Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27

SPORT IN BEELD.

FEUILLETON

door LEOLAUER

(Slot.)

Weer later!

Ik heb Jaap Eden na die huldiging, die ik natuurlijk mee-maakte, neen, die ik mee-lééfde, niet meer zoo vaak ontmoet.

Een uitzondering maakte de Hima-rit 1916 — de tweede — die Eden niet als wielrijder, doch wel als gast zou volgen. Hij reed in een der volg-auto's, en was de trouwe reisgezel van Koos Speenhof! en diens vrouw, die 's avonds kunst schonken, van Mullens, den cinema-heros, die 's avonds de „movies" vertoonde ten pleiziere van het gezelschap. En des morgens vroeg verzorgde Jaap met wijlen Van Staden, den oudportier van de Amsterdamsche IJsclub, die Eden immers ook in zijn glorie-jaren zoo perfect had gekend, de lekkere beetjes voor de renners, die dezen overdag noodig hadden.

Aan dezen Hima-rit is een onvergetelijke aardigheid verbonden, nl. de.... Hima-rat! Sportsmen houden nu eenmaal veel van mascottes. Welaan, wij voerden op onze route een donzig wit-zwart beestje mee. Jaap Eden had zich speciaal met de verzorging van de renners en van dit tam knaag-gedierte belast.

Aardig is het nog eens te citeeren hetgeen destijds in een onzer sportperiodieken over deze scènes voorkwam. Het stond er aldus: „Jaap Eden, oud-wereldkampioen op schaats en rijwiel (pats), heeft op onzen tocht den rijders van koek en ei'tjes en zoete dranken voorzien. Voor 't overige was zijn liefde gewijd aan onzen talisman, een tammen, zwart-witten rat, die ons in 'n groot model jam-bus van Taminiau vergezelde. Jaap Eden streelde de ratten-maag met oranje peentjes. Jaap Eden kon den Hima-rat knuffelen als 't molligst wiegebeebje. Jaap Eden schudde des avonds het ratte-leger van houtwol in den jam-bus op. Jaap Eden sliep in zijn bed naast het gedierte in het delicatesse-blik. Jaap Eden nam aan het feestdiner in American deel, en zijn rat triumfeerde, peentjes knabbelend, in een. . .. vogel-kooi. Jaap was gek op den rat. De rat was gek op Jaap. Ze vormden een paartje. Na het feest is Jaap van onzen talisman gaan scheiden. Grof foutje, ladies and gents! De Hima-rat heeft 't niet kunnen verkroppen. Ik veronderstel, dat Jaap zich nog even behaaglijk als tevoren over zijn, helaas heuvelend, embonpoint strijkt. Onze mascotte is aan 't kwijnen geslagen, tenslotte overleden. Eenige en algemeene kennisgeving! De laatste ratten-reutel was een dankje voor Jaap. Requiescat in!pace! Ik meen den rat. Zij het diertje, na dezen wereldschen Eden, een ander, hem zaligmakend, Eden beschoren!"

Opgang.. . .

Jaap's vader was gestorven. Andere familie van Eden eveneens! Hij erfde. Hij werd een vrij goed gesitueerd man. Eindelijk! En dan.... door deze omstandigheden!

De slanke Jaap Eden, de sportsman, de athleet van weleer, was al lang verdwenen. Maar wij hadden ook al een Jaap Eden — helaas! — gekend, dikker en vadsiger, en daarbij gewis eenigermate in verval.

Nu vertoonde zich in de straten der Spaarne-stad plotseling een Jaap Eden, dien men bijkans een dandy kon noemen. Te paard! Hij

droeg een goed gesneden sport-pet. Hij droeg een hunting-tie. Hij droeg een rij-jas van degelijk maaksel. Hij droeg breeches, leggings. En hoog troonde hij op zijn viervoeter, en lachte weer even glunder als in de dagen van weleer. De menschen wezen hem malkander weer aan: daar gaat Jaap Eden, de oud-wereldkampioen!

O, wat had zich deze naam ook ingeworteld in het volk van Nederland! We kenden Piet Hein. We kenden Jan de Witt. We kenden.. .. Jaap Eden. Die klank werd nog altoos gebruikt om iets aan te duiden, dat sterk was en pittig.

