Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

SPORT IN BEELD.

schedel had gedruk, en wij —■ de fotograaf en ik — achter in de kattebak! Even starten! Daar roffelde 'n grimmige donder uit de machine, en.... voordat we 't beseften, waren wij honderd meter verder, en... . zat m'n maag ongeveer in m'n keel. Hetzelfde rare gevoel bij dit formidabel weg-trekken als bij den vol plané in 'n vliegmachien!

Maar dat was slechts de proloog. In den schitterenden winter-morgen lag ras de nieuwe, breede Haarlemmerweg, door 'n mild zonnetje beglansd, voor ons. Deze, anders drukke, route gelukkig zonder veel vehikels! Toen Merz de vrijheid voor zich zag, werd z'n Mercedes als 'n snelle torpedo-jager, die het ruime sop inklieft. Weer die donder! In 'n wip stond de kilometer-teller op 70, en je besefte deze vaart niet. Ook niet bij de 100! Ook nog niet eens bij de 120, 130! Maar toen drukte de reus Otto z'n pet nog wat vaster op den kop, een vervaarlijk huilen ving aan.... de compressor was aan 't werk.

Lezer, ik heb in m'n leven vrij veel sensaties meegemaakt. Natuurlijk heb ik gevlogen, en dat viel me, wat snelheidsbesef betreft, tegen. Ik heb ook in benzine-wagens op de Fransche wegen de 120 gesnord. Ik heb zelfs eens — een heel andere emotie — in Parijs de „looping the loop" gereden. Maar deze sensatie, deze Mercedes-sensatie was nieuw, geweldig en.... overweldigend.

Feller, vinniger nog begon de compressor te gieren. Het was, of de kar door 'n geheimzinnige, duivelsche macht werd voortgerukt. Je pet klepperde over je oogen. Je ooren klepperden langs je schedel. In die ooren scheen 'n tamboer een roffel te slaan. In je lucht-pijp schenen ze af en toe 'n kamer-schut te plaatsen, zoo werd je bij wijlen door den lucht-druk de adem afgesneden. Ik keek door m'n bril vooruit. Wazig! Nevel! Het was, alsof ik door het matglas van een camera loerde, die onscherp was ingesteld. Ik begreep er niets van. En hij dan, Merz, hoe kon hij zien ? Hoe kon hij speuren, of er in verte wagens waren, de verte, die geen verte meer was, zoo snel besprong je haar met dezen wonder-wagen. De motor bromde, klapperde. De compressor gierde. Ik dacht op dit moment aan de woorden van Heine: „Das ist ein Klingen und Dröhnen von Pauken und Schalmein" — maar helscher, diabolischer. Ik dacht aan Heine, en keek op den teller: brrr!, over de 170!

Dan, in eens, het onweer weg! De wind scheen te gaan liggen. Slechts zacht zoemen zong uit den motor op, met af en toe een prutteling uit den uitlaat-pijp. Je schoof verder, je schoof uit — toch altijd nog met 'n vitesse van om en nabij de 100 — de man san 't stuur temperde, omdat er wagens waren in 't zicht. En dat was bij dit temperen wel het wonderlijke en phenomenale, de juiste berekening, wanneer de compressor moest uitgeschakeld, het gas afgezet, de rem aan moest, om desnoods, zat ie achter 'n wagen en kwam er 'n wagen van den tegenovergestelden kant, juist achter het vehikel vóór je, op halven meter afstand te stoppen. I (Dan weer de duivelsrit! Halfweg lag al achter ons. Heerlijk vast sneed Merz de bocht bij de Zweth af, alsof er geen virage was. Op

het asfalt gierde de kolos weer het vrije in. Prachtig stormde het heerlijk monster naar voren, huilend als 't ware om nog méér snelheid. Dezelfde sensatie! En voor je de breede, leidende reus, wiens volant met kleine schokjes heen en weer schoof, en die kalm, oer-kalm z'n werk deed. We passeerden wagens. Ze stonden stil. We passeerden trams, treinen. Ze reden niet. Ja, ze reden wèl, maar op hun manier, want wij reden....

Daar was Haarlem, daar was Overveen, waar de heete koffie werd gebruikt. Wij, leeken, staarden elkander wat dwaasjes aan. We bleken in 'n roes te leven. We droomden nog door dezen droom van een ander, een nieuw leven.

Met moeite kreeg je Merz aan de praat. Hij is 'n bescheiden man. Trouwens, wat wij formidabel vonden, dat vond hij dood-gewoon.

Hoe lang hij nou al reed ?

— Nah! Vanaf 18de jaar in de rennen als mecano! Vanaf z'n 25ste jaar zelf als coureur. En hij was nu 37.

Behalve Grooten Prijs van Duitschland nog meer overwinningen behaald ?

— O ja! In Rusland, Roemenië, Spanje, en dan eenige malen op de Klausen-pas, de zwaarste wedstrijd van Europa in bergterrein! En altijd bij en met Mercedes!

En met trots, nl. op z'n wagen doelend, vertelde Merz nog dit:

— Deze Mercedes is een van de snelste wagens in de wereld. Bij de kilometer-race in Freiburg haalde hij een moyenne van 177 K.M- in 't uur. Bij de sportlui is er dan ook 'n geweldige vraag naar. Vooral ook bij de Franschen! Op de Parijsche tentoonstelling zijn er nog 8 stuks verkocht....

