Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'5°

HANDELINGEN DER STATEN-GENERAAL.

konden door hun gebrekkige geestelijke ontwikkeling niet voor eenigen specialen dienst in aanmerking komen."

Nu zien wij dadelijk waar het aan lag, aan de gebrekkige geestelijke ontwikkeling. Men had bij het nemen van die proef hier en daar dc menschen bij elkaar geraapt, die bereid zouden zijn zich aan een dergelijke proefneming te onderwerpen, Wij weten allen dat dc inlander, die hier en daar zoo wordt opgevangen, zal ik maar zeggen, in de eerste plaats veelal analphabeet is en in de tweede plaats van leven cn zijn aan boord van een oorlogschip totaal geen weet heeft. Wanneer men met een dergelijk proefmateriaal, ik zal maar niet spreken van proefkonijnen, tot het resultaat komt dat van de 40 menschen cr 15 in den betrekkelijk korten tijd dien zij aan boord van de „Koetei geweest zijn, voor verdere opleiding geschikt zijn geworden, wil het mij voorkomen, dat die proefneming niet als mislukt mag worden beschouwd. Deze conclusie is dan ook niet door den heer Pinke getrokken.

Men heeft in 1913 vergelijkende proeven genomen tusschen Europeesche en inlandsche schepelingen en men heeft eens nagegaan in welk opzicht de eene categorie boven dc andere uitblonk. Ik wil eens enkele zinsneden aanhalen uit een rapport, dat daarover is uitgebracht door den eskader-commandant. Ik neem de zinnen hier en 'daar uit verschillende paragrafen bij elkaar, zij staan niet in logisch verband, het zijn losse opmerkingen, die ik hier wil weergeven.

„De bevindingen geven dc commissie dc overtuiging dat tot het bereiken van eenig resultaat bij de opleiding van inlanders tot seiner een redelijke kennis van de Nederlandsche taal bij die inlanders een bepaald vereischte is."

De geachte afgevaardigde uit Weststellingwerf heeft gisteren dc opmerking reeds gemaakt, dat een onderwijzer ter beschikking was gesteld van den commandant der „Koetei", om die menschen onderricht te geven, maar nu gevoelen wij toch allen dat het heel iets anders is of men aan die oermenschen de eerste beginselen van het maatschappelijk weten aan boord laat bijbrengen, dan wanneer men hen geregeld hun schooluren doet hebben, zoodat een systematische vorming verkregen wordt. Van het schieten met het kanon lees ik:

„Met het schieten met het kanon van 3.7 cM. werd algemeen de overtuiging gekregen, dat de inlanders tot zeer goede kanonniers zijn op te leiden."

Waar gesproken wordt over het schieten met het geweer naar de schijf, vind ik de opmerking gemaakt, „dat de indruk werd verkregen dat de inlanders beter schoten dan de Europeanen". Zooals reeds werd aangestipt, werd betreffende de seiners opgemerkt:

„dat de mogelijkheid om goede seiners te vormen geheel afhangt van hun kennis van de Nederlandsche taal."

„De algemeene indruk, door de commissie verkregen, was zeer gunstig."

De eskadercommandant aarzelt niet te gclooven, dat aan de inlanders zelfs de kennis van de inrichting van de torpedo is bij te brengen.

Ik geloof, Mijnheer de Voorzitter, dat nadat cle proefneming geschied was, er voldoende motieven waren, om te kunnen oordeelen zooals gedaan is.

Gistermiddag is hier ook de meening van den heer Colijn in het midden gebracht en de geachte afgevaardigde uit Ommen heeft deze zooeven herhaald. Ik moet de opmerking maken, dat de oud-Minister Colijn gesproken heeft op 5 December 1912 en dat hij toen inderdaad gesproken heeft in dezen geest: cle zaak moet gelukken. Maar hij stelde

Sluiten