Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25

SPORT IN BEELD.

wanneer men kampioen is, men den titel tegen elkeen moet verdedigen, die zich aanmeldt. Harry Lewis overwinnen, het zou slechts mijn waarde als pugilist verhoogen. Zou hij mij slaan, welaan, dan was bewezen, dat Descamps en ik op den verkeerden weg waren. Wij zaten nu midden in het avontuur, en wij moesten er op sportieve wijze weer zien uit te komen. Ik trainde als een razende. Mijn kracht en uithoudingsvermogen schenen grooter dan ooit. Ik verwaarloosde niets. Zoo verscheen ik in de beste conditie in den ring. Ik tobde slechts met één ding. Nog nooit had ik het in den strijd zwaar te verantwoorden gehad. Wat zou er met mij gebeuren, zoo Lewis mij te pijnlijk zou treffen ? Ik was dan ook naderhand bepaald verwonderd, dat de stompen van den tegenstander zoo weinig uitwerking op mijn physiek hadden. Trouwens, ik volgde de tactiek om zoo min mogelijk in de clinch te komen. Ik wist, dat de Amerikaan daarin een kraan was. En zoowaar, ik kwam in de gelegenheid om flink zijn oogen te bewerken. Daar maakte ik goed gebruik van, want het is mijn vaste overtuiging, dat, wanneer een bokser een zijner oogen dicht heeft, zijn krachten voor vijftig procent zijn afgenomen. Wanneer op zoo'n oogenblik ook het bloed begint te vloeien, is het, of men een roode, wiegelende doek voor de oogen heeft, en men heeft geen kijk meer op den afstand. En deze toeleg lukte mij zoowaar. Al spoedig was het rechter ooglid geheel vaneen gereten. Toen probeerde ik het aan den anderen kant, maar de kranige boy kampte vinnig, en daar,

op die plek, kon ik niet slagen. Deze Harry Lewis was een waar athleet. Na mijn mislukten aanval op het andere gezichtsorgaan, beproefde ik het met maag-stompen. Maar de kleurling reageerde er bijkans niet op, en dacht er niet aan om op den vloer te gaan liggen. De man had een corpus van ijzer. Op dat moment begreep ik, waarom hij nog nooit een knock-out in zijn leven had gehad. En dan, ik kreeg weer last van mijn rechterhand. Ik weet niet, of ik te hard sla, of dat mijn tegenstanders een kaak bezitten, die te hard is. Ik moest dus wel tot het bittere einde doorvechten. Enfin, ik deed het met succes. De scheidsrechter verklaarde mij na 20 ronden overwinnaar op punten."

Na dezen wedstrijd, die Carpentier een uitbundig succes bezorgde, bleek hij tevens een sportief filosoof te zijn. Want in die dagen dacht hij waarlijk al aan de magere tijden, die ook wel eens zouden kunnen komen. Georges toonde dus geenszins een over het paard getild aapje te zijn. Integendeel! Na zijn triumf over Lewis voelde hij, dat hij had te zor jen op het niveau te blijven, waar hij nu was aangeland. „Alle Fransche sportsmen" — schreef hij in die dagen — „hebben vertrouwen in mij, en ik moet bewijzen, dat zij dit vertrouwen in mij kunnen stellen. Mijn taak zal al z vaarder en zwaarder worden, want wanneer ik nu een nederlaag te slikken krijg, dan geldt dat veel zwaarder voor mij dan voor een pugilist, die nog geen successen boekte. Dat is juist de schaduwzijde van onze sport, van ons vak. Wanneer een wielrenner eens een race verliest, dan heeft hij den volgenden Zondag al de gelegenheid om zich te revancheeren. Alles is vergeten en vergeven! Bij ons, boksers, neemt een echec terstond groote en gevaarlijke proporties aan. De man, die door dit echec getroffen wordt, is als bokser al half verloren, want het kan maanden duren, voordat hij in de gelegenheid is, zich te herstellen"!

„Het is zeer toe te juichen, dat de wetenschap thans zoover gevorderd is, dat zij ons, sportsmen, een kopje koffie kan voorzetten, dat ons opwekt, verkwikt, in koude dagen verwarmt en toch zonder den minsten nadeeligen invloed op het hart blijft Dit is het geval met de Koffie H AG, waaraan op ingenieuse wijze de coffeïne onttrokken is, welke dus geen schadelijke uitwerking op het hart kan hebben, en toch de aangename eigenschappen van coffeïnehoudende koffie bezit. De in training zijnde sportman behoeft daardoor zijn dagelijksch kopje koffie niet meer te ontberen; integendeel, hij kan de opwekkende werking daarvan, ook tijdens zijn training blijven genieten, zonder zijn hart schade te doen."

ARNE BORG

tijdens zijn Europeesche tournee 1927.

Naar Monte-Carlo!

Carpentier heeft in den aanvang van dit werkje in 't kort verhaald van zijn reis naar Monte-Carlo, van de hulde, welke het vrouwelijk geslacht daar den jongen Franschman, die geen levenservaring had en nog nat achter de ooren was, al bracht. Die reis naar Monte-Carlo had tot doel het bekampen van den Engelschman Jim Sullivan, die midgewicht van Engeland was. De titel van Europeesch kampioen zou de belooning zijn voor dengene, die won.

Het is aardig, wat de Fransche sportsman zélf van dezen wedstrijd verhaalt. „Het was den 29sten Februari 1912 te Monte-Carlo, dat het zaakje zich afspeelde. Men had verteld, dat ik mij voor een kapitaal van 200.000 francs had laten omkocpen,nl. om mij te laten slaan. Het was dus noodig, dat ik mij haastte om te winnen. Het gevecht had in de open lucht plaats. De ring stond in een groote arena, waar plaats was voor 5650 menschen. Groote doeken met opschriften, bestemd om nieuwsgierigen, die geen entrée betaalden, het gezicht op de match te onthouden, waren rondom opgesteld. En de arena, die ingericht was op de plek, waar steeds de motorbooten worden tentoongesteld, die aan de races in de Middellandsche Zee deelnemen, was propvol menschen, toen Sullivan en ik in den ring verschenen. Tot zelfs op de daken van de omliggende huizen hadden de kijklustigen zich genesteld. Kijklustigen en ook de cinema-operateurs! Die hadden echter weinig genoegen van hun klimmerij, want de politie verdreef ze niet alleen van deze verhoogingen, maar borg de heeren tevens voor den geheelen dag in het bureau op. Het was een ware tragedie!" (Wordt vervolgd.)

IN MEI EN JUNI NAAR ZEE!

1828 HOTEL „GROOT-BADHUIS" - ZANDVOORT 1928

KAMERS MET VOLLEDIG PENSION VANAF f 8.50

Sluiten