Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

306

in onjuiste verhoudingen en met te moderne middelen, doch de schrijver heeft o. i. gelijk wanneer hij betoogt dat wij vooruit en niet acheruit moeten gaan. Terug gaan naar Mozart, dus van de 20ste naar de 18de eeuw, zou ons niet meer bevredigen want daarvoor hebben wij een te geweldige evolutie doorgemaakt, en de muzikale ontwikkeling is zoo logisch geweest dat er geen reden is te wanhopen aan de toekomst. Wel vraagt men zich af: Kan na een Strauss of Reger de muziek nog gecompliceerder worden? Doch vele van Beethoven's tijdgenooten vonden diens werken zoo gecompliceerd, verward en vreemd dat — zonder de moderne meesters met Beethoven te vergelijken — hieruit weer blijkt hoe het nieuwe ten allen tijde met wantrouwen is aangezien.

Rameau's tijdgenooten die meestal voorstanders van Lully waren, vonden hem een „distillateur d'accords baroques qui écorchait les oreilles des gens de bien" en hoe gemoedelijk en antiek klinkt ons nu die muziek in de ooren?

Het kwam mij niet ondienstig voor zoo uitvoerig bij deze brochure stil te staan. Vooral in eene periode nu, bij het jubileum van Mozart's 150ste geboortedag, de uitvoeringen van zijn werken hier en daar verhoudingen hebben aangenomen die deden vragen: Meent men door dezen geweldigen overvloed te kunnen goedmaken wat vroeger te veel verzuimd is? moet men zich ernstig afvragen in hoeverre de bewondering van oude meesters een zaak van het verstand of van het hart is. Ieder moet voor zichzelf daarop het antwoord geven.

v. M.

BRIEVEN VAN ROSSINI

DOOR

HOLLANDER.

„Mijne biographieën — geen enkele uitgezonderd—zijn vol van ongerijmdheden en meer of min wansmakelijke verzinsels. Ware ik minder philosoof, dan zou ik er tegen kunnen protesteeren; maar het tegenwoordige geslacht, dat geheel opgaat in de politiek, zou geen tijd hebben om mij te lezen, en ik gevoel mij trouwens voldoende gelukkig door te weten dat zulke dingen niet in staat zijn, mij mijn rust te ontnemen, evenmin als uw vriendschap."

Zoo schreef Rossini in een der laatste jaren zijns levens aan den componist Angelo Catelani, die hem, naar het schijnt, had medegedeeld, dat er voor de zooveelste maal weer eens een praatje over hem in omloop was.

Sluiten