Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

191

de straten trekken, wanneer bij maneschijn in den sterrenpracht der tropen de booten bezet met vroolijke menschen voorbij glijden, en de Spaanscbe rbythmen laten hooren, dan doordringt den inboorling een weldadig gevoel, dan leeft hij op en geniet.

Maar niet alleen in het lied, ook in den dans is deze muziek vertegenwoordigd. De van Havanna afkomstige Habanera is de voornaamste dans der Surinamers, men kan wel zeggen: hun ideale dans; in alle salons en kringen verrukt deze wonderschoone Spaansche muziek, en is de lievelingsdans vooral van de dames. Men beschouwt die als het bijzonder eigendom der Surinamers en met recht.

Daar naast vindt men als een afwijking de 'lango, in rhythmus met de Habanera overeenstemmend, maar niet in de melodie, die wat trivialer is. De Tango is meer de lievelings-dans der Brazilianen en komt daar ook van daan.

Behalve deze beide, eenigszins aan elkaar verwante dansen zijn de Fandago en Jota arragonesa, die zeer bekend zijn, in Suriname geliefd. De laatste wordt daar Surinaamsche Wals genoemd.

Er blijft nu nog over te beschrijven de Surinaamsche neger-muziek, die men niet moet verwarren met die der bosch-negers (muziek der wilden). De negermuziek toch, is veel interessanter dan die der wilden.

De neger huldigt drie muzen. Zijn Banja en Soesa zijn tegelijk poëzie en zang^ In de Banja is het hoofd-element der neger-muziek te vinden, en wordt als even belangrijk beschouwd als de Habanera voor de beschaafden in Zuid-Amerika. De Banja-d&ris wordt ook gezongen, in eentonige muziek, waarvan de tekst uit enkele, tien en nog meer keeren achtereen herhaalde woorden bestaat. De vrouwen vormen een koor; de soliste: Troki genaamd, zingt de strofe voor en de andere herhalen die.

Zoo gaat het onvermoeid urenlang voort tot de uitvoerders moe worden en een ander couplet beginnen. De hierbij gebruikte instrumenten zijn: De Kwakwh, dat is een eigenaardige door middel van kleine stokjes bespeeld houtblok, dan de Sakas, bestaande uit een peervormige vrucht Kalebas genaamd (pompoen) waaruit het vleesch is verwijderd en die gevuld is met koralen, korrels en steenen; verder de Joro-Joro, een snoer van pitten uit de vrucht Theretia nonifolia; deze instrumenten dienen hoofdzakelijk tot het aangeven van de maat. De vrouwen schudden den Sakas of Joro-Joro, en begeleiden het daardoor ontstane geraas zelfs met het wuiven harer doeken. Dan worden eenige liederen vol disharmoniën geïmproviseerd, want deze dames zijn op haar manier ook dichteressen en componisten, 's Avonds wanneer de neger in zijn boot ligt en het improviseeren pas goed begint, is men in twijfel of men het gebrul van een wilden tijger of menschelijke stemmen hoort. De mannen laten echter het zingen bij den Baw/a-dans aan de vrouwen over en stellen zich met het instrumentale deel der uitvoering

Sluiten