Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

schiedenis en de hymnologie van belang is, den oorsprong van de melodiën der kerkgezangen en den naam van den componist te kennen. Zoo wordt nog bijv. heden ten dage gevraagd, wie toch de componisten zijn van onze Psalm-melodiën en van vele der nienwe zangwijzen der Evangelische gezangen. Zelfs de namen der makers van vele nog dikwijls gezongen schoone Duitsche kerkmelodiën zijn verloren gegaan.

„Ten opzichte dezer nieuwe gezangen zoude men weder in onzekerheid geraken, wanneer men alleen het voorbericht van den vervolgbundel als oorkonde bezat. Want daarin wordt te kennen gegeven, dat de secretaris der Synode met twee predikanten en een hoogleeraar voor de keuze van gepaste melodiën hebben zorg gedragen, en de gezangen dus als het ware uit hunne handen in die der gemeente overgaan. Dit moet zoo door de verzwijging van de waarheid als door de dubbelzinnige voorstelling tot misverstand aanleiding geven. Om deze reden acht ik mij verplicht in het belang der kunstgeschiedenis mijn door de Synodale Oommissie verzwegen naam als redacteur der melodiën, als componist van alle nieuwe zangwijzen, als kiezer der overgenomen Duitsche melodiën en als corrector van de standaard-uitgave bekend te maken. Noch de in het voorbericht genoemde secretaris der Synode, hoogleeraar en predikant, noch de Synodale commissie, noch de Synode zelve hebben invloed gehad op de keuze en compositie der melodiën, welke door het laatste lichaam geheel aan mij was overgelaten. De zangwijzen zijn dus niet als het ware uit hunne, maar in werkelijkheid uit mijne handen in die der gemeente overgegaan."

Dus verdedigt Bastiaans zijn recht als kunstenaar. Waarom heeft de Synode hem genegeerd? Zij was eerst over zijn arbeid zeer tevreden, daar zij schreef: „De waarde van uwen arbeid kan niet hoog genoeg worden geschat. Hij wordt door ons hoogelijk gewaardeerd en wij zijn erkentelijk voor de groote zorg waarmede de opgedragen taak door u wordt ter harte genomen. De gemeente zal er u dankbaar voor zijn."

De gemeente had zeker reden, om dankbaar te zijn. Doch de stemming deiSynode veranderde, toen Bastiaans op honorarium aanspraak maakte. Het bedrag van dit honorarium werd te hoog geacht. Een brief, die W. F. O. Nicolaï den 9den Januari 1868 uit den Haag aan Bastiaans schreef, heeft op deze honorariumvraag betrekking. Dit schrijven luidt als volgt:

„Zeer geëerde kunstbroeder!

„Volgaarne geef ik gehoor aan uw verzoek om u mijn gevoelen betreffende het honorarium voor uwe correctiën van twee maal veertig koraal-melodiën te doen kennen. Ik zelf heb eenige jaren geleden dergelijk werk onder handen gehad en weet dus, hoeveel tijd en zorg daardoor gevorderd wordt.

Sluiten