Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54

Die luidt aldus:

Envieux entreprenant, Ayant 1'air fort insolent, Du Paoha seul confident, Mon rival, j'en fais serment Je te fais complètement.

Hoe jammer dat deze citoyen niet meer in onzen tijd van voortreffelijke opera- en oratorium-vertalingen leeft!! I

Zullen wij nu nog de verschillende nummers beschrijven met de zoo schoone en geestige vocale- en orkeststrale muziek ? Laten we ons tot enkele details bepalen, en gewagen van de aria van Belmonte: Constanze dich wieder zu sehen, waaraan Mozart boven alle andere nummers den voorkeur gaf, omdat hij daarin al het geluk heeft gelegd dat hij zelf ondervond. Vol geest is het duet tusschen Blondchen en Osmin, waar in al de schalkschheid van deze soubrette (uitstekend door mevrouw Tijssen-Bremerkamj) weergegeven) en het komische van de Osmin-figuur worden uitgedrukt. De wijze waarop Osmin tegen haar onderworpen en gedwee is, als een beer tegenover zijn leider (hoe prachtig heeft de bas Mödlingen uit Berlijn, dat alles voor ons doen leven) of als een jonge echtgenoot van zestig jaar tegenover zijn vrouwtje, wier grootvader hij kon zijn, is allervermakelijkst. En dit alles werd ons gegeven zonder dat de vertolker in het laag komieke of potsierlijke verviel. Ook in het spel was Mozart's voorname geest te bespeuren. Hoe brutaal heeft de componist hierin de beide stemmen zoo ver mogelijk van elkaar gelegd, de bas in de diepste tonen en de sopraan in de hoogste, zoodat de stemmen soms drie octaven van elkaar liggen.

Het interessantste nummer is wel het Quartet aan het slot van het tweede bedrijf. Daarin komt het individueele van ieders karakter sterk tot uitdrukking, door zeer contrasteerende thema's en karakteriseering. Die scène waarin de beide minnaars: Belmonte en Pedrillo de trouw hunner geliefden op de proef willen stellen is voortreffelijk; zoowel muzikaal, contrapuntisch als psychologisch is dit quartet een meesterwerk.

Hiermede is eigenlijk het belangrijkste van de opera in muzikaal opzicht gehoord, al doet de romanze van Pedrillo ook zeer aangenaam aan met het nagebootst pizzicato van de guitaar. Opmerkelijk zijn hierin ook de grillige modulaties. Dan komt de groote aria van Osmin: Ha! wie will ich triumphiren, een glansstuk voor den zanger, dat schitterend werd voorgedragen en de finale waar over wij reeds spraken.

Over de uitvoering kunnen wij kort zijn. Zij was veel meer model-opvoering dan die van Don Juan, en de bezetting van den eersten avond, die wij bijwoonden,

Sluiten