Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

208

naar de aanwijzingen van geprepareerde papierrollen, die voor ieder toonstuk met gaten zijn voorzien. Wanneer men sterker of zacbter trapt kan men den klank laten aanzwellen of afnemen. Het tempo en het nadruk geven op enkele tonen worden door een hevel met de hand bestuurd en de constructie is zoo gevoelig, dat zij naar den zachtsten druk luistert. Dit toestel ontheft den mensch dus alleen van technische vaardigheid, want de voordracht, de nuances van kleur, dynamiek en rhythmiek moet de speler er zelf op aanbrengen, en daarvoor is natuurlijk een ontwikkelde muzikale aanleg noodig. Dat het dus niets dan machines of automaten zijn is onjuist, want bij het bespelen zal men dadelijk den beunhaas van den muzikalen speler onderscheiden. Ervaren pianisten zullen in een kwartier of half uur het mechanisme van de phonola of van een ander dier instrumenten leeren beheerschen, en stumpers zullen het nooit verder brengen dan de passages correct te laten hooren.

Toen heeft men er aan gedacht of er ook kans bestond de voordracht van een stuk met zijn rijzingen en dalingen, versnellingen en terughoudingen, accenten en klank-nuances laDgs mechanischen weg te verkrijgen.

De heer Lyon, directeur der firma Pleyel te Parijs, vond iets uit om door middel van een stift, waarmede men een lijn kon volgen, de opvatting van een speler geheel na te volgen. Hij noemde zijn vinding de Pleyola. Men heeft echter nog niet vernomen of die reeds in de practijk is toegepast. Een andere vinding: de Metrostyle, die wel bekend is geworden, beoogt iets dergelijks.

Men zegt dat den klavier-onderwijzers reeds de schrik om het hart is geslagen, omdat zulke instrumenten zoozeer het burgerrecht zullen verkrijgen, dat er geen piano-lessen meer behoeven te worden gegeven. Zeker zal zulks het geval kunnen zijn en dat is geen nadeel, want hoeveel tijd wordt er op het klavier vermorst door onbegaafde en niet-muzikale leerlingen, die zij veel beter en nuttiger voor iets anders konden besteden. Doch het vermogen dezer instrumenten blijft toch zeker tot het virtuose genre beperkt. Brillante stukken waarbij in de eerste plaats verve, temperament en een fabelachtige techniek vereischt worden, kunnen daarop uitstekend worden voorgedragen, doch minder zal dit het geval zijn met adagio's of polyphone stukken waarbij het laten uitkomen van motieven in de middenstemmen gedurig verlangd wordt. En in zulke stukken vindt de echt muzikaal aangelegde mensch toch altijd de meeste bevrediging. Doch het groote nut van de klavier-werktuigen ligt ook niet hoofdzakelijk in het tegengaan van het misbruik der piano, maar heeft, zooals wij straks nader zullen uiteenzetten eene psedagogische beteekenis van groote waarde. En behalve die beteekenis zijn ze van onberekenbaar nut in het huisgezin, wanneer men niet over een goeden pianist of pianiste beschikt en men toch behoefte gevoelt goede muziek te hooren.

Dat ideaal is men nog een groote schrede nader gekomen door de uitvinding

Sluiten