Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9

SPORT IN BEELD.

geld voor noodig ? Om trainers van te betalen, en ping-pong-spellen, booglampen en de cijfer-boekjes, die u van den trainer krijgt,van te koopen?

U bent geen le en geen 2e klasse speler, maar een hockey-expert bent u toch blijkbaar ook niet, wanneer u de toekomst van het Hollandsche hockey zoo donker inziet. Immers, alle vooraanstaande lieden op internationaal hockey-gebied zijn het er over eens, dat Holland tot een der sterkste hockey-naties van Europa gerekend moet worden.

Onlangs was ik met nog vele andere Hollandsche hockey-spelers in Keulen, en wij maakten daar kennis met de Duitsche hockey-toestanden en manieren, en waren wij van oordeel: wat zijn wij, Hollandsche hockeyspelers, toch in een bevoorrechte positie, dat wij in ons kleine landje deze mooie sport spelen, uitsluitend om het spel en de gezelligheid er van, en dat wij onze leiding en ons inzicht niet van betaalde trainers, maar van elkaar ontvangen! F. HUBRECHT.

Portretten met

XIII. J.

Al heb je nu ook bijkans iederen dag reden om over de sport, over de corruptie in de sport te mopperen, er gaan door onze beweging toch ook nog van die eenvoudigen van ziel, die lak hebben aan eer, die zeker geen materieel voordeel met hun interesse voor sport beoogen, die hun werk, veel werk in vrijen tijd, louter doen, omdat zij... . van de sport houden.

Als die er ook niet waren! Meijer is een zoodanige. Ik verzeker het u, lezer. Meijer, de secretaris van de Technische Commissie der Koninklijke Nederlandsche Athletiek Unie! Ik heb hem dezer dagen geinterviewd, hij heeft me veel van zijn arbeid voor de Olympische Spelen verteld, en zijn laatste vraag aan mij was, of. ... hij 't niet te veel over zich zélf had gehad.

Deze brave Meijer, J. W. Meijer, werd d.d. 20 October 1882 in Arnhem geboren. Hij is een van de pionieren op athletisch gebied geweest. Hij is een van de menschen, die U.D.I., destijds een parel aan het nog bescheiden athletisch kroontje, groot hielpen maken. En die mannen van U.D.I. op hun beurt hebben den lust voor de zomersport bij uitnemendheid bij velen aangekweekt, en een dier velen was zelfs Herman van Leeuwen.

Meijer ken ik al sinds jaren. Ik tutoyeer hem. Ge vindt het zeker wel goed, lezer, dat ik dat ook in dit vraag-en-antwoord-artikel doe ?

— Hoe begon je, Meijer? — viel ik met de beruchte deur in z'n zielehuis.

Hij lachte, hartelijk.

— Als je dat nou lollig vindt. ... in m'n jongenstijd. ... in Arnhem, op 't Eusebiussingel. . . . drie grasperken omloopen. . . . om 'n kroontjespen!

Kijk! Daar heb je nu deze bescheidene. Dat getippel om zoo'n prutsprijs vergeet ie nooit. Evenmin als z'n loopen en springen in 'n akelig primitief brok weiland, het uitkleeden van die gasten in 'n boerenschuur! En dan kan ie zich nijdig, spin-nijdig maken om de heertjes van tegenwoordig, die de athletiek beoefenen als een nabob. Meijer doet ze na. Fel sarcastisch! Is dur geen warm water? Is dur hier geen eens 'n douche ? Verdomme, ik train niet, sag, as 'k geen warm water krijg, sag!

Enfin, we dalen weer af (of stijgen weer op ?) tot de kroontjespen.

— Hoe oud was je toen, Meijer ?

— Ja, hoe oud zullen we toen geweest zijn? Na de schooljaren! Ik denk.. .. 'n jaar of veertien!

— En wanneer werd je lid van U.D.I. ?

— Ongeveer in 1900! Tot in 1904, 05, 06 heb ik aan wedstrijden meegedaan. In 1904 heb ik nog verschillende eerste prijzen met polstok gewonnen. O.a. een eersten prijs in Enschede! Ja, dat zal ik nooit vergeten. Aan 't station wachtte Steven Coldeweij ons met champagne op. We kregen allemaal 'n glas. En.. .. we haalden alle eerste prijzen weg. Over „dooping" gesproken!

— En toen ?

