Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

104 AANVULLING EN VERHOOGING VAN HET ZESDE HOOFDSTUK

nomen, welke voor het toenemend tekort moeten worden aansprakelijk gesteld.

Andere leden konden zich met bovenstaande beschouwingen niet vereenigen. Wel achtten zij het wetsontwerp op zich zelf volkomen aannemelijk, maar als poging tot herbevolking van de vloot zou de voorgestelde regeling toch naar hunne meening op mislukking uitloopen. Naar hun oordeel toch was de geringe lust om op de vloot te dienen in de voornaamste plaats te wijten aan het gemis van maatregelen om de grieven van het personeel, welke herhaaldelijk werden besproken en welke bij de voorgestelde regeling toch voor een belangrijk deel zullen blijven bestaan, weg te nemen. Niet zonder eenige zelfvoldoening wezen deze leden êr op, dat in de Memorie van Toelichting verschillende bezwaren worden erkend, waarop zij bij herhaling het licht hadden doen vallen. Op het gemis van ambitie, dat van een eentonig schoonmaken, poetsen en schilderen, kolenladen, aardappelenschillen en plunjes wasschen het gevolg moet zijn, wordt door de Minister terecht de aandacht gevestigd. Ook kregen deze leden gelijk, waar zij vroeger meermalen op het ondoeltreffende van de tegenwoordige opleiding hadden gewezen.

Deze leden namen de vereenigingen, met name den Bond van minder marinepersoneel in bescherming. Het optreden van deze vereenigingen moet niet worden onderdrukt. Welke grieven men tegen haar moge aanvoeren, ook van andere zijde werd erkend, dat zij tot zedelijke verheffing van het scheepsvolk, o.a. door tegengaan van het drankmisbruik veel hebben bijgedragen.

Sommigen dezer leden waren van oordeel, dat een beter optreden van de officieren vooral veel zou kunnen doen om den geest van ontevredenheid te temperen. Over het algemeen staan de officieren te ver van hunne ondergeschikten af. Zij konden door nauwere aanraking met het personeel meer leiding geven en invloed ten goede uitoefenen. Echter kan zulks wellicht niet bereikt worden zonder dat ook in de opleiding van de officieren wijziging wordt gebracht. Thans zijn dezen, wanneer hunne opleiding voltooid heet, te weinig voorbereid voor hun taak van opvoeder; hunne opleiding heeft eenerzijds te veel een wetenschappelijk karakter en is anderzijds te veel gericht op de practische uitvoering van den dienst; zij blijven vreemd aan de geestesstroomingen, welke in de verschillende lagen der maatschappij zijn waar te nemen en begrijpen de minderen niet, wanneer deze tegen bevelen of maatregelen hunne bezwaren doen kennen. Opmerkelijk is de betere verhouding, welke bestaat tusschen de officieren der mariniers en hunne minderen; men schreef dit toe aan het langdurig verblijf van deze officieren aan den wal, waardoor zij met de eischen van het maatschappelijk leven meer voeling houden. Grootere bekendheid met het maatschappelijk leven en met de geaardheid van verschillende klassen der bevolking zou ook de marineofficieren grootere achting tegenover hunne minderen aan den dag doen leggen. Men merkte hierbij op, dat de minderen, door het volgen van lezingen en cursussen, dikwijls meer bekendheid met sociale aangelegenheden verkrijgen dan de officieren. Anderzijds werd de juistheid van deze opmerking niet toegegeven en hieraan toegevoegd, dat van dezelfde zijde, die haar maakte, nog onlangs bij de behandeling der begrooting was vernomen, dat de mindere schepelingen werden gerecruteerd, zoo niet uit de heffe des volks, dan toch uit de laagste klasse der samenleving.

De leden zooeven aan het woord, verwachtten van de voorgestelde regeling slechts goede resultaten, zoo te gelijker tijd op krachtige wijze aan de grieven van het personeel werd tegemoet gekomen en in de dienstvoorwaarden en de bezoldiging aanzienlijke verbetering werd gebracht. De salarisverbetering, onder Minister COLIJN tot stand gebracht, is niet voor allen eene verbetering geweest; de pensioenregeling, waarin

Sluiten