Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3oS

hoofdstuk vi der staatsbegrootinü voor 1915.

Uit de Memorie van Antwoord blijkt, dat de geruchten inderdaad juist zijn, dat de motoren van de pantserboot „Friso" teleurstelling hebben gegeven. Op 6 Augustus van dit jaar is deze pantserboot ln dienst gesteld, heeft gevaren tot ongeveer half October en moest toen uit den dienst genomen worden; men hoopt nu in deze maand met de „Friso" te kunnen proefstoomen.

Ik behoef wel niet te wijzen op den ernst van dit feit. Terwijl wij zoo groote behoefte hebben aan dit materieel voor de verdediging van onze zeegaten, is een van die beide booten niet te gebruiken.

Dit resultaat van het werk van een Nederlandsche fabriek is inderdaad niet bemoedigend.

Ik zou aan den Minister willen vragen, of dit feit ook geleid heeft tot omzichtigheid.

Ik meen, dat de levering van de turbines van de 4 torpedobooten aan dezelfde fabriek is opgedragen, welke de motoren voor de pantserbooten heeft geleverd, terwijl zij op het maken van turbines nog niet is ingericht, althans nog niet bewijzen heeft gegeven, dat zij tot een behoorlijke levering van turbines in staat is, wat, naar mij bekend is, met een andere Nederlandsche fabriek wel het geval is.

Heeft de Minister nu de noodige waarborgen, dat wij bij deze 4 torpedobooten niet zullen krijgen een herhaling van hetgeen gepasseerd is met de „Friso ?"

Ten slotte een enkel woord over de werven.

De Minister verklaart in de Memorie van Antwoord, dat hij de gevallen beslissing in zake de werf te Amsterdam niet betreurt.

Een andere 'vraag is, dunkt mij, of met de liquidatie van die werf thans zoo groote spoed moet worden betracht als het geval is. Ik verwijs wat dit betreft naar een zeer lezenswaardig artikel in het „Handelsblad" van 19 November van dit jaar.

Indien wij te Willemsoord en te Hellevoetsluis klaar waren, dan stond de zaak anders ; maar zijn nu die beide werven, terwijl de werf te Amsterdam verloopt, klaar voor de taak welke haar wacht ? Ik durf daarop geen bevestigend antwoord te geven. Zijn de voorbereidende maatregelen reeds getroffen voor de reorganisatie van deze werven ? En zullen die werven in staat blijken straks het vele werk te verrichten, dat ongetwijfeld te doen zal zijn ? Het werk te verrichten, waarvoor die werven elk oogenblik kunnen worden geplaatst ? Men ga dus met. de bevordering van het ontslag van de werklieden aan de werf te Amsterdam eenigszins voorzichtig te werk. Indien een particuliere werf van de marinewerf 50 goed geschoolde arbeiders komt weghalen en het gevolg daarvan is, dat die particuliere werf 50 minder goed geschoolde arbeiders ontslag' geeft, is dat niet bevorderlijk aan de vermindering van de werkloosheid, integendeel; maar dan is daarvan ook het gevolg, dat onze marinewerf met die arbeiders, die slechts ten deele bekwaam zijn voor het werk waarvoor zij geroepen zijn, niet zal kunnen leveren het werk, dat in deze dagen van haar mag worden verwacht.

De heer Hugenholtz : Mijnheer de Voorzitter! De beide vorige geachte sprekers hebben hun bezorgdheid uitgesproken over het stop zetten van den nieuwbouw. Ik deel die bezorgdheid in geenen deele, integendeel prijs ik den Minister, dat hij daarmede op dit oogenblik niet voortgaat, want het staat vast, dat wij met hetgeen wij thans zouden gaan aanbouwen, tijdens dezen oorlog toch niet gereed zouden komen, en het voorbeeld van Amerika en Spanje, door den heer Bichon aangehaald, kan geen bewijs zijn voor zijn stelling, omdat die landen regelmatig voortgaan met hun aanbouw en waarschijnlijk hetgeen zij aanbouwen nimmer in dezen oorlog' zullen kunnen gebruiken. Waar wij

Sluiten