Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPORT IN BEELD.

28

Nieuwe successen'.

Het aantal wielerbanen in Nederland groeide. Ook Amsterdam kwam met een novum. Een moderne houten piste! D.w.z. de latten waren nog in de breedte aangebracht. Maar toch mocht men van een wonder spreken, en toen de eerste wedstrijden dd. 22 en 23 Juni op dit wonder plaats grepen, was de zaak uitverkocht.

Hogenkamp teekent bij deze races aan: „P. G. van Appel won in prachtigen stijl de nieuwelingen-race, Langeveld de handicap, Beisenherz de point-to-point-race, en Jaap Eden.. .. de rest. In de 10 K.M. op Zaterdag lapte hij weer alle tegenstanders. De 10 K.M. op Zondag had een spannender uitkomst. Rademaker werd met miniem verschil tweede en Adrian derde."

En nog meer roem vergaarde onze, reeds vermaarde, landgenoot. Bij een amateur-wedstrijd te Antwerpen, die 30 Juni werd gehouden, won hij over de 10 K.M. wéér, lapte natuurlijk het geheele veld, en vestigde tevens een nieuw Belgisch record in 14 m. 5.6 s.

Gaat maar door! In Mokum won Jaap eveneens een 10 K.M.-race. Te Arnhem was hij triumfantelijk. Dd. 27 en 28 Juli veroverde hij te Amsterdam het Rademaker-schild, een race over 2 E.M., sloeg Langeveld en Wiemann, in Mokum won hij nogmaals over zijn beroemden afstand, de 10 K.M., hierbij Rademaker en Beisenherz kloppend, en „last not least" legde hij beslag op den Rodgers-Beker, waarbij hij over 1 K.M. alle rivalen achter zich liet.

Het een en ander bewijst wel, dat Jaap in die dagen „allround" was ....

Allround? Hij won tevens een kamp over 25 K.M. in 38 m. 34.4 s., klopte zelfs een stayer als Witteveen, en gaf ook aan Doornekamp en Adrian het na-kijken!

Hoe geweldig snel Jaap wel was. . . .

Ik vind in Hogenkamp's boek „Een Halve Eeuw Wielersport" dit gedeelte, dat ik geheel overneem, omdat uit het een en ander blijkt, hoe geweldig snel Jaap Eden in die dagen wel was.

Hier volgt het....

„Jaap Eden, die destijds 76 inch gearing trapte, maakte in den wedstrijd om het Rademaker-schild een baan-record-ronde van 22 sec, wat gelijk staat met 26.2 s. over 1 j mijl. Het record, dat op naam van den professional Protin stond met 26.6, was pas door Jules Bolle op 26.4 gebracht. De snelheid van die baan-ronde van Jaap kon men op 3 Augustus te Amsterdam nog beter vergelijken, toen Protin achter tandems slechts iU seconde sneller reed, nl. de % mijl in 26 sec. Ja, om een geweldige dosis kracht en snelheid te ontwikkelen, was Jaap Eden haast niet te evenaren. Jammer, dat daarmee niet de noodige taktiek vereenigd was!"

Onze Internationale Kampioenschappen 1895....

Dd. 9, 10 en 11 Augustus werden te Utrecht de feesten van den A.N.W.B. gevierd. Het was in de heerlijke dagen, dat deze organisatie nog het Wielrennen propageerde, en er vonden dan ook interessante wedstrijden in de Bisschop-stad plaats. Die om de Kampioenschappen van het Vasteland, benevens nog eenige andere spannende nummers!

Van deze laatste vermeld ik vooreerst de race om het Rademakerschild, een kunstvoorwerp, hetwelk, zooals de naam aanduidde, door den bekenden chocolade-fabrikant van dien naam was uitgeloofd. Jaap Eden zegevierde in dezen wedstrijd over 3 E.M.

En ook in de kampioenschappen was de Groninger niet te kloppen. In dat over 10 K.M. liet hij Rademaker en den Parijzenaar Dunwody achter zich. Jaap's tijd was 15 m. 54.8 s. In den strijd om den eere-titel over 1 E.M. triumfeerde Eden eveneens, en de genoemde Dunwody en Rademaker zagen in deze volgorde zijn rug.

Toen .... Keulen!

De Duitschers zouden dit jaar de buitenlandsche gasten ontvangen voor het verrijden van de wereldkampioenschappen, en Keulen was als stad aangewezen, waar dit feest der feesten zou plaats vinden. Als data waren vastgesteld: 17, 18 en 19 Augustus!

Er was een nieuwe openbaring. Nl. de Deen Ingeman Petersen! Hij had al bewezen een kracht van meer dan gewone grootte te zijn, en zulks door zijn zege, die hij te Kopenhagen in twee ritten over den Britschen matador Watson behaalde. Wat zou deze Petersen uitrichten tegenover dien anderen favoriet: Jaap Eden?

