Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

252

Nu slaat Venus een anderen toon aan. Heftig is haar antwoord. In de eerste opwelling van toorn geeft zij haar ontrouwen minnaar de vrijheid:

Ziek.' kin, Waknbetkörter, zieh' hm! Gek', Verrather, sieh', nicht halt' ich dich! Fliek'! ick geb' dich frei! Zieh.' hm Bethörter! Was du verlangst, das sei dein Loos.

Zieh' hin, zieh' hin! Hin zu den kalten Menschen ilieh', Vor deren blödem, trübeni Wahn der Freude Götter wir entfloh'n tief in der Erde -warmenden Sohooss.

Zieh' hin, Bethörter, suehe dein Heil! Suche dein Heil, und find' es nie!

Deze uitbarsting van Holda's toorn levert, wat den tekst betreft, weinig verschil op met de nieuwe bewerking van Tannhauser. Hier en daar slechts een geringe omzetting en een woordverandering.

Ook in de muziek is betrekkelijk weinig veranderd. Opera-achtige herhalingen, zooals men er op deze plaats in de oude partituur een paar aantreft, komen m de nieuwe bewerking niet meer voor. De melodie op de woorden „Hin zu den kalten Menschen flieh' " etc. heeft Wagner behouden; alleen heeft hij de achtstenbeweging in de begeleiding door een in syncopen vervangen en voorts de instrumentatie nog hier en daar gewijzigd.

Al het voorafgaande is echter van geringe beteekenis, wanneer men het vergelijkt met de principieele omwerking der partituur na de woorden „Suche dein Heil, und find' es nie."

Wij zijn hier namelijk aan het gedeelte van den dialoog, waar, volgens de bewering van sommigen, zou blijken, dat Wagner later een andere opvatting van de Tannhauser-sage heeft verkregen, en wel in dien zin, dat hij de godin deiLiefde hier heeft willen afbeelden als eene, die, evengoed als haar tegenstandster Elisabeth, als vertegenwoordigster eener wereldopvatting optreedt en derhalve gelijke aanspraken kan doen gelden.

Hoe men ook oordeele over dit op één lijn stellen van Venus en Elisabeth, van de zinuelijke en de geestelijke liefde, te ontkennen is het in elk geval niet, dat de nieuwe bewerking op deze plaats duidelijk aantoont, hoezeer Wagner er op bedacht was, Venus menschelijker voor te stellen, en zóó dat zij werkelijk sympathie bij ons opwekt.

In de oude uitgave van Tannhauser vinden wij na den toornigen uitval van Venus niets meer dan een vierregelig vers:

Sluiten