren van de zeemacht, met den rang van luitenant ter zee der tweede klasse en daarboven, kan door Ons de vergunning worden

Sluiten