— Daarna heb ik me heelemaal op de organisatie geworpen. M'n eerste groote regeling was bij het driedaagsche feest van U.D.I. in 1906.

Even diepte hij in het verleden.

— Twee jaar later ging ik naar Amsterdam, werd hier consul van de N.A.U. Ik hielp o.a. de wedstrijden op Oud-Roosenburgh organiseeren, en werkte in sporr'ef verband met Olympia, de gymnastiek-vereeniging,

de lens en met de pen.

W. Meijer.

want goede athletiek-clubs waren er in die dagen nog niet in Amsterdam.... Weer ging de vinger naar het voorhoofd. Hij wreef er het volgende uit:

— Toen kwam de mobilisatie. Ik heb toen 'n goeie kans gekregen om m'n organisatie-talent te ontplooien. In de groep Halfweg! Daarna kregen we de Nationale Olympische Spelen. In 1916! Ik was toen voor de N.A.U. de secretaris voor de athletiek.

— En wanneer werd je secretaris van de Technische Commissie? ■— In 1917! En dat ben ik tot heden nog....

■— Heb je nu 'n specialen prikkel bij je sport-werk gehad? Hij behoefde niet lang na te denken.

— Ja! Zeker! Ik heb de N.A.U. nog gekend als een organisatie van zeven a acht clubjes. De snelle ontwikkelingsperiode onder Scharroo is voor mij een eerste aanleiding geweest om me aan de zaak te geven. En dan de wedstrijden voor Land- en Zeemacht in de mobilisatie, met zoo'n groote massa deelnemers!

— En heb je satisfactie van je werk gehad? Eerst kwam de muziek „in majeur".

— En of! Ik ben tweemaal jury-lid geweest bij de Olympische Spelen, in Antwerpen en Parijs, en dat heb ik altoos als een heel prettig iets, als een erkenning van verdiensten beschouwd. Maar de meeste voldoening heb ik toch in Parijs, in 1924, gehad. Toen in de derde serie estafette de loudspeaker 't over het terrein riep: eerste Holland. ... 42 seconden. . . . record du monde! Dat vergeet ik van m'n leven niet. . . .

Toen even de mineur-stemming!

— Ja! Tegenwoordig gaat 't natuurlijk niet meer zoo vlot als in den tijd van ontwikkeling. Nu de organisatie grooter is geworden, zijn er ook meer teleurstellingen. Er zijn meer menschen bij gekomen, en iedereen wil een oordeel vellen en meepraten. Jaren lang is ons het vertrouwen bij de N.A.U. niet opgezegd, maar er is wel eens aan geknibbeld....

— Wat zijn dan al zoo die moeilijkheden?

— Moeilijkheden? Ja! In de eerste plaats de coach, hè! Zoowel voor Parijs als nu weer! En dat komt dan meestal door geld-gebrek. De coach komt vaak met voorstellen, heel goede voorstellen, maar practisch onuitvoerbaar, alweer door dat lamme geld, en dan komen er botsingen, en het resultaat, dat weet je wel. . . . mot, hè!

— En )e hebt nu zeker heel wat voor de Olympische Spelen te doen ? Hij knikte toestemmend.

— Ja, met Kellenbach heb ik flink wat werk moeten verzetten, 't Is een heele voorbereiding. Zoowel voor den Marathon-loop als voor het wedstrijd-wezen en ook de af deeling athletiek van den modernen vijfkamp, waarbij ik als technisch gedelegeerde van de K.N.A.U. natuurlijk voeling houd met het N.O.C.!

— Hebben jullie nu lang aan dat traject voor den Marathon gewerkt ?

— Ja! Vanaf 't vorig jaar zijn we daarmee al bezig. Alles moest worden opgemeten, en dat is een heel werk, voordat je alle maten goed hebt, en dan zijn alle stukjes straat verder beschreven, als klinkerwegen, macadam enz. 't Is een heel dossier geworden. En dan moest de zaak natuurlijk ook nog in kaart worden gebracht.

Meijer zwaaide op dit oogenblik met een rits dicht beschreven vellen door de lucht.

—■ En ben je van meening, dat jullie een ideaal Marathon-parcours hebt gevonden ?

— Ja! Ik vind b.v. het lange traject langs het water buitengewoon gunstig voor de deelnemers. Dan is het heele terrein vlak. Maar we moesten wel nood-gedwongen dien kant uit, want we moesten natuurlijk spoorweg-overgangen vermijden.

Sluiten