Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i1era -u>si.aoix<;i:.\.

321

Ik sluit volstrekt niet de mogelijkheid uit, dat in de toekomst een ingenieur als bedrijfsleider kan worden aangewezen, maar de bedrijfsleiding is geheel iets anders dan de technische leiding en dit wordt maar al te dikwijls over het hoofd gezien. Men maakt in de fabrieken ook onderscheid tusschen de bedrijfs- en de technische leiding; in de particuliere industrie vindt althans die onderscheiding menigmaal toepassing.

Ik zal, met het oog op den tijd, niet in de bewijzen treden, dat men hier te kampen had met vooroordeel en dat men getracht heeft die bedrijfsboekhouding niet uitgevoerd te krijgen. Dat is juist de reden waarom de zaak op deze wijze is opgelost. Geen enkel ingenieur is gegriefd, maar de keuze is niet gevallen op de oudere ingenieurs, die tegen de zaak gestemd waren; er komt zeer veel kijken om een gang van zaken, die 25 jaren bestaan heeft, in andere banen te leiden; dan moet men beginnen met een overtuigd voorstander aan het hoofd te zetten.

De heer van der Voort van Zijp ontvangt voor de tweede maal het woord en zegt: Mijnheer de Voorzitter ! De Minister heeft gesproken over hervormingen die moeten worden tot stand gebracht en hij heeft gezegd : daarvoor heb ik mannen noodig die hervormingen willen. Daaruit zou dc gevolgtrekking kunnen worden gemaakt, dat de Minister zeggen wil, dat zijn ingenieurs van de marine mannen zijn die die hervormingen tegenhouden. Het zou een zeer pijnlijk gevoelen verwekken als dat het geval was. Als de Minister een beroep doet op zijn ambtsvoorganger, en zegt dat die ook op het standpunt stond, dat wij niet moeten hebben een marine voor de werf, maar een werf voor cle marine — een standpunt dat ik volkomen deel — dan heeft dat absoluut niets te maken met deze daad van den Minister, dat hij de ingenieurs allen passeert; dat hij niet, gelijk tot dusverre is geschied, een opperofheier tot leider over de werf aanstelt, maar een luitenant ter zee iste klasse na dien eerst tot burger te hebben gemaakt.

Ik zal in deze tijdsomstandigheden geen stemming vragen over het onderartikel maar ik ben allerminst overtuigd door het betoog van den Minister, dat deze daad van den Minister in het belang van onze marine is.

De heer Jansen (den Haag) ontvangt voor de tweede maal het woord en zegt: Mijnheer de Voorzitter ! Ik verschil met den Minister in het geheel niet omtrent de boekhouding waar hij die zoo wenscht te orgaiiiseeren als hij dat zooeven heeft gezegd, maar de leiding van een werf is niet de boekhouding maar het technisch bedrijf waarnaar de boekhouding zich moet voegen. Het komt mij voor, dat men, indien men een technische leiding aan een dergelijk bedrijf wil geven, niet iemand moet nemen die zich in de boekhouding heeft ingewerkt en die, hoe bekwaam hij overigens ook moge zijn, een geheel andere opleiding heeft gehad, maar een ingenieur de aangewezen man is om aan het hoofd van zulk een bedrijf te staan.

De beraadslaging wordt gesloten en onderart. 9 zonder hoofdelijke stemming aangenomen.

De onderartt. 10 tot en met 21 worden achtereenvolgens zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming aangenomen.

Beraadslaging over onderart. 22, luidende :

„Bezoldigingen, daggelden en toelagen van mindere geëmployeerden en werklieden bij 's Rijks werven ; traktementen, soldijen en toelagen van machinisten [en stokers der actieve zeemacht, zoomede van stokers voor binnenlandschen dienst, geplaatst bij 's Rijks werven voor de conservatie der schepen ; toelagen voor militair personeel voor dienst doen

M.B. 1914—1915.

20

Sluiten