Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOT AANVULLING EN VERHOOGING VAN HOOFDSTUK VI VOOR 1914. 255

hetgeen de Minister heeft medegedeeld en dat ik hem dankbaar ben voor de aandacht, die hij heeft willen schenken aan de door mij gemaakte opmerkingen. Maar niet minder ben ik verplicht te verklaren, dat deMinister mij niet heeft bevredigd. Hij heeft gezegd, dat het in ons land zoo moeilijk is tot een militieplicht voor den zeedienst te komen, omdat er zoo groote ongelijkheid in de verschillende militaire verplichtingen bestaat. Volgens den Minister zou dat in het buitenland veel gemakkelijker gaan. In Duitschland, zoo zeide Zijn Excellentie, dient men ook bij de bereden wapens drie jaren; daar is het dus gemakkelijk een diensttijd van drie jaar voor de zeemacht te hebben; een termijn dien ik ook noodig acht voor Nederland. Dat alles is juist, maar het doet niets af aan de vraag, die hier alleen aan de orde is, n.1. of wij zekerheid hebben dat wij het personeel voor de marine krijgen, ja dan neen! En evenmin is het door den Minister aangevoerde van beteekenis voor het antwoord op deze vraag of wij, als wij die zekerheid niet hebben, daarin mogen berusten, dan wel verplicht zijn door middel van de wet die zekerheid te scheppen! Ofschoon ik op dit oogenblik van den Minister geen antwoord verwacht en begrijp, dat een dergelijk punt ook in den kring van het Kabinet een onderwerp van beraadslaging moet uitmaken, zou ik er bij den Minister toch ten zeerste op willen aandringen, dit uiterst belangrijke punt voor de bemanning van de vloot in nadere overweging te nemen.

De heer RAMBONNET, Minister van Marine: Mijnheer de Voorzitter! Gaarne wil ik den geachten afgevaardigde uit Gelderland de toezegging doen, dat ik hetgeen hij ter sprake gebracht heeft in ernstige overweging zal nemen.

De beraadslaging wordt gesloten.

Het wetsontwerp, op verzoek van den heer van Kol in stemming gebracht, wordt met 38 tegen 2 stemmen aangenomen.

Vóór hebben gestemd de heeren van den Biesen, Colijn, de Gijselaar, 't Hooft, Bosch van Oud-Amelisweerd, van Weideren Rengers, Bavinck' Haffmans, Reekers, Michiels van Kessenich, van Houten, Staal, Laan,' Kraus, Franssen, Smits, Fokker, Dojes, van der Feltz, van Holthe tot Echten, van Swaay, van Basten Batenburg, van der Hoeven, Ferf, van Nierop, van der Does de Willebois, Regout, van Waterschoot van der Gracht, d'Aumale van Hardenbroek, Bergsma, van der Lande, Zijlma, Tjarda van Starkenborgh, Woltjer, de Boer, Gillissen, Drucker en de Voorzitter.

Tegen hebben gestemd de heeren Polak en van Kol.

Afwezig waren de heeren Kuyper, Hovy en van der Maesen de Sombreff.

De vergadering wordt gesloten.

Sluiten