Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

SPORT IN BEELD.

Het eenige MIDDEL tegen verblinding

B

Attesten van vele

vooraanstaande Nederlandsche Automobilisten!

Importeur: FRANS J. M. GEYTENBEEK, Ceintuurbaan 192-194, A'dam

Jaap en Harie. En daarom was het voor den Limburger zoo eervol, dat hij in het Kampioenschap van Nederland Eden, en ook1 Guus Schilling, sloeg. Toen kwam de „Grand Prix d'Amsterdam". Het werd weer een glorie-dag voor Meijers. Hij won, en klopte niet alleen den Franschman Bourotte, maar ook den gevreesden Belg Protin. Wij vermelden nog, dat hij derde werd in den Grooten Prijs van Berlijn, achter Jacquelin en Huber, dat te Luik Grogna hem deed verliezen, maar ook, dat Harie dit seizoen brillant afsloot door te Rijssel Jacquelin en Grogna te overwinnen.

1900! Het groote jaar van den Maastrichtenaar! Men zal het zoo straks ervaren. Het succes begon met het nationaal kampioenschap over 1 KM. Betrekkelijk goed was ook de prestatie van den Hollander in het wereldkampioenschap te Parijs, waar hij tweede werd achter Jacquelin, en voor Willy Arend. Maar toen kwam die groote wedstrijd om den „Prix de 1'Exposition", een prijs

van Frs. 15.000, gesticht ter eere van de wereld-tentoonstelling in de „ville lumière". Meijers behoorde tot de deelnemers, tot de favorieten. Had hij niet kort tevoren de groote prijzen van Kopenhagen en Antwerpen gewonnen, en in die races resp. Ellegaard en Tommaselli, Jacquelin en den Amerikaan Cooper geklopt ? De series van den tentoonstellingsprijs waren gewonnen door Jacquelin, Meijers, Protin, MacFarland, Van den Born, Bixio, Huber, Cooper en Bourillon. Een collectie prachtrenners derhalve! De eerste halve beslissing won Jacquelin. De tweede onze landgenoot voor Bourillon en Protin. De derde demifinale was voor Tom Cooper. Toen kwam de beslissing. Meijers won. Omdat hij snel was ! Maar ook door zijn tactiek! Jacquelin liet zich insluiten, en Cooper plaatste zich tweede. In trouwe — is dit geen schitterend seizoen van den Maastrichtschen sportsman geweest ?

Zooals men weet, heeft Harie Meijers na de, zoo juist geciteerde, overwinning afscheid van de wielerbaan genomen. Maar in 1902 kwam hij alweer terug. En dat was

maar goed ook. Want in 1901 was

een donker duiveltje in Europa verschenen, met name Major Taylor, en die kaapte haast overal de prijsjes weg. In 1902 zou hij terugkeeren, en dan moest toch een kracht als Meijers paraat zijn. Hij was het ook, en de duels, door Meijers en Taylor geleverd, behooren tot het schoonste, dat de wielrensport ooit te zien heeft gegeven.

Harie zette zijn terugkeer in met het winnen van het nationaal kampioenschap over 1 KM., daarbij Jan Muller en Jaap Eden kloppend (8—9 September 1902). Dan startte hij bij de wereldkampioenschappen te Rome. Hij werd slechts tweede, achter den Deen Thorwald Ellegaard, wien hij — en dit bijzonderheidje levert het bewijs, dat zelfs een kenner van de sport als Meijers zich kon vergissen — geen groote toekomst als sprinter had voorspeld. Maar Harie was er nog. Dat bewees hij te Parijs, waar hij den „Grand Prix" voor Grogna en Ellegaard won. Dat bewees hij te Antwerpen, waar hij den grooten prijs verwierf, Dangla

Een foto van Meijers uit lateren tijd, nl. toen hij eenige jaren terug op de Buffalo-baan aanwezig was bij een strijd tusschen Poulain en Michard, en het Parijsche publiek, dat hem een ronde vroeg en hem tijdens deze eereronde luide toejuichte, nog duidelijk demonstreerde, dat men daar, in de Fransche hoofdstad, den naam van „Harie Meijers" nog opperbest kende.

en Momo achter zich latend. En dat bewees hij last not least in zijn matches en wedstrijden'met Major Taylor. Hij verloor 13 Mei te Maastricht van den neger. Maar hij won 26 Mei 1902 te Antwerpen, en klopte Grogna er nog bij. Tenslotte ontmoetten Taylor, Meijers en Ellegaard elkander nog 24 Juni op de Parijsche Buffalo-baan, en zij wonnen allen één manche. Of de terugkomst inmiddels ook goed is geweest!

Wat het jaar 1903 aangaat, vertelt Hogenkamp, dat „de voornaamste overwinningen van Harie Meijers weer eens de Grand Prix de Paris (5000 frs.), waarbij hij Schilling en Bixio in de finale klopte, en de Grand Prix de Genève, waarin hij Henri Mayer en Walter Rütt sloeg, waren." Ook kende hij echter „déveine". Zoo liet Ellegaard hem niet alleen in den „Grand Prix de 1'U.V.F." achter zich, maar ook in het wereldkampioenschap te Kopenhagen. Daar was Arend trouwens tweede en de Limburger slechts derde. En ook ontmoette Meijers in dit jaar

weer het phenomeen uit de United

States.Hij werd 1 Juni 1903te Parijs eenmaal eerste voor Ellegaard en Taylor, maar werd dien dag ook tweemaal geklopt. Dd. 25 Juni behaalde hij evenwel op dezelfde Buffalo-baan een dubbele zege over den neger. Hetzelfde geschiedde 6 Juli te Luik. Taylor nam evenwel een week later revanche op de Parc-des-Princes, en bij die gelegenheid moest Meijers eveneens de meerderheid van Jacquelin erkennen. Te Roubaix deelden onze landgenoot en de Amerikaan de eer. Dd. 6 Augustus was Meijers derde te Parijs achter Taylor en Grogna, en de laatste maal in dat jaar, dat zwart en blank samen streden, werd Taylor eerste, Jue tweede en de Limburgsche athleet derde.

Het jaar 1904 is het laatste geweest van Harie Meijers, maar ook van Jaap Eden. Welk een verschil tusschen beider afscheid! De eerste ging heen in zijn volle kracht. De laatste was toen al een gevallen grootheid. Maar ook Meijers bleek in 1904 op zijn retour. Tenminste, in de wereldkampioenschappen te Londen werd hij in de demi-finale door Elle¬

gaard verslagen. Dezelfde crack liet hem achter zich in den grooten prijs van Kopenhagen, waar Meijers tweede bleef voor Rütt en Lawson. Maar toch kende hij ook nog triumfen. Te Amsterdam bleek zijn superioriteit ten ^opzichte van de landgenooten Stol en Jan van Gent. En Meijers' meest brillante overwinning is dat laatste jaar wel geweest die in den Grooten Paaschprijs te Parijs, in welke race hij Henry Mayer en Ellegaard klopte. Nog eens: in zijn vollen roem heeft hij afscheid genomen van de baan, en slechts de herinnering aan successen is gebleven.

En nu is ook deze Harie Meijers van ons heen gegaan. Kort na Scheltema Beduin, wiens sportieve taak hij eigenlijk overnam, heeft de dood dezen grooten, sympathieken sportsman opgeëischt. Slechts 48 jaar oud! Nederland heeft hem aldus te gedenken: werkelijk groot en dan een racer van karakter! Een professional! Maar een beroepsrenner met absoluut de begrippen, den aard van rijden van den amateur!

Sluiten