Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

de kennismaking met zijn instrumentale werken, zeker ook spoedig in onze concertzalen zullen worden gehoord.

Wij kunnen het Rosé-Quartet niet dankbaar genoeg zijn voor deze kennismaking niet alleen, maar voor alles wat het bovendien in andere werken te genieten gaf. Wij denken daarbij aan de Italiaansche Serenade van Hugo Wolf, een bevallig eigenaardig muziekstuk, dat doet denken aan de Italiaansche zangen met mandoline- of guitaarbegeleiding. Het karakter dat Wolf met de vier strijkinstrumenten aan dit stuk wist te geven, getuigt weer van zijn groote fantasie en veelzijdig en natuurlijk scheppingstalent.

Verder vermelden wij nog eene superieure vertolking van het Quartet opus 135 van Beethoven. (Zooals het heerlijk Adagio van dit Quartet gespeeld is zal ik niet licht vergeten.) Het reeds vroeger eens gehoorde Quartet van Ditters von Dittersdorf, dat weer een eigenaardige aantrekkelijkheid gaf, al staat deze muziek iets bleekers tegenover de kunst in dit genre van een Haydn of Mozart, schonk mede veel aantrekkelijks; er waren eigenaardigheden in deze muziek die het Rosé-Quartet op bijzondere wijze deed uitkomen.

Bosé is een aanvoerder die nooit aan zichzelf denkt, maar die tot in alle onderdeelen het polyphone weefsel in de verschillende partijen tot zijn recht weet te brengen, door zijne wijze van instudeering.

Wij hopen, dat deze kunstenaars die — helaas! en voorzeker onbegrijpelijk — weer een zeer beperkt publiek vonden, daardoor niet zullen zijn afgeschrikt om ons andermaal te bezoeken, want zij verdienen — evenals de Bohemers — uitverkochte zalen.

De abonnements-concerten in het Concertgebouw, hebben weer verschillende solisten gebracht, o.a. de beroemde viool-virtuoos César Thomson, die een Concert van Goldmark voordroeg, dat mij als compositie niet sterk boeide. Veel meer voldeed de Ouverture van dienzelfden componist: Sappho, een glanzend, warm gekleurde orkeststuk, dat door het orkest met veel entrain werd gespeeld. (Ook de Varatiën van Brahms op een koraalthema van Haydn genoten eene prachtige vertolking.)

Zooals wij weten is Thomson een virtuoos van wiens techniek men duizelt. Evenals Beger speelt met polyphonie, speelt hij met enkele en dubbele flageoletten, snel stijgende en dalende octavenpassages (het is of hij bij voorkeur in octaven speelt) enz. enz. Doch tevens is hij een kunstenaar, die in zijn cantilene en voordracht muzikaal voelt en weergeeft. De schijnbare koelheid is bij hem meer bezonken warmte dan velen meenden. Doch waarom heeft deze violist, op een concert dat hij daarna met eene zangeres Mlle Renée Urban gaf, ons zooveel arrangementen — ook dérangementen — laten hooren, die een ernstig kunstenaar in onzen tijd niet meer moest spelen.

Ernstiger indruk heeft — ook door zijn keuze van stukken — Leopold Godowsky gemaakt, die in het vierde klavier-concert van Beethoven en het tweede (fis. kl. t.) van Chopin zich weer heeft doen kennen als een buitengewone pianist, die zoozeer het artistieke op den voorgrond plaats, dat men zou vergeten, dat hij zulk een geweldige virtuoos is. Sober en edel van stijl en lijn heeft hij Beethoven's G. dur-Concert weergegeven, en in dat van Chopin gaf hij iets zoo bijzonders, dat men gevoelde dat hij de muziek van zijn landgenoot heel wat nader staat dan anderen, want zoo heb ik dat Concert nog nooit hooren spelen.

Het orkest heeft hem mooi begeleid. In de Symphonie van Haydn (Es. gr. t.) met den Paukenwirbel had ik gaarne het thema der Variatiën wat langzamer gewenscht, ook was de heer Timmner met zijn viool-solo (C. dur) niet heel gelukkig, doch overigens genoot dit werk, evenals Don Juan van Richard Strauss een schoone vertolking.

Verder hebben wij nog te vermelden eene herhaling van het 5e Brandenburgsche

Sluiten