Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

113

„Daar bij dit stelsel het pedaal de grond is, waar alles op rust, terwijl de hoogste zoowel als de laagste stemmen er in voorhanden zijn, kan men er van de pijpen een meervoudig gebruik maken, zoodat men slechts één tiende gedeelte der pijpen noodig heeft voor het zelfde getal registers, als bij de gewone inrigting. Vele kosten kunnen daardoor bespaard worden.

„Het hoofddoel is, te weeg te brengen, dat het orgel, wat tot dusverre slechts in groote ruimten kon geplaatst worden, nu ook in kleinere ruimten volledig kan daargesteld worden.

„De commissie heeft in de bedoelde ontwerpen veel gevonden, wat haar voorkwam de aandacht bijzonder te verdienen. Als voordeelen van het stelsel zouden zich voordoen: 1° dat de voor vijf, zes of zeven registers benoodigde toonen aan één grondregister kunnen worden ontleend; 2° dat al de windkanalen in één windlade liggen, terwijl uit een cancel de noodige wind naar de cancellen van de andere registers wordt gevoerd; 3° dat de windladen evenzeer als de daarop geplaatste pijpen alle in de nabijheid van de klavieren gelegen zijn en niet, gelijk tot dusverre, op verschillende verdiepingen van het orgel; 4° dat met een tiende van het gewone getal pijpen kan worden volstaan.

„De commissie wenscht, in het belang der orgel bouwkunst, dat de heer Bastiaans de gelegenheid moge bekomen om, al is het op kleine schaal, een proeve te leveren van het door hem ontworpen stelsel."

Die gelegenheid deed zich evenwel niet voor. De orgelmakers achtten de economie van Bastiaans' stelsel in strijd met hunne belangen.

In 1867 deed Bastiaans een poging, om ƒ5000 bijeen te krijgen, doch die schijnt niet geslaagd te zijn, althans van een uitvoering op groote schaal is mij niets gebleken. Wel heb ik vernomen, dat in een der kamers van zijn huis een volledig orgel was opgesteld, dat na zijn dood verkocht is. Of dit instrument naar de nieuwe vinding was ingericht heeft men mij echter niet kunnen mededeelen.

Ook twee mij onbekende handschriften van Bastiaans kwamen aan het licht. Het eene is een verhandeling over de agregaat-toestanden van het water, waarin een zeer vernuftige theorie omtrent de samenstelling der atomen voorkomt. Deze verhandeling draagt geen dagteekening, doch uit het schrift kan men opmaken, dat zij omstreeks 1850 moet zijn ontstaan.

Het tweede handschrift is een studie over „de Harmonie der Sferen", en blijkbaar slechts een fragment of schets voor een verhandeling over dit onderwerp, waarin ten deele geschiedkundige, ten deele muzikale beschouwingen voorkomen. Ik vermoed dat deze studie Bastiaans in 1850 heeft bezig gehouden, toen hij zijn fuga „de Harmonie du Spheren" schreef, die aan de destijds gestichte Bachvereeniging te Amsterdam is opgedragen.

Merkwaardig is een grafische voorstelling van de toonsoorten in den vorm

8

Sluiten