Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPORT IN BEELD.

Geeft den Keizer wat des Keizers is .

Wanneer wij hier de woorden uit Mattheus 22 vers 21 aanhalen, dan is dat niet om de verdiensten van een zekeren, hierna nader aan te duiden, persoon te kleineeren, dan geschiedt zulks alleen om recht te doen wedervaren aan een andere figuur, die op het, mede nader te omschrijven, gebied zeker niet minder verdiensten heeft dan de eerste, doch wiens streven, wiens arbeid tot op heden nog niet in het juiste daglicht werd gesteld.

In het avondblad van „De Telegraaf" dd. 30 Maart jl. verscheen een zeer waardeerend artikel, getiteld „Amsterdam's derde zwembad", een zeer waardeerend artikel tegenover Mr. J. A. C. Bierenbroodspot, wien de alge-

heele eer gegund werd inzake het tot stand komen van de bekende inrichting, het zg. Sportfondsenbad. Wij zijn er volkomen van op de hoogte, dat het initiatief hiertoe van genoemden rechtsgeleerde uitging, die reeds in zijn studenten-jaren het stoute plan durfde opwerpen, hetgeen anderen, ouderen als onuitvoerbaar verwierpen. Nogmaals, aan de verdiensten van Mr. Bierenbroodspot knagen, het is geenszins ons doel. Maar wij weten ook, dat deze pionier steun, hechten steun vond bij anderen, bij één zeker, en waar de naam van dezen eenen in het bedoeld Telegraaf-artikel met geen enkele syllabe werd genoemd, daar achten wij het juist en rechtvaardig, hier ter plaatse iets mede te deelen van dit verdienstelijk werk, hetwelk zich zoo juist aan dat van den initiatief-nemer aanpaste. Wij kennen den heer Bierenbroodspot als een sportieve figuur, en hij zal het dus volkomen billijken, neen, hij zal het toejuichen, dat wij aanvullen hetgeen anderën, overigens op onverklaarbare wijze, der vergetelheid met gulle hand boden.

De kwestie zit zoo. De N.V. „De Sportfondsen" werd opgericht dd. 14 Juni 1923, en zulks op initiatief van het IJ-lid J. A. C. Bierenbroodspot. De vennootschap stelde zich tot taak, de uitgifte van spaar-aandeelen, groot ƒ 360.— elk, voor den bouw van een derde overdekte bad- en zweminrichting in plan Oost van Amsterdam. Het project werd niet terstond met een groot enthousiasme door de hoofdstedelijke zwem-wereld begroet, en wel, omdat men niet de overtuiging had, dat de heer Bierenbroodspot een groot aantal spaar-aandeelen zou kunnen plaatsen. Slechts een 50 IJ-leden steunden hem, en in September van het jaar 1923 waren niet meer dan 120 aandeelen geplaatst, terwijl het benoodigd kwantum minstens 1000 zou moeten bedragen.

Het bestuur der N.V. „De Sportfondsen" zag toen in, dat het plan geen kans van slagen zou hebben, indien men op den oorspronkelijk giekozen weg voortging. Wat men moest beginnen, men wist het eigenlijk net. In deze periode repatrieerde de bekende IJ-zwemmer Eddie van Es na een twee-jarig verblijf in Duitschland. Hij, nog bezield door den Duitschen sport-geest, was terstond geestdriftig gestemd voor Bierenbroodspot's plan. Vooraanstaande IJ-leden als George Cortlever en Karei Struys waarschuwden hem evenwel voor een opnieuw ferm aanpakken van de zaak, omdat zij kans op slagen absoluut uitgesloten achtten. Van Es meende op zijn beurt dezen raad in den wind te moeten slaan, en na ampele bespreking met het bestuur van de N.V. „De Sportfondsen", welk college geen verder risico wenschte, vestigde hij, Van Es, zich als zelfstandig hoofd-agent aan de Prinsengracht 403. Zijn eerste taak formuleerde hij aldus: het aanstellen van provisie-vertegenwoordigers.

Velen meldden zich hiervoor aan, doch aandeelen kwamen er niet. Toen besloot Van Es er zélf op uit te gaan. Gelukkig vond hij tevens een prima vertegenwoordiger in den heer D. Scheick, een bekende figuur in de Amsterdamsche Reddingsbrigade. Deze laatste werd Van Es' vertrouwensman, en samen overlaadden zij de Watergraafsmeer-buurten met propaganda-materiaal. Straat voor straat werd afgewerkt. En.... met succes! Men kreeg vertrouwen in den arbeid van beide heeren, en het was voor Van Es een groote voldoening, dat er na zes maanden 500 aandeelen geplaatst waren.

