Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HANDELINGEN DER STATEN-GENERAAL.

H9

goede kweekschool binnen het rechtsgebied van Nederlandsch-lndië een bij uitnemendheid vormende kracht moet hebben. Het spreekt toch vanzelf, dat jongelui die op het oogenblik ononderwezen hier en daar rondloopen, zich met een klein beetje negotie afgeven, een klein handwerk beoefenen, en van de hand in den tand leven, vrij wat meerwaardige burgers in dc maatschappij zullen worden wanneer zij gedurende een zestal jaren behoorlijk zullen zijn onderwezen, gewoon maatschappelijk onderwijs zullen hebben genoten, behoorlijk zullen zijn gevoed, wanneer ook aan hun verdere lichamelijke opvoeding de noodige zorg is besteed. Wanneer zij dan na afloop van hun dienstverband, na 6, 12 of meer jaren, in de burgermaatschappij terugkecren, dan vindt men in hen een "kern van flinke burgers, die niet na zullen laten invloed uit tc oefenen op hun omgeving. Uit is de grondgedachte geweest van mijn streven om in Makasser de school voor inlandsche schepelingen op te richten.

De geachte afgevaardigde uit Weststellingwerf heeft dc meening verkondigd, dat de school cr niet heel veel toe bij zou dragen den zwaren dienst, die van Europeanen in de kolonie gevorderd wordt, te verminderen, althans dat het aantal personen, dat nog uit Nederland zal moeten worden betrokken, ook wanneer deze school in werking is en haar vruchten afwerpt, niet in belangrijke mate zal verminderen. Het komt mij voor, dat de geachte afgevaardigde in deze de plank eenigermate mis heeft geslagen. Op 1 Januari behoorden in Nederlandsch-lndië aanwezig te zijn op dé vloot bij het Ncderlandsch eskader 1638 Europeanen, en bij cle Indische militaire marine 625 Europeanen, totaal 2263. Er wordt opgemerkt, dat er een tekort was van 376, maar wij moeten daarbij in aanmerking nemen, dat sedert Hr. Ms. „Koningin Regentes" in Indië is aangekomen, waarmede een 300 man zullen zijn meegekomen, het tekort is teruggebracht tot 76. Wanneer men nu verder mag aannemen, en ik geloof dat de geachte afgevaardigde uit Wcststellingwerf die stelling aanvaard heeft, dat die school ons 400 inlandsche schepelingen kan verschaffen, dan komt men toch tot een creditsaldo voor het Europeesche personeel van 325, wat niet zoo heel gering is te achten.

De geachte afgevaardigde heeft een opmerking gemaakt over de opleiding van inlanders voor dc vloot, die in alle opzichten overweging verdient, te meer omdat ook de heer Bichon van ÏJsselmonde zooeven den heer Hugenholtz is bijgevallen op grond van meeningen, die geuit zijn door personen, die inderdaad ter zake kundig moeten worden geacht. Beide geachte afgevaardigden hebben het verslag, dat voorkomt in het Marinejaarboek over 1912 en 1913 van den schout-bij-nacht Pinkc wel goed gelezen, maar dc juiste conclusie is door geen van beide geachte afgevaardigden daaruit getrokken. De geachte afgevaardigde uit Weststellingwerf heeft gisteren gezegd — ik haal aan uit het Kort Verslag, maar ik vertrouw dat dat ongeveer de woorden van den heer Hugenholtz weergeeft —: „zoo onbevredigend was de opleiding, dat men die wilde doen eindigen". De geachte afgevaardigde uit Ommen heeft zooeven bezwaar gemaakt tegen deze conclusie. Hij meende, dat er iets anders uit was op te maken, en inderdaad, er moest iets anders uit worden opgemaakt. De opleiding aan boord van de „Koetei" was gekomen op een dood punt. Er zijn indertijd een veertigtal inlandsche schepelingen opgeleid geworden. Nu zegt de heer Pinke:

„De inlandsche schepelingen, die met vrucht dit gedeelte van de opleiding hebben gevolgd, zullen ter verdere vorming geplaatst worden aan boord van de actieve vloot, en wel aan boord van twee torpedojagers. In totaal komen in aanmerking om verder gevormd te worden tot kanonnier 10 en tot seiner 5 inlandsche matrozen. De overige inlandsche schepelingen, dat waren pl. m. 25, die aan boord van de „Koetei" aan de opleiding hebben deelgenomen,

Sluiten