Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

126

Symphonie van Saint-Saens schitterend, ook gaf het een herhaling van Strauss' Titl Eulenspiegel en tot slot de Ouverture Guillame Teil. Trots het ongunstige winterweder, was de opkomst van dien aard, dat bijna geen plaats onbezet bleef, een bewijs alweer hoezeer zulke concerten in den geest vallen. In het zesde concert van Diligentia traden de sopraan-zangeres Helene Staegemann uit Leipzig en Alexander Petschnikoff, violist, uit Berlijn op; als begeleider der zangeres was de heer Max Wünsche, te Leipzig, medegekomen.

Het orchest speelde de Ouverture Die Zduberflöte, van W. A. Mozart, de OuverturePhantaizie Romeo et Juliette van P. Tschaïkowsky en de Pastorale van L. von Beethoven. Tschaïkowsky's Ouverture werd subliem vertolkt, de schitterende klankencombinatiën welke de componist zoo in hooge maten ons biedt in dit opus, werd door het orchest op een superieure wijze weêrgegeven; ook in Beethoven waren plechtige momenten, alleen de Scène am Bach leek mij wat te vlug van tempo. Het was een langdurig en warm applaus dat dirigent en orchest in ontvangst te nemen hadden. De lezer zal het reeds weten welke oorzaken er waren om de gemoederen in beroering te brengen. Wanneer deze aflevering verschijnt, zal reeds bekend zijn, dat de uitslag van de stemming ten gunste van het Besidentie-Orchest is geloopen. Het is jammer voor Mengelberg en zijn schare, doch ware de uitslag anders geweest, dan zou het te betreuren zijn, dat het Besidentie-Orchest wellicht ten doode opgeschreven was.

Nu wij in betrekkelijk korten tijd een orchest hebben verkregen, dat zich reeds kan meten met de eerste rangs-orchesten, zou het toch jammer geweest zijn, indien een kunstinstelling als O. D. er niet toe had bijgedragen om het voortbestaan van ons orchest te verzekeren.

Natuurlijk zijn er verschillende meeningen daaromtrent, doch dat men over het algemeen zeer met deze einduitslag ingenomen was, kon men bemerken bij het derde Populair-Concert door Baron van Zuylen ter directie afgestaan aan den heer André Spoor, die bij zijn opkomen hartelijk werd geapplaudiseerd, hetgeen nog verhoogd werd toen de heer Spoor naar de bestuursloge opkeek en het publiek daar de heer Viotta ontwaardde; toen brak een storm van toejuichingen voor Viotta en Baron van Zuylen los. Iedereen weet dat naast den onvermoeiden leider en stichter van het Eesidentie Orchest, Mr. Henri Viotta, de heer Baron van Zuylen van Nyevelt ook geen gering deel heeft aan de oprichting en instandhouding van ons Besidentie-Orchest en dat hij zich door de Populaire Concerten, populair heeft weten te maken. Het was op dezen avond dat de heer André Spoor debuteerde als tweede dirigent. Hij toonde zich een geroutineerd musicus, iemand die meermalen heeft gedirigeerd en het orchest weet te bezielen; uitgevoerd werden de Ouverture Leonore 111 van Beethoven, Andante voor harp en fluit met orchest van Mozart, Peer Gynt-Suite No. I en de Ouverture Tannhauser. De heer Ossip Gabrilowitsch uit St. Petersburg speelde het klavier-concert van Tschaïkowsky en werken van Chopin. De talentvolle pianist was vooral in deze laatste werken meesterlijk, het piano-concert, hoe muzikaal en technisch aan hooge eischen voldoende, lag nog te versch in het geheugen van Lamond en hoewel ik ongaarne vergelijkingen maak, moet het mij van het hart dat de vertolking van Lamond, voor mij althans, veel hooger stond.

Den heer A. Spoor werd onder daverende toejuichingen een viertal kransen aangeboden; een hulde, dien wij den talentvollen musicus van harte gunden.

Mejuffrouw Maria Seret gaf eene soiree in Diligentia die gedeeltelijk door H. M. de Koningin en Z. K. H. den Prins der Nederlanden werd bijgewoond. Zij behaalde veel succes met een zeventiental liederen van F. Schubert, B. Franz, Brahms, Hugo Wolff,

Sluiten