Onvermoeid ging hij verder, zorgde voor adressen-materiaal, overtuigde zoowel particulieren als club-besturen. Zijn assistent, de heer

Scheick, ging er eveneens dagelijks op uit teneinde de sport-menschen tot steun, tot teekenen te brengen. Het bestuur van de N.V. „De Sportfondsen" begreep toen, dat Van Es in dit geval de „pushing man" was, en benoemde hem in September 1924 tot directeur van de vennootschap. Een bepaald directie-salaris kon de instelling nog niet betalen, en de nieuwe leider nam genoegen met een honorarium, juist voldoende voor Zijn levensonderhoud. Bij wijze van compensatie kreeg hij de toezegging, dat men hem zou benoemen tot directeur van de nieuwe zwem-inrichting, indien hij er voor zorgde, dat het benoodigd kapitaal er tenslotte zou komen.

Het laatste bracht nog heel wat moeilijkheden met zich. Laten wij één hoofd-punt aanstippen! De gemeente nl. wilde desnoods wel subsidieeren, maar eerst moest er een spaar-kapitaal van ƒ 100.000 gevormd zijn. Het, hiervoor benoodigd, kwantum spaarders was weliswaar present, maar er zouden drie jaren over verloopen, voordat het genoemd kapitaal aanwezig zou zijn. Van Es liet zich echter niet ontmoedigen. Op zijn initiatief schreef de N.V. „De Sportfondsen" een leening uit. Van Es bezocht in die dagen tal van spaarders, en wist zoodoende tot een kapitaal van ƒ 35.000 te komen. Naderhand besloot men evenwel de leeningaandeelen niet uit te geven, daar zich het legertje spaarders gaandeweg flink had uitgebreid.

In Juni 1927 besloot de gemeente eindelijk, garant te blijven voor leening en aflossing in verband met een, door de N.V. „De Sportfondsen" te sluiten, leening. Dd. 12 December d.a.v. begon men met den bouw, en dd. 1 Maart 1928 zag de heer Van Es zich benoemd tot directeur van het Sportfondsenbad. Het aantal spaarders breidde zich sinds deze gelukkige wending gestadig uit, en het initiatief van den heer Bierenbroodspot bleek inderdaad waarde te hebben gekregen. Hoe ? Gewis mede door het geestdriftig, volhardend werken van Eddie van Es en diens trouwen steunpilaar, den heer D. Scheick.

Geeft den keizer wat des keizers is... .

Een figuur als Van Es verdient dit „geven" niet alleen vanwege het, door hem ten toon gespreid, vertrouwen, zijn feu sacré, doch ook vanwege het risico, dat hij vier jaren geleden op zich nam.

Nogmaals, het is geenszins onze bedoeling de verdienste inzake het rijpen van het plan in het brein van den heer Bierenbroodspot te verkleinen. Na die geboorte van dit schoone project kwamen er echter peten opdagen, en dezen vooral hebben gezorgd, dat de kleine tenslotte als een fiksche jongen voor den dag kon komen.

Daarom nogmaals: geef den keizer wat des keizers is. . . .

Eddie van Es heeft dat verdiend!

De tennisser Brian gaat ons verlaten.. .

Het schijnt nu een „fait accompli" te worden. De bekende tennis-speler C. Bryan gaat ons in Mei verlaten, en vertrekt dan naar den gordel van smaragd. Jammer, maar waar! Na Van Lennep zullen wij dus voortaan een van onze beste comingmen moeten missen, iemand, die vooral in het gemengd-dubbelspel uitblonk, en met Mevr. Stroink een sterk duo vormde. Als 23-jarige gaat C. A. Bryan nu van ons heen. Hij is wel nimmer als kampioen in de sineles uit het striidoerk eetreden. maar

8

van ons neen. nij is wei nimmer ais Kampioen in de singles uit het strijdperk getreden, maar

men herinnere zich, behalve het reeds aangestipt succes met Mevr. Stroink, maar eens Bryan's triumfen met Timmer in de doublés, de verschillende nationale kampioenschappen door beiden behaald! Dan is er nog altoos een aardig trekje in het sportleven van dezen sportsman, die blijkbaar meer de eigenschappen voor dubbel- dan voor enkelspel had, maar juist een aardig trekje in dit enkelspel, nl. dat Bryan de eenige Hollander is geweest, die na den oorlog Froitzheim, en nog wel in diens „home", nl. te Keulen, heeft geslagen. Alles bij alles — wij behouden de herinnering aan een sympathiek sportsman, een, die door zijn gestadig uitkomen, zijn vele overwinningen er het zijne toe heeft bijgedragen om de Tennissport binnen onze grenzen meer populair te maken. Wij wenschen Bryan verder een succesvolle maatschappelijke loopbaan, en nog vele triumfen in onzen Jan Oost.

Sluiten