Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27

SPORT IN BEELD.

Het eenige MIDDEL tegen verblinding

de ^ni^-——;

Attesten van vele

vooraanstaande Nederlandsche Automobilisten.'

Importeur: FRANS J. M. GEYTENBEEK, Ceintuurbaan 192-194, A'dam

Een Koninklijke Hond - De BacsoL

In 1884 schreef de bekende Duitsche dieren-schilder Jean Bungartz, voorzitter van de „Hamburger Verein zur Förderung reiner HundeRacen", het al in zijn boek „Kynos", met den bij-titel „Handbuch zur Beurtheilung der Racen-Reinheit des Hundes", over den Russischen Windhond, alias Barsoi: „Der Langhaarige Windhund ist unstreitig der imposanteste Vertreter der Windhundgruppe. Die überaus lange, seiden weiche Behaarung, welche besonders an der Ruthe eine auffallende Lange erreicht, sowie das elegante und noble Benehmen, raumen diesem Hunde eine der ersten Stellen in der Reihe der Luxushunde ein." En Bungartz voegt er enthousiast en trotsch aan toe, dat een exemplaar, hetwelk zich in zijn bezit bevond, nl. Emir, welken hond de schilder naderhand naar Parijs verkocht, 28 cM. lang haar aan de staart had.

De bakermat van dit ras is Rusland en Perzië. Daar vooral vond men ze vroeger in ruim aantal aanwezig. In Rusland vooral werd de Barsoi als jachthond bij de jacht op wolven gebruikt, en in de Perzische berglanden ging men met hem, en dan ook met valken, achter de gazelle en het wilde schaap aan. Vroeger was in Rusland de prijs voor den goeden Barsoi enorm hoog, en Bungartz vertelt zelfs, dat de meeste exemplaren, die uitgevoerd werden naar het overige Europa, op niet rechtmatige wijze werden geëxporteerd. „Sie werden" — zooals de schrijver het noemt — „bei Nacht und Nebel dem Bezitser entführt; denn nur schwer verstehen sich die russischen Grossen dazu, ein Exemplar zu veraussern." Hoe het ook zij, thans is de Russische Windhond over geheel Europa, over geheel de beschaafde wereld bijkans verspreid, en ook in ons land treft men goede dieren aan, worden zelfs goede dieren gefokt. Als luxe-hond vindt de Barsoi dan ook zijn weerga niet. Men zegt wel eens, dat hij valsch is. Het hangt er van af. Valsche dieren treft men onder alle rassen aan. Maar zijn zindelijkheid, zijn koninklijke rust hebben dezen Windhond een groote reputatie bezorgd. Is hij dus als

huisdier geenszins te versmaden, in het vrije veld, en dan vooral, wanneer hij met de ruiters te paard kan meedraven, is zijn verschijning wel 't meest imposant.

Van Bylandt geeft in zijn boek „Hondenrassen" de volgende punten op voor het goede exemplaar van de „Barsaja Psowaja". Het algemeen voorkomen is dat van een zeer elegant gevormden hond. De reu is in 't algemeen korter van lichaam en staat hooger op de beenen dan de teef. De kop moet zeer smal en mager, en lang zijn. De kop vanaf het voorhoofd tot den top van den neus moet zoo fijn en mager zijn, dat de beenderen en spieren gemakkelijk zichtbaar zijn. De hersenpan is lang, aan beide zijden ovaal, en eindigende in een ontwikkelden achterhoofdsknobbel. De snuit dient eenigermate gewelfd te zijn, doch zeer weinig, en verder dun en mager. De oogen zijn amandelvormig, vooral niet bol-rond, en donker van kleur. De oogleden zijn zwart. De oogen moeten op de helft van den kop geplaatst zijn, m.a.w. de lengte vanaf het oog tot den neustop is even lang als de lengte vanaf het oog tot den achterhoofdsknobbel. De neus zelf is puntig, zwart of donker van kleur. De tanden moeten wit zijn en sterk ontwikkeld. Van de ooren vermeldt deze kenner pursang: „klein, dun, niet rond aan de toppen, hoog aangezet en zeer beweeglijk; naar achteren gedragen, de toppen raken elkander achter den achterhoofdsknobbel; bij opmerkzaamheid worden zij weieens rechtop gezet. De beharing is kort, zacht en mag geen lange franje vormen." Dan de nek! Deze is van middelmatige lengte, niet zoo lang en zoo recht als bij den Engelschen Windhond en vlak op de kanten. De teef heeft een langeren en dunneren nek dan de reu. De schouders dienen verder vlak en mager te zijn. De borst is zeer diep, niet ingedrongen, ook niet uitpuilend, terwijl de breedte afhangt van den stand der achterpooten. De voorhand is smaller dan de achterhand. De rug is tamelijk kort bij de reuen, in het midden wat gewelfd, terwijl de teven een langeren en rechteren rug hebben. Een inzakking achter de schouders geldt als fout. De buik is flink opgetrokken. De ribben zijn diep en tot de ellebogen reikend, ovaal, eenigszins plat en nimmer rond. De lendenen behooren breed en afvallend te zijn, de flanken sterk en kort, bij de teven wat ruimer. De achterhand van den Barsoi is wat hooger dan de voorhand, lang en breed, met breede heupen en gepeesde dijbeenen. De voorpooten moeten vooral recht staan. Het beender-gestel is plat, niet rond. Van voren gezien staan de voorpooten dicht bij elkaar en van ter zijde beschouwd, zijn zij breed bij den schouder en worden naar de voeten geleidelijk smaller. De achterpooten dienen niet te wijd van elkander te staan. Wanneer de hond stil staat, moeten zij wat naar achteren geplaatst zijn en niet recht. Het voet-gewricht is slechts weinig gebogen. De hielen zijn kort. De spieren moeten, evenals die van borst en achter-

Marchand slaat 18 wereldrecords op Voisin.

VOISIN: houdster van 18 wereldrecords, w.o. het 24 uur-record met een gemiddelde van 183 K.M. en het uur-record met een snelheid van 206 K.M.!

COBOR - PRINSENGR. 542 - AMSTERDAM.

Sluiten