Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

55

voldeed aan hooge eischen. In de eerste plaats de Osmin van den heer Mödlingen, die niet alleen zeer expressief zong en speelde, maar die ook over den enormen omvang van stem beschikt die voor deze partij wordt verlangd. Aangenaam deed ook aan zijn goede rhythmiek, iets dat bij opera-zangeressen en zangers nog vaak zooveel te wenschen laat.

De Constanze van Frl. Hindermann was in veel opzichten voortreffelijk. Een vooral in de hooge tonen prachtig ontwikkelde stem, eene geacheveerde coloratuur en een zeer muzikale voordracht, maakten dat deze Constanze groot genot schonk door haar zang en voordracht. De coloratuur, die hier zooveel vergt en door de voortdurende hooge ligging voor de meeste zangeressen een hinderpaal is, was dit niet voor Frl. Hindermann. Later klonk haar zang soms wat vermoeid, doch zij heeft toch zooveel schoons gegeven, dat wij met buitengewone belangstelling deze Constanze hebben gehoord.

Van mevrouw Tijssen-Bremerkamp is reeds gesproken. Zij toont dat de rust aan hare ontwikkeling als zangeres is ten goede gekomen. De coloratuur was veel beter dan vroeger, al heeft zij niet alles gezongen zooals het is voorgeschreven, en in haar geheele optreden, zoowel in zang als in spel, boeide zij van het begin tot het einde.

Uitstekend was ook Schramm als Pedrillo. Hij heeft in zijn scènes met Blondchen en vooral met Osmin, waarbij die van het drink-duo alleraardigst was, en wij zelfs gaarne de grappen die de spelers er bijmaakten, (die Mutter und die Grossmutter) op den koop toe namen, ons weer doen gevoelen welk een uitstekend zanger en acteur hij is, zooals hij reeds vroeger openbaarde, toen hij den David in Wagner's: Meistersinger voordroeg.

Het minst voldeed de heer Jörn als Belmonte. Het keelachtige van zijn toonvorming drukte voortdurend op het „bel canto" dat deze partij steeds verlangt. Later werd de zang beter, en het spel was zeer goed, maar er wordt grooter zangkunst vereischt dan de heer Jörn kon geven, om den Belmonte geheel naar den eisch te kunnen vertolken.

Met het Utrechtsch orkest heeft de Haan zeer veel schoons kunnen bereiken, en aan de geheele opvoering schonk hij een geest van voornaamheid en artisticiteit, waardoor zij ons zoo groot genot heeft geschonken. Ook het koor vervulde zijn taak bevredigend. De rangschikking der groepen en de mooie decors brachten ook zeer veel bij tot den algemeenen indruk. Er was niets storends in en dat strekt den heer Coini tot groote eer.

Wij eindigen zooals we begonnen zijn. Op zeer waardige wijze is Mozart door deze opvoeringen herdacht en tevens geven zij ons de schoonste beloften voor de toekomst van deze Vereeniging. Voor Mozart is nog veel meer te doen dan voor Wagner, omdat er voor den Salzburger meester, althans voor zijn opera's ten onzent, tot heden nog zoo bitter weinig gedaan was. Wij vergeten echter

Sluiten