Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

262

Van het jaar 1822 en volgende moet nog vermeld worden de opvoering van Méhul's: Joseph, door het gezelschap Harmonica, en eene uitvoering van de vereeniging: Het volmaakt accoord, waar, onder leiding van B. Koch, eene uitvoering gegeven werd van leerlingen die volgens de methode Galin waren onderwezen.

Omtrent Galin, (wiens naam tegenwoordig vaak genoemd wordt in vereeniging met Paris en Chevé) en zijne methode moge het volgende ter toelichting dienen:

Pierre Galin in 1786 te Samatan geboren en in 1821 te Bordeaux, waar hij leeraar in de wiskunde was, gestorven, opende in 1817 cursussen voor eene vereenvoudigde methode om muziek te leeren, die hij uiteenzette in zijn geschrift „Exposition d'une nouvelle méthode pour 1'ensignement de la musique" (1818). Deze methode, Meloplast door hem genoemd, deed veel van zich spreken en vond ijverige voorvechters in Chevé, Paris, Geslin en Lemoine. Deze laatste was Galin's leerling en bewerkte tien jaar na diens dood een derde uitgave van Galin's leerboek onder den titel: Méthode du Méloplaste.

Deze methode kwam in hoofdzaak hierop neer dat Galin, om de leerlingen niet dadelijk met de vele notensoorten en sleutels te kwellen, als onderwijsmateriaal een tafel gebruikte van notenlijnen voorzien. Hij zong den leerlingen bekende melodieën voor, en verwisselde den tekst met de notennamen: do, re, mi enz., en wees met een stok onder het zingen de plaats van de bedoelde tonen aan. De rhytmische verhoudingen maakte hij aanschouwelijk door een dubbele metronome die tegelijk de heele noten en kleine notenwaarden markeerde (chronomériste, of maatverdeeler).

In 1823 had een groot Laurens Kosterfeest plaats in de Groote Kerk te Haarlem onder leiding van Fodor, waar Van der Palm de redevoering hield.

In dat zelfde jaar kwam de beroemde pianist-componist Hummel in ons land en behaalde groot succes.

Een jaar later hield Eruditio Musica op te bestaan.

In datzelfde jaar schreef de 4e klasse van het Kon. Instituut andermaal een prijsvraag uit die voor ons land van groot gewicht was, hoewel eerst veel later daarvan de resultaten zouden blijken.

De prijsvraag luidde: Wat waren de verdiensten der Nederlanders in de muziek, voornamelijk in de 14e en 15e eeuw?

Die vraag was zeer noodig, want zelfs de Nederlanders waren vergeten welk een groote beteekenis de Nederlandsche contrapuntisten voor de ontwikkeling der kerkelijke kunst vooral, hebben gehad, eu niet alleen in het buitenland maar ook ten onzent zocht men de bakermat der klassieke kunst niet in Nederland, maar in Italië.

Fétis en Kiesewetter, de groote Belgische en Duitsche muziekgeleerden zonden antwoorden in en bewezen daarin zonneklaar dat de invloed van Neder-

Sluiten