Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NADERE WIJZIGING EN AANVULLING VAN DE PENSIOENWET VOOR DE ZEEMACHT 1902 (Wet van 9 Juni 1902, Staatsblad n°. 87).

ONTWERP VAN WET.

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is, de Pensioenwet voor de zeemacht 1902 (wet van 9 Juni 1902, „Staatsblad" No. 87, zooals die is gewijzigd en aangevuld bij de wetten van 2 Januari 1905, „Staatsblad" No. 3, 24 Juli 1908, „Staatsblad" No. 257, 15 Juli 1910, „Staatsblad" No. 217, en 31 October 1912, „Staatsblad" No. 336) op enkele punten te wijzigen en aan te vullen,

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1.

De „Pensioenwet voor de zeemacht 1902" wordt nader gewijzigd en aangevuld, als in de hiernavolgende paragraphen is aangegeven:

§ a. Aan artikel 7 wordt toegevoegd een tweede lid, luidende:

„Onder overgang wordt verstaan het onmiddellijk aansluiten van den datum van ontslag uit den militairen dienst aan den datum van aanvaarding van den anderen Rijksdienst".

§ b. Aan het slot van art. 13 wordt toegevoegd:

„6°. Wanneer aan militairen der zeemacht diensten buiten het zeewezen worden opgedragen, wordt door Ons of door Onzen Minister van Marine, naargelang het officieren dan wel militairen beneden den rang van officier betreft, in ieder voorkomend geval bepaald, of de opgedragen diensten buiten het zeewezen voor de toepassing der pensioensbepalingen zullen worden aangemerkt als „militaire diensten"."

§ c. De staat van het bedrag der pensioenen, bedoeld in art. 15, eerste lid, wordt voor zooveel betreft het personeel der zeemacht beneden den rang van officier en de weduwen en kinderen van dat jjer soneel, gewijzigd als volgt:

M.B. 1914—1915. 8

Sluiten