Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEMORIE VAK TOELICHTING.

199

Het komt dientengevolge noodig voor zijn titel in overeenstemming te brengen met den feitelijk door hem verrichten arbeid, en hem derhalve aan te stellen tot opzichter voor den algemeenen dienst, in het bijzonder voor het mechanisch-technisch gedeelte daarvan, onder den ingenieur der verlichting, evenals reeds een opzichter voor den algemeenen dienst, in het bijzonder voor het bouwkundig gedeelte, werkzaam is onder den bouwkundige bij het loodswezen, enz.

De bezoldiging van laatstgenoemden opzichter werd (beleefde verwijzing naar bladz. 20 van de Memorie van Toelichting, behoorende bij de Marinebegrooting, dienstjaar 1912, ad art. 78) gesteld op f 1400.— tot f 2400.— 'sjaars, dit maximum te bereiken door driejaarlijksche verhoogingen van f 100.— 's jaars. Het komt noodig voor de bezoldiging van den opzichter bij het mechanisch-technisch gedeelte van den dienst op gelijke wijze te regelen. In verband hiermede is op art. 77 uitgetrokken een bedrag van f 1200.—, zijnde 8 maanden loon f 1800.— 'sjaars vanaf 1 Mei 1915, waarbij rekening is gehouden met de bekwaamheden en de ervaring van den persoon, die voor aanstelling tot opzichter voor het mechanisch-technisch gedeelte van den dienst in aanmerking komt.

Zijne bezoldiging als opzichter-instrumentmaker is dientengevolge op art. 93 slechts voor 4 maanden, 1 Januari—ultimo April 1915, uitgetrokken.

Art. 81. Ten einde den dienst der loodsen te Maassluis te verlichten, voor zooveel betreft de zorg, tijdig in de wacht aanwezig te zijn, werden bij de begrooting dienstjaar 1914 gelden toegestaan voor aanneming van een persoon, die gedurende den nacht de in hunne woningen verblijvende loodsen waarschuwt, wanneer het tijd is, dat zij zich naar de wacht begeven. Met het oog op de wenschelijkheid de loodsen ook overdag in de gelegenheid te stellen den tijd, die tusschen twee opvolgende loodsreizen verloopt, zooveel mogelijk in hunne woningen door te brengen, is het noodig dien maatregel uit te breiden, door hen ook overdag te doen waarschuwen. Mitsdien is op dit artikel een bedrag van f 730.— uitgetrokken voor een tweeden wachter in de loodsenwacht te Maassluis, die met den anderen wachter den dag- en nachtdienst afwisselend waarneemt.

De voortdurend toenemende werkzaamheden op het loodskantoor te Maassluis, als gevolg van de vermeerderde scheepvaart op den Nieuwen Rotterdamschen Waterweg, doen in ernstige mate de behoefte gevoelen aan meer administratieve hulp.

In verband hiermede is bij dit artikel gerekend op de aanstelling met ingang van 1 Mei 1915 van een bureelambtenaar bij het loodswezen ter standplaats Maassluis, op het voor zoodanigen ambtenaar vastgestelde aanvangssalaris van f1200.— 'sjaars, met genot van vrije woning, zijnde voor 8 maanden f 800.—.

Art. 82. De verhooging van dit artikel met een bedrag van f 8300.— houdt verband met eene noodzakelijk gebleken reorganisatie van den dienst der scheepsdiepgangmeting op de standplaatsen Rotterdam en Amsterdam.

Evenals op de overige standplaatsen slechts één beëedigd scheepsdiepgangmeter aanwezig is, die zoo noodig door een eveneens beëedigd assistent-meter wordt bijgestaan, is te Rotterdam voor de meting van den diepgang van alle binnenkomende en uitgaande schepen slechts één meter en één assistent-meter aangewezen.

Houdt men rekening met het groot aantal te meten zeeschepen, dat te Rotterdam in het jaar 1913 ruim 21 000 bedroeg, en tevens met de groote uitgestrektheid van het havengebied aldaar, dan behoeft het geen betoog dat er van eene werkdadige meting van alle daarvoor in aan-

Sluiten