Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l3

SPORT IN BEELD.

De grappige hoek van Cocheret . . .

I. A. Th. G. Coblijn.

Cocheret teekent voor „Sport in Beeld". En nu.... wekelijks! Tenminste: weder en ijs dienende! Met dezen meteorologischen term bedoelen we, dat een kunstenaar gedisponeerd moet zijn, hetgeen natuurlijk niet altoos het geval is. Maar de Rotterdamsche caricaturist is meestal „fit and well", en hij heeft dat tijdens zijn artistieke loopbaan ten volle bewezen.

Dus: wekelijks!

Inleiden van den teekenaar zou een herhalen, en dus een soort van „herleiden" zijn. Men doet dat hoogstens met breuken. En waar Cocheret verre van een breuk, integendeel, een gaaf mensch, een gaaf artist is, daar zien wij af van dit repeteeren. Trouwens — welke Hollandsche sportsman kent Cocheret niet ?

Wat we wel zullen doen ? Zijn teekeningen voorzien van beknopte kantteekeningen, de personen betreffend, aan wie Cocheret zijn charges wijdde. Allicht zal de lezer in deze dorre woorden naast de sappige crayon-halen nog eenige merkwaardigheden aangaande bekende sportsmen aantreffen, punten, die hem waarschijnlijk belang inboezemen.

Zoo Coblijn! Tot voor kort een der harten, een der zielen van den Ned. Roeibond. Ging weg. Waarom ? Doet er hier niet toe. En tout cas — Coblijn ging weg met een fikschen staat van dienst.

Let op! Werd 22 December 1918 gekozen tot bestuurslid van den Ned. Roeibond. Was vice-voorzitter van 1918 tot 1922. Werd in 1920 secretaris, en bekleedde dezen post tot 18 December 1927. Trad ook op internationaal gebied als organisator op. Was o.a. in 1921 de leider van de Europeesche kampioenschappen te Amsterdam. Dat men den heer Coblijn in Roei-kringen apprecieerde, bewees het feit, dat men in 1922 de statuten van den Ned. Roeibond wijzigde teneinde zijne herkiezing als scriba mogelijk te maken. Ook met de jongens, de roeiers, trok Coblijn er op uit. Naar het buitenland! In 1923 naar Como! In 1924 naar de Parijsche Olympische Spelen en Zürich! In 1925 naar Praag! Het volgend jaar naar Luzern! In 1927 weer naar Como! Van het wedstrijd-terrein naar de vergaderzaal! Ook daar representeerde deze sportliefhebber de inheemsche roeiers. Zoo zag men hem in 1920 op het congres van de F.I.S.A. (Fédération Internationale des Sociétés d'Aviron). In 1921 was Coblijn wederom in dezelfde bijeenkomst, thans te Amsterdam gehouden, present. In 1922, te Genève en Barcelona, in 1923 te Villa d'Este, en Como, werden de statuten van de F.I.S.A. gereorganiseerd, en aan dezen arbeid nam voor Nederland wederom de scriba van onzen Roeibond deel. Zoo figureerde hij nog op het congres van Parijs (1924), dat van Zürich (zelfde jaar), Praag in 1925 en Como in 1926.

Arbeid dus! Veel arbeid! Verdienstelijke arbeid!

Waaraan nu een einde is gekomen.... Maar toch kent de sport nog een andere

leider Coblijn, en men ziet die persoonlijkheid in het Comité 1928, het waardig college, dat voor ons de Olympische Spelen 1928 zal ineen zetten. Daaraan wijdt de heer Coblijn thans al zijn werkkracht.

Hij woont te Aerdenhout. Eiken dag kan men hem in de E.S.M. ontmoeten, wanneer hij opgaat naar de Weesperzijde, waar de Olympische goden hun Olympus hebben ingericht.

Met dezen pursang Olympiaan openen wij

dan de nieuwe Cocheret-serie. Een goede charge, nietwaar ? Coblijn is Coblijn. Men ziet hem. Men ziet hem „leven".

En het prettige van Cocheret's werk is altijd, dat degene, die gecaricaturiseerd werd, nooit kwaad kan worden. Deze teekenaar kwetst nimmer. Hetgeen ook niet noodig is. Maar veel, te veel, nog gebeurt....

Aldus: Coblijn! Hij staat momenteel in het teeken van de belangstelling. En deze menschen zijn overgeleverd aan teekenaar of portrettist.

Wij hopen van harte, dat deze „overlevering" niet te pijnlijk is geweest — en gelooven het ook!

Wie zullen volgen ?

Lezers, kiest eens met ons!

Sluiten