Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TEKST VAN DE WET VAN DEN 9 JUNI I902.

79

verleend tot het waarnemen van eene lands- of particuliere betrekking buiten het zeewezen, echter slechts éénmaal en voor niet langer dan één jaar en onder stilstand van alle inkomsten bij de zeemacht en van de opklimming in de ranglijst.

Bij het intreden van oorlog of oorlogsgevaar zal het verleende verlof van rechtswege vervallen en zullen de officieren, na oproeping, zich zoo spoedig mogelijk voor den actieven dienst moeten aanmelden.

Artikel 24.

De betrekkingen aan den wal, zoowel hier te lande als in de overzeesche bezittingen en koloniën, mogen door zeeofficieren niet langer dan vier jaren achtereen worden bekleed.

Wij behouden Ons echter voor van deze bepaling af te wijken: i°. in bijzondere gevallen, ten aanzien van officieren, die bij het verstrijken van den hooger genoemden termijn niet zonder nadeel voor den dienst kunnen worden vervangen, omdat hun opvolger nog niet ter plaatse aanwezig is of den dienst nog niet heeft kunnen overnemen. Hunne vervanging zal echter zoo spoedig mogelijk na genoemd tijdstip geschieden.

2°. ten aanzien van officieren, geplaatst in betrekkingen die uit haren aard bestendiging dier officieren zooveel mogelijk vereischen en ten aanzien van hen, geplaatst in betrekkingen voor welker vervulling kundigheden van zeer specialen aard of bijzondere geschiktheid worden vereischt en waarbij verwisseling der titulairissen zooveel mogelijk moet worden vermeden.

De officieren, in dit artikel bedoeld, moeten, om voor bevordering in aanmerking te kunnen komen, voldoen aan de voorwaarden voor bevordering in deze wet gesteld.

Artikel 25.

Officieren, die zich in krijgsgevangenschap bevinden, worden niet bevorderd.

Wanneer zij binnen vier jaren uit de krijgsgevangenschap worden ontslagen en hunne bevordering naar ouderdom van rang tijdens de gevangenschap zoude hebben kunnen plaats vinden, zullen zij, ingeval er geene redenen aanwezig zijn om hunne bevordering niet te doen geschieden, bij hunne terugkomst worden bevorderd en hunne vroegere plaats in de ranglijst hernemen.

Wij behouden Ons voor:

i°. om van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel af te wijken ten aanzien van officieren die in aanmerking komen hetzij voor bevordering bij keuze, hetzij voor eene bevordering als bij artikel 19 bedoeld;

2". officieren, die langer dan vier jaren in krijgsgevangenschap hebben doorgebracht, al of niet met bevordering, een zoodanigen rang of bestemming te verleenen, als waarvoor zij, na hunne terugkomst in het vaderland, bekwaam en geschikt zullen worden geacht, hetzij in hun korps, hetzij in eene andere betrekking.

Overgangsbepaling. Artikel 26.

Gedurende de eerste vier jaren na het tijdstip van het in werking treden dezer wet zijn de bepalingen van de tweede afdeeling dezer wet niet toepasselijk op de officieren, die op het oogenblik dat zij voor bevordering in aanmerking komen nog niet hebben kunnen voldoen aan de eischen, in genoemde afdeeling voor hunne bevordering gesteld.

Sluiten