Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPORT IN BEELD.

24

Portretten met de lens en met de pen.

Wanneer de zwemmer Jacques Kohier je over of door z'n bril aankijkt,; dan denk je eerst met 'n theologisch student, een bacterioloog hetzij organist, een botanicus of een

professor - in - wording, in 't kort met alles wat niet met handen of voeten slaat, doch hoogst bezadigd leeft, te doen te hebben. Ondergeteekende niet! Hij kent Jacques Kohier langer. Maar de vreemde, die hem voor 't eerst spreekt, zal niet z'n tijd vragen over de vierhonderd meter, evenwel het eerder prevelen: over de kwestie Geelkerken heb ik helaas geen oordeel, doctorandus — öf: Harold, Harold, wat zijt gij dik geworden, den laatsten tijd!

En toch is deze kalme, min of meer gezette man, met een physiognomie, welke je een millioen zou toevertrouwen, een kwieke, voortvarende vechter in het water, een zoodanige, dat men er slechts deze sportieve ornatuur voor kan bedenken: een waterrot!

Ik zat dien middag met Jacques Kohier, volgens den burgerlijken stand J. F. Kohier, geboren dd. 2 October 1902 te Amsterdam, in den huize Dorrius, waar hij mij vertelde van zijn oorsprong als wel van zijn sportieven oorsprong, zijn sportief omhoog klimmen, zijn sportieve triumf.

En het begon met deze surprise:

— Op m'n zesde jaar begon ik te zwemmen, dat wil dan zeggen in het water te ploeteren van de inrichting aan den Heiligeweg. Ik ben daar gebleven totdat het Zuiderbad — ik meen in 1912 — werd geopend. En .... al die jaren, dat ik aan den Heiligeweg kwam, heb ik geen diploma kunnen halen. Ik heb er 'n jaar of vijf over gedaan, voordat ik... . kon leeren zwemmen!

— Sacrenom, Sjaak! Hoe zat dat dan? Ik hoorde de gewone klacht:

— Ik wou niet aan de hengel!

En ik vernam nog het ongewone voor zoo'n water-bezweerder:

— Ik wou nooit in 't diepe.... ik was reusachtig bang!

Ik lachte. Hij bulderde. Maar, bij het herinneren, kwamen de woorden er toch wat spijtig uit:

— En toen ik kón zwemmen, toen.... mocht ik voor de ouwelui niet lid van 'n zwem-vereeniging worden. Ik zeurde er wel

XIV. Jacques Kohier.

om. En eindelijk kreeg ik voor m'n verjaardag 'n lidmaatschap-kaart van „Het IJ". Ik was toen vijftien jaar....

Toen kwam de eerste golfstroom, maar nog met eenige restrictie:

— Maar op m'n zeventiende jaar, dat was dus in 1919, speelde ik al m'n eersten waterpolo-wedstrijd voor „Het IJ" in Antwerpen. In 1920 was ik wel uitgenoodigd om voor het Olympisch zevental te oefenen, maar gekozen ben ik niet....

— Had je toen al aan gewone zwemwedstrijden meegedaan ?

— Ja, zoo'n beetje.... op de adspirantenbaan!

— Wanneer was je eerste eigenlijke zwemwedstrijd van beteekenis ? ■— vroeg ik dan.

— Dat herinner ik me heusch niet meer . . ,

JACQUES KÖHLER.

Maar toen kwam de echte golfstroom: — Wèl herinner ik me, dat ik in 1922 als matroos diende en toen het Marine-kampioenschap won. En ook herinner ik me best, dat ik vier jaar achter elkaar kampioen van Nederland was op de 400 M. vrijen slag. Dat is in 1922, 23, 25 en 26 geweest. En van 1923 tot

'25 heb ik alle lange-baan-wedstrijden gewonnen.

— Noem nog eens 'n paar bekende races!

— Nou, in 1924 en '25 om den MissBlanche-Beker in Rotterdam! Ik moest 'm twéé keer winnen. In 1924 won ik. Het volgend jaar had ik 'n nek-aan-nek-race met Kuyper, maar ik bleef hem tenslotte tien meter voor!

— En je records, Sjaak?

— Nu, ik heb vijf jaar lang het record over de 400 M. gehad. Van 1922 tot '27! Verleden jaar heeft Silfhout het verbeterd.

— En zul je nog geregeld in zwem-wedstrijden uitkomen?

— Ja, in de estafesttes! Lange baan niet meer! En dan speel ik hoofdzakelijk polo. Altijd natuurlijk voor „Het IJ"!

— Heb je op dat gebied ook kampioenschappen mee helpen veroveren ?

— Ja, de 5 maal 50 M. estafette, de 4 maal 200 M.! En wat waterpolo aangaat.... in 1924 en '25 wonnen we het kampioenschap niet, maar in de overige jaren wèl!

En vroolijk liet Kohier er dit op volgen:

— En nu ben ik candidaat voor de Olympische ploeg. Ja, in 1924, in Parijs, was ik ook al afgevaardigde voor waterpolo en de 400 M. Gekozen ben ik nou natuurlijk nog niet, maar... we zullen er 't beste van hopen!

Nog meer golfstroom:

— Ja, vroeger was ik heel wat man's. Ik herinner me, dat ik in Utrecht eens drie polowedstrijden op één dag heb gespeeld, twee wedstrijden voor ons derde, en toen er een speler van het eerste uitviel, ook nog een match voor die ploeg. En dan heb ik nog 'n maal of vier met het Nederlandsch zevental tegen België gespeeld, 'n paar keer tegen Duitschland en Frankrijk, met „Het IJ" ben ik in Spanje, Duitschland, Zweden, België en Frankrijk geweest, en pas hebben we met het Olympisch zevental 'n tournée door Duitschland gemaakt. En als zwemmer heb ik ook nog aan de Traversée de Bruxelles meegedaan, maar toen was Frans Kuyper eerste, en ik was vierde....

— En hoe staan nou volgens jou onze kansen op zwem-gebied bij de Olympische Spelen ?

Even ontwaakte de professor in hem. En hij doceerde, over z'n fok heen loerend:

— Sinds we onder dien Duitschen trainer, je weet: Meigen uit Dresden, oefenen, gaat het waterpolo van de Olympische candidaten goed vooruit. Ik ben optimist. Maar het hangt natuurlijk veel van de loting af. Als we bv.

IN MEI EN JUNI NAAR ZEE!

1828 HOTEL „GROOT-BADHUIS" - ZANDVOORT 1928

KAMERS MET VOLLEDIG PENSION VANAF f 8.50

Sluiten