Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

165

Wagner nu hier gedaan? Hij laat elk der zangers strophen van 16 a 20 lange regels in eene soort van lyrische declamatie voordragen, waarin de melodie een zeer ondergeschikten rang bekleedt, en welke alleen door harpakkoorden worden begeleid. Wij gelooven gaarne, dat dit de meest ware voorstelling is, die de natuur het dichtste bij komt en als zoodanig het meest met de richting van Wagner overeenstemt; maar men vergete niet, dat het hier geene natuurlijke, maar een kunstvoorstelling is, en dat een der grondregels van de aesthetiek leert, dat in het nabootsen der waarheid en der natuur, de kunst alleen mag aanduiden en niet kopiëeren. Maar daarenboven, en hoogst waarschijnlijk alleen daardoor laat deze geheele zangwedstrijd den hoorder over het algemeen koud, hoezeer het niet te ontkennen valt, dat hier en daar de componist schijnt ingezien te hebben, dat hij zijn systeem moeielijk kon volhouden en daardoor ook soms onwillekeurig melodische fra°"menten heeft aangebracht, die dan ook niet nalaten als electrische vonken op den hoorder te werken. Van nu aan echter groeit de klimax meer en meer. Elisabeth stort zich tussehen de strijdenden en nu begint een finale, dat tot de voortreffelijkste kunstproducten der dramatische toonkunst kan gerekend worden. Schoone en karakteristieke melodiën, treffende harmonische overgangen, meesterlijke polyphonische doorvoeringen, eene door geestige figuraalbegeleidingen en schoon gecombineerde klankeffecten, uitstekende instrumentatie, dat alles te samen vereenigd vormt een geheel, dat het tragische van de handeling op schokkende wijze teruggeeft en hoezeer ook nog voor een groot gedeelte aan de kunst van het verledene herinnerend, toch een waar meesterstuk voor de toekomst mag genoemd worden.

Het derde bedrijf wordt al weder door eene schoone instrumentaal-inleiding geopend. De lyrische declamatie waarmede Wolfram aanvangt, onderscheidt zich door ruimere melodische bestanddeelen gunstig van vele anderen van dien aard. Ook Elisabeth's gebed is diep gevoeld, terwijl het avondlied van Wolfram te recht het liefelijkste en populairste nummer van de opera kan genoemd worden. De slotscène eindelijk tussehen laatstgenoemden en Tannhauser is met onmiskenbaar talent bewerkt. Zoowel het karakter der begeleidende motieven die aan dit geheele finale ten grondslag liggen en het als met eene zee van harmonie bestroomen, als de steeds klimmende ontwikkeling van de handeling dragen daartoe rnimschoots bij. Jammer maar dat al dat schoone zeer overschaduwd wordt door het al te langdurige van het verhaal van Tannhauser en alweder door de reeds vroeger vermelde rhythmische declamatie, waardoor het geheel onnoodig lang en monotoon wordt; eene misgreep die wij ons van Wagner niet kunnen begrijpen, daar hij toch, als vervaardiger van den tekst, dien veel had kunnen bekorten en daardoor, zoo hij al den gewonen recitatiefstijl niet wilde te baat nemen, toch veel van bovengenoemde gebreken had kunnen wegnemen. Dat eindelijk deze geheele laatste scène wel wat sterke eischen doet aan de krachten der zangers, en daardoor aan de aesthetische eigenschappen van dit muziekstuk veel afbreuk wordt gedaan, ligt in de richting van onzen tijd, waardoor alle natuurlijke middelen worden overschreden en tot eene hoogte worden opgedreven, die de vroegtijdige slooping der heerlijkste organen ten gevolge heeft en de kunst zelve op eene onwaardige wijze geweld aandoet. Dit leidt ons als van zelf tot de uitvoering, die wij ons gelukkig achten over het algemeen voortreffelijk te kunnen roemen. Het was waarlijk geen lichte taak, een werk van zoo kolossalen omvang te ondernemen, en er behoorde niet minder moed dan talent toe, om dat eens opgevatte voornemen op eene zoo gelukkige wijze ten uitvoer te brengen. Daardoor is het dan ook gebleken dat, zoo wel bij het leidend als bij het uitvoerend personeel, genoegzame energie bestond om daartoe te geraken, en het is ons aangenaam bij dezen ieder daarvoor den welverdienden

Sluiten