— Volkomen begrijpelijk!

— Ja! U moet vooral letten op het krachtige aantrekken, hoe vast deze Mercedes op den weg ligt, en dan, hoe veilig de remmen werken! Dat zijn de drie hoofdpunten om te slagen en gevaar uit te schakelen....

— En.. .. de goeie chauffeur! — zei ik.

— Nah ja! Nah ja! — antwoordde hij, lachend, en het klonk zoo, of hij zeggen wilde: ach, die telt eigenlijk niet mee!

Maar dat ie meetelt, dat bewees Otto Merz eenige oogenblikken later. Op den Zee-weg achter Bloemendaal zou worden gekiekt. Stil-stand en in de vaart! Hier, in dit geaccidenteerd terrein, waar ik hem gadesloeg vanaf 'n duin-top, kwam de Mercedes aanstormen als een woedende tor in verte, en dit driftig nader-jakkeren, als van een volbloed, 'n giganteske mustang was nog majestueuser.

Toen moest ie meetellen, de coureur. De fotograaf zou hem in een bocht nemen. De fotograaf bleek evenwel wat al te dicht in de baan te zitten. Merz duchtte 'n aanrijding, week 'n paar duim af. Maar dat was genoeg om de middelpuntvliedende kracht in actie te brengen. Eén seconde was 't of de mustang steigerde. Dan week ie af van de lijn, dwars door het zand, dat de beide wegen daar scheidt, en voort-daverend, met grooten boog, op het tweede weg-gedeelte. Maar.... hij telde mee, deze duivelskunstenaar. Hij had z'n volbloed in de teugels. Rang! Daar kwam ie weer in het goede spoor, maar nog altijd op de tweede route, en de wagen zuchtte uit,

altijd nog met 'n vaartje van over de 100.

Op dat moment zat m'n vrouw naast Merz, en ik, die het geval vanuit de hoogte gadesloeg, dacht: da's afgeloopen. Maar 'n minuut later was de Mercedes alweer gedraaid, kwam ie aan-gieren, en de leider lachte, dat dat nog niets was. In de courses vlogen ze wel eens, twee-maal achter elkaar om hun as, de karren. En hij noodde tot instijgen, en waarempel. . .. hij ging wéér aan-j akkeren, op dezelfde bocht, die ie nu meesterlijk, als 'n orkaan, doorknarste. De duivelsrijder!

Ik had op dit oogenblik de typische gedachte: geweldig, maar veilig, zelfs veiliger dan het rijden op een sukkel-draffie in een .... Amsterdamsche taxi!

We reden terug. Naar Mokum! Bij Liebrug werd de pur-sang ontbreideld. En .... jieieiiet! — daar ging ie weer. Dezelfde roffel in ooren! Hetzelfde kamer-schut in keel! Dezelfde nevel voor de oogen! Wéér die sensatie, de ongekende, de grootsche, de geweldige! Fietsjt! Daar was je weer 'n groote limousine voorbij. Jiet! Je lachte de E.S.M. uit, die achteruit scheen te kruipen. De menschen op dezen weg moeten wel gedacht hebben, dat de duivel was losgebroken, in eigen persoon. We waren in 6 minuten van de Spaarne-stad in Mokum, in ruim 3 minuten van Halfweg in Amsterdam, dat wel op ons af scheen te schieten. De Mercedes had op 'n zeker weg-gedeelte bijkans de 180 gehaald!

Het was een titanen-rit. Dien men echter alleen kan maken met volant-meesters als deze Merz. Hij is één met z'n Mercedes. Eén met dezen waarachtigen koning van den grooten weg!

Men zegt zoo vaak, dat het leven 'n sleur is. Welaan, stap in zulk 'n dondet-wonder, rijdt, laat je gieren, en je leeft anders! Je bloed prikkelt in je aderen als champagne. En je voelt in je dezelfde ontroering bruisen alsof je iets mooi's en edel's hebt gezien.

Beweer nu niet, kalme, nuchtere stuurman aan den wal, dat ik overdrijf! Beweer dat pas, wanneer je zelf zoo gereden hebt, en dan beweer je het zeker niet meer. Er zijn automobielen voor toerisme en zaken. Er zijn ook automobielen voor de sport. Mercedes! Even goed als dit exotisch zweven — want dat was het — door de wereld sport is, en dan een heel vreemde, emotie-volle, zelfs ontroerende sport!

Voor mij althans is deze duivelsrit met Otto Merz in den Mercedes ren-wagen de sensatie van de R.A.I. geweest!

Een meute-vecovd.

Ook de honden hebben hun records. De meute nl. van de Whaddon-club in Engeland heeft tijdens een vossenjacht niet minder dan 3 uur en 20 minuten — en zulks aan één stuk — achter Reintje gejaagd. De honden waren uiteraard „op" van het rennen, maar kregen hun prooi toch te pakken. En de jagers ? Nu, er holden verschillende onbereden paarden achter de ijverige meute, omreden de ruiters, die uitgeput raakten, er waren afgevallen. Tot op heden is zulk een prestatie noch door den jagermeester en zijn getrouwen noch door de honden geleverd. Iets nieuws derhalve!

Sluiten