In deze dagen valt nog iets zeer typisch van den held van dit verhaal te vermelden. Hij kreeg bevliegingen a la Fokker. Die had in de Spaarnestad zijn eerste vliegtuig in elkaar geknutseld, en waarom zou hij, Jaap Eden, het ook niet eens probeeren ?

Dat weten de meeste menschen niet, maar de oud-wereldkampioen knutselde in dit tijdvak van zijn leven aan een aeroplane, waarvan, naar ik tenminste weet, nooit meer dan de romp, en dan de karkas, zonder vleugels, is gereed gekomen.

Het was, naar de foto's te oordeelen, een ding van zeer primitief maaksel, en de geheele opzet verried weer de mentaliteit van onzen Groninger. Zoo kon alleen een jongen, althans iemand met jongensachtige neigingen, knutselen. Het ding was van zoodanige constructie, dat men niet kon bevroeden, of dit product een glij-vliegtuig zou worden, of dat er naderhand nog een motor óók in moest worden gemonteerd.

Enfin — elk werk was voor Jaap goed, want het hield hem af van meer vreemdsoortige levenszaken. En zoo liet men hem in vreugde begaan, al droomde ook niemand van de ingewijden, dat dit mysterieus voorwerp nog eens de wolken zou ingaan. Als Jaap er maar mee in de wolken was! En dat was ie. Tenminste — voor kort!

Nog later aanschouwde men hem in Haarlem's straten, steeds in sporting-dress, en dan vergezeld van zijn zoontje, kleinen Jaap, een fikschen Hollandschen jongen, die al op een kinder-driewielertje reed.

En de oude Jaap kon je met trots vertellen, dat ie z'n boy al had laten schaatsenrijden — zoo maar op de ijzers, op het ijs gezet, en .... zoo maar weggereden. En kleine Jaap kon met begeerige, fonkelende oogen z'n piepa aanstaren, en hem bedelen om een echte race-fiets.

Dat zijn inmiddels de laatste zonnige dagen van Jaap Eden geweest....

Spoedig zou het anders worden!

Ondergang....

Nu komen de duistere bladzijden van dit verhaal....

Ik zou ze liever niet schrijven. Maar wat ik geef, is een brokje geschiedenis. Van een sportsman! Maar ook. . . . van een mensch! En het zou laf zijn om al het schoone van den eerste te verheerlijken, om al het sombere van den tweede te verdonkeremanen.

Ik zal echter zoo min mogelijk in finesses treden. En als ik het doe, dan zal het steeds aldus zijn: nooit aanvallend, nooit verachtend, altoos verklarend, mee-voelend, en aldus pogend dit medelijden bij mijn naasten eveneens ingang te doen vinden voor dezen ongelukkigen mensch!

Muiier heeft al Eden's noodlot beschreven, toen hij nog een aap van 'n jongen was. De groote sigaar van Hamar! Nooit weten maat te houden! Dat noodlot heeft hem heel zijn leven achtervolgd, vooral achtervolgd, toen het hem zoo voor den wind ging!

Ook de latere Jaap was verkwistend. En van de geërfde duitjes was al ras niet veel meer over. Had hij alleen maar paard gereden! Er waren echter makkers, die meer hooi in hun ruiven begeerden dan een stal van honderd paarden noodig heeft. Jaap was een echte goed-zak. Daarvoor stond hij bekend. Daarvan maakten velen misbruik. Zoo moest hij wel ten onder gaan....

Dan, na verschrikkelijke avonden, na verschrikkelijke nachten kwam hij naar huis, en voelde zich diep, diep ongelukkig. Maar dit leed smeekte niet om troost. Dit leed uitte zich in wroeging. En deze wroeging werd op haar felst, wanneer hij de toonbeelden zag van zijn vroegeren roem.

Zijn prijzen!

En dan, in die vreeselijke oogenblikken, gritste hij zijn kunst-voorwerpen uit de pronk-kast, die na den dood van zijn vader naar Haarlem was getransporteerd, weg, smeet ze in woeste driften tegen den grond, en vertrapte zoo, met een verscheurd hart, datgene, wat hem toch zoo dierbaar moet zijn geweest.

En het is ook wel gebeurd, dat, indien er geen geld meer was, hij zijn schatten verkwanselde om te kunnen drinken, te kunnen zwelgen — en ook te kunnen vergeten — een roes van het geld, dat deze onbetaalbare

Sluiten