Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

G4

Kerkmuziek" is even netelig als vereerend. De eerste eigenschap maakte dat ik mij in genoemd opstel (in Caecilia voor het eerst verschenen) van een algemeene uitspraak onthield, want ook zonder een dergelijke prophetie was er wel iets wezenlijks over het onderwerp te zeggen, en ik meen in alle bescheidenheid dit ook te hebben gedaan. Doch nu van katholieke zijde openlijk naar mijn meening wordt gevraagd, zie ik geen reden om mijn gedachten te verbergen, temeer daar zij door een langdurig verblijf in Italië, herhaaldelijk bij dit onderwerp vertoefden. Een nieuwe katholieke kerkmuziek die van historisch-evolutionneele beteekenis zal zijn, kan slechts in het leven worden geroepen door een genius, die dit is in den vollen modern-muzikalen zin van het woord, en tevens het katholiek Gods-vertrouwen bezit, dat spreekt uit Dom Pothiers' woorden: „1'Eglise possède les réalités".

Wanneer een modern componist opstaat, die dit, hem buiten alle angst en streven van het tijdelijke en wereldlijke stellende Vertrouwen in de goddelijke voorzienigheid bezit, die dus oneindig meer heeft dan een artistieke verwantschap tot de symbolische schoonheid der katholieke liturgie en meer dan een aristokratische voorliefde voor de katholieke wereldbeschouwing; wanneer deze muzikale kunstenaar dus aan de eminente hersenbegaafdheid, noodig om op het gebied der moderne toonkunst niet epi- doch progoon te zijn, de geloovige armheid van geest verbindt, waardoor de Latijnschpreciese bewoordingen van het Credo dè werkelijkheid blijven tegenover de physiek-waarneembare aardsche werkelijkheid, waarmee zij in conflikt treden, of ons modernen althans lijken te treden, dan zal hij ook de onrust, die ligt in de moderne chromatiek, kunnen beheerschen, en hij zal, haar diatoniseerend op een wijze die werkelijk een voort- en geen teruggang is, een kerkmuziek in het leven roepen, die de uitdrukking zal zijn der menschenziel-in-rust, zooals de moderne muziek de afspiegeling is van de menschenziel-in-onrust. Totdat dit wonder, de verschijning eens muzikalen Fra Angelico in de 20« eeuw, gebeurt, zullen echter de conservatieven op muzikaal-kerkelijk gebied, met name de Regensburgsche school, gelijk hebben, wanneer zij de uitdrukking van het Godsvertrouwen in de kerkmuziek belangrijker achten dan het ontwikkelings-historisch element, en zij de afwezigheid van het laatste wel, die der eerste echter niét door de vingers zien.

Daar de heer Averkamp de drukfouten, die helaas in mijn bundels bleven, ter sprake brengt, zij het mij vergund op eene zeer grove opmerkzaam te maken, die zich bevindt in het tweede deeltje op blz. 212. De geheele bovenste regel dezer bladzijde moet aan het eind der bladzijde (als onderste regel) worden gelezen. Deze verschuiving heeft eerst plaats gehad na, de laatste correctie (een dergelijke zin-looze passage bij doorlezing der proeven over 't hoofd te zien is onmogelijk). Zij moge tevens gelden als mijn „verzachtende omstandigheid" voor de overige errata, die onverbeterd bleven.

Sluiten