Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEGROOTING VAN UITGAVEN V. NED.-INDIË V. H. DIENSTJAAR 1914. 13 3

zijn niet begrepen in het aantal van 368, genoemd in bijlage B II.

Staat de ondergeteekende lijnrecht tegenover de meening van eenige leden, die van de voorgenomen regeling, niettegenstaande de bij de proefneming verkregen uitkomsten, niet de minste verwachting koesteren en de inlanders minder bruikbaar blijven achten, hij sluit zich daarentegen gaarne aan bij die leden die in het licht stelden, dat het voorstel de ontwikkeling van den inlander bevordert. Ook deelt hij geheel de meening, dat de beschouwingen over een militiemarine bij dit voorstel buiten bespreking kunnen blijven.

Ook de ondergeteekende is er van overtuigd, dat eene goede leiding der nieuwe onderwijsinrichting van het grootste belang is voor de te verkrijgen uitkomsten; aan de keuze van het leidend personeel zal dan ook bijzondere zorg worden besteed. Uit hoeveel personen het onderwijzend en toezichthoudend personeel zal moeten bestaan, is thans nog niet met juistheid te zeggen; de practijk zal hieromtrent uitspraak moeten doen. Wat het militair personeel betreft is voorloopig gerekend op 6 officieren, waaronder een officier van gezondheid en een officier van administratie, benevens een vijftiental onderofficieren. Oe voor de bezoldiging van het personeel uitgetrokken bedragen van f 54 000 en f 75°° moeten dus als globale ramingen worden aangemerkt; verwacht wordt echter, dat ze voldoende zullen blijken te zijn. Het onderwijs zal dezelfde vakken moeten omvatten als waarin de Europeesche schepelingen bij de verschillende opleidingen hier te lande onderwezen worden.

Het is inderdaad de bedoeling om aan cle stokers, na het doorloopen van den allereersten oefeningstijd, welke ongeveer zes maanden zal duren, onderricht in eenig ambacht te doen geven, verband houdende met het vak van stoker en machinedrijver. Dit onderwijs zal door personeel der marine gegeven worden.

De plannen voor de school worden in Indië ontworpen en uitgewerkt. Omtrent de inrichting kan de ondergeteekende slechts mededeelen, dat zij zal bestaan uit verschillende gebouwen, o.a. eene kazerne voor de inlandsche schepelingen, schoollokalen, gymnastiekloods, wachtlokalen, de noodige woningen voor de officieren en het verdere militair personeel, enz.

De ondergeteekende sluit zich geheel aan bij die leden die om verschillende redenen aan ééne centrale inrichting van onderwijs de voorkeur gaven boven verschillende kleinere inrichtingen. Hij acht het echter niet wenschelijk om reeds vóór den aanvang van het onderricht eene schifting in meer of minder ontwikkelden te doen houden, omdat alsdan veelal nog geen juist oordeel omtrent den graad van ontwikkeling zal zijn uit te spreken. Hetgeen aan de lichtmatrozen, in het tijdvak van ongeveer 6 maanden, dat aan de voorgenomen splitsing vooraf zal gaan, geleerd zal worden, hebben zij noodig welke richting ze ook uitgaan. Deze allereerste opleidingstijd toch zal ten doel hebben de nieuw aangenomenen te ontwikkelen, hun orde en netheid op de plunje te leeren, de eerste begrippen van tucht en ondergeschiktheid in te prenten en hunne physieke ontwikkeling zooveel mogelijk te bevorderen. Het ligt inderdaad in de bedoeling de meest geschikten tot de opleiding toe te laten; bij voorkeur zullen diegenen worden aangenomen die reeds schoolonderwijs hebben genoten.

Het was den ondergeteekende aangenaam te vernemen, dat het plan om voor de aanneming der schepelingen voortaan de medewerking van de hoofden van gewestelijk bestuur in te roepen, bij vele leden instemming vond.

Vooralsnog komt het hem voor, dat de aanbrengers niet geheel zullen kunnen worden gemist, al zal daarnaar worden gestreefd. Intusschen is

Sluiten