Daar waren vooreerst de series. Eden maakte in zijne afdeeling korte

metten met Gorter. De beroemde Deen klopte onzen, al aardig oud wordenden, Scheltema Beduin. Beisenherz werd tweede achter Schaaf. Langeveld werd geklopt door Scott. Tenslotte elimineerden Schrader en Henie onzen compatriot Rademaker.

In de eerste demi-finale startte Eden met Henie, Scott, Weatherly en Beisenherz. Het ging er geducht bij toe. Vooral Henie zette een fiksche pace in, en men dacht de celibriteit Eden al geklopt door den Noor. Maar toen klemde de Hollandsche jongen zijn tanden op elkaar, en hij liet niet alleen het internationale troepje achter zich, maar reed den mijl eveneens in 2 m. 15 s., den snelsten tijd.

In de tweede afdeeling vertrokken Cherry, Podevin, Gorter, Langeveld en Petersen. Een rit, dien de Deen a son aise won! In de derde halve beslissing triumfeerde Schaaf voor Watson, Scheltema Beduin en Schrader. Henie was blijkbaar de snelste tweede — dank zij Jaap's stuwen — en hij reed dus de beslissing met Petersen, Schaaf en Eden.

Inzake deze finale teekent Hogenkamp aan: „De eindrit der amateurs vormde natuurlijk het hoogtepunt der verwachtingen. Vóór het startschot zag Jaap wat bleek, maar, eenmaal in den strijd, ging hij los. En wat ging het gemakkelijk voor hem! Hij won eigenlijk onaangevochten van Petersen, terwijl Jean Schaaf en Henie op gelijke afstanden volgden. Jaap's tijd was 2 m. 38.6 s."

Eden had dus zijn twee wereldkampioenschappen op Wielren-gebied te pakken, zijn vierde wereldkampioenschap in totaal. De vreugde in ons land was geweldig, was des te grooter, omdat het Cordang te Keulen eveneens gelukt was, het wereldkampioenschap over 100 K.M. voor amateurs te winnen. En bij deze laatste monster-race bewees Eden weer voor den zooveelsten keer, hoe krachtig hij was, want hij fungeerde met Scheltema Beduin op den tandem als gangmaker.

Choppy Warburton, die te Keulen aanwezig was om Michael, zijn poulain, bij te staan, die trouwens het 100 K.M. wereldkampioenschap voor beroepsrenners won, Warburton, die toch gewis wel verstand van Wielrennen en wielrenners had, verklaarde na afloop, dat hij de zege van Jaap Eden had voorzien, en dat hij hem sterker vond dan Protin en den Amerikaan Banker, die bij de sprint-races voor professionals uitmuntten. Volgens Warburton mocht men Jaap direct na Zimmerman als grootste ter wereld kwalificeeren.

Wat men een compliment noemt!

Het professionalisme lokt. . . .

Op voorbeeld van Yankeeland, werd ook in Europa de drang naar het professionalisme onder de wielrenners grooter. Parijs was toen al het centrum van deze sport, en er waren heel wat kopstukken aanwezig, die zich voor hun starten lieten betalen. Amerika had Zimmerman, Johnson, Wheeler, Banker gezonden. Uit Engeland waren Barden, de Linton's, Michael e.a. verschenen. De „ville lumière" zag eveneens de Italiaansche beroepsrenners Pontecchi en Togolino, de Duitschers Verheyen, Hofmann, den Oostenrijker Lurion, de Belgen Houben en Jean Fischer, en met deze lijst was men nog niet aan het einde.

Toen rijpte ook in Jaap Eden's geest het denkbeeld: ik ben sterk als wielrenner, ik ben een der sterksten, welaan, laat ook ik mijn geluk eens in de rangen van de betaalden beproeven! Een gedachtengang trouwens, die elke wielrenner van naam en capaciteiten heeft doorgemaakt! Hoe meer Eden hierover piekerde, hoe helderder kwam het hem voor den geest te staan: daar ligt mijn geluk! En ook bij de inheemsche officials vond hij steun, waar men in dezen kring mede den tijd gekomen achtte om het professionalisme in Nederland in te voeren.

Om nog één staaltje te noemen, hoe snel Jaap Eden wel was — de bekende Belgische renner Bolle had een uitdaging gericht tot alle Hollandsche rijders, behalve.... tot onzen man.

Jaap ging evenwel nog niet direct tot de ingrijpende verandering: over. Hij startte nog eenige malen als amateur. Zoo reed hij o.m. in de Deensche hoofdstad, waar hij met Ingeman Petersen op tandem het bekend duo Schraeder—Henie klopte.

Inmiddels stuwden de omstandigheden hem in zijn voornemen. En het typische was wel, dat een man als Frans Netscher, de later zoo bekende literator, die als deskundige — want hij was oud-wielrenner — Jaap Eden's trouwe trainer was geweest op Wielren-gebied, het was wel eigenaardig, dat deze sport-journalist door zijn artikelen mede den stoot gaf tot het erkennen van het professionalisme in onze contreien, en tot den overgang naar dit genre van een der eersten, nl. Jaap Eden.

(Wordt vervolgd).

Sluiten