Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

65

Antwoord aan den Heer J. C. Hol.

Gaarne maak ik gebruik van het aanbod der redactie, om op liet bovenstaande stuk van den heer Hol, een paar regels te laten volgen.

Het zij ook mij vergund het opstel van den heer Hol in omgekeerde volgorde te commenteeren.

Ik moet eerlijk bekennen, dat ik den verkeerd geplaatsen regel niet heb kunnen thuis brengen. Ik ben den heer Hol dankbaar voor deze rectificatie, die zin brengt, in de anders duistere phrase van zijn artikel over het Stabat Mater.

Had de heer Hol een anderen titel gekozen als de «Toekomst der Katholieke kerkmuziek", dan zou mijn vraag waarschijnlijk in de pen gebleven zijn. Nu hij echter zich hierboven over dit onderwerp nader uitspreekt, moet mij de opmerking van het hart, dat de heer Hol in bovenstaande uiteenzetting niet zoo klaar en helder van stijl is, als in zijn „Fantasieën en Kritieken". Toch meen ik er uit te kunnen bespeuren, dat niet alles wat de heer Hol schrijft onaanvechtbaar is.

Op dit oogenblik ontbreekt mij de tijd uitvoerig met den heer Hol van gedachten te wisselen over deze belangrijke quaestie. Als de drukke wintermaanden voorbij zijn, dan vind ik wellicht gelegenheid mijn meening hierover in dit blad kenbaar te maken.

Voorloopig wil ik den heer Hol verwijzen naar het Jaarboekje van Alberdingk Thijm, jaargang 1903, Amsterdam C. L. van Langenhuijsen en het maandblad Van Onzen Tijd, vijfde jaargang, aflevering 10, Mij. de Katholieke Illustratie en C. L. v. Langenhuijsen, waar ik dit onderwerp aangeroerd heb.

Met de beschouwingen van den heer Hol, als zou Wagner den orchestklank van de Bayreuther orchestruimte reeds vóór de Generalproben in 1875 in zijn oor gehad hebben, ben ik het niet eens. Dat hij dien met geniale helderziendheid kon bevroeden, schreef ik in mijn stuk van 8 Oct. in de Amsterdammer. De oorzaak van den prachtigen klank van het overdekte orchest moet men zoeken in de acoustiek. En tot nog toe is het geen bouwkundige mogen gelukken vaste gegevens voor een goede acoustiek in toepassing te brengen. Verschillende voorzichtigheidsmaatregelen bij latere bouwwerken, hebben vaak gefaald. Dat de acoustiek in het Bayreuther theater zoo goed geslaagd is, mag men als een geluk beschouwen. Het had ook anders kunnen uitkomen. Een parallel te trekken tussehen Bayreuth, München (het Prinz-Regententheater) en den Amsterdamschen stadsschouwburg (Wagnervereeniging) gaat niet op.

Het Prinz-Regententheater, naar het heet, zooveel mogelijk gebouwd volgens het Bayreuther voorbeeld, heeft lang niet die goede acoustiek. Voortdurend, ook dit jaar nog, heeft men proeven genomen om er verbeteringen in te brengen. Mottl wil de orchestruimte, zelfs tijdens het spelen van het orchest, doen dalen en rijzen, al naar gelang het klankeffect, dat hij wil bereikec.

5

Sluiten