Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

SPORT IN BEELD.

SNEL EN GERIEFLIJK. PER VLIEGTUIG NAAR

ZWITSERLAND

BAZEL, ZÜRICH, LAUSANNE, GENÈVE, CHAUX DE FONDS, ST. GALLEN

BOEKT BIJ DE KON. LUCHTV. MIJ. DEN HAAG, AMSTERDAM, ROTTERDAM EN ALLE REISBUREAUX.

Bric a Brac.

Hindenburg ziet de redding van Duitschland, van de menschheid in 't algemeen in ... . de lichamelijke opvoeding. Hij zeide dit: „De Duitschers waren de eersten in de wereld, die een verplichte verzekering tegen ongelukken, ziekte en invaliditeit instelden. En nu zijn zij weer de eersten, die de lichamelijke opvoeding tot een staatszaak maken. Ik geloof niet, dat de huidige leeraren in de lichamelijke opvoeding, evenals Scharnhorst met zijn turners, na Pruisen's nederlaag tegen Napoleon, een leger kunnen opbouwen, dat in een nieuwen wereld-oorlog van eenige waarde zou kunnen blijken. We moeten mannen vormen, geen soldaten. Een volk en geen leger!

Uit „Het Sportblad" van 6 December 1901! Wedstrijd-programma van den N.V.B.! Weet ge, wie o.m. in die periode als scheidsrechters fungeerden ? Wij lezen de namen van bekenden als C. W. Dijxhoorn, L. J. Wijnands, C. J. Groothoff, H. J. Oosterveen, J. L. F. de Meijere, J. van Eldik, D. J. C. Dikkers, J. G. Coster, maar ook floten in dien tijd mannen, die later sport-politicus werden, nl. Jasper Warner en P. A. de Haan.

Het was in 1913. We deden ook in de hoofdstad des rijks aan de Wielren-sport. Op den Zeeburgerdijk te Amsterdam verhief

zich de houten schouwburg, waarin zich deze tafereelen afspeelden. Zelfs motorfietsen daverden over het hout, rijwielen met mannen er op voorttrekkend. En dit daveren was vaak een klepperen, en de houten planken sprongen, louter uit weerbarstigheid, omhoog. Een onmisbaar factorum op deze baan, die geen baan kon worden genoemd, was dan ook de timmenman. Hij liep, met z'n hamer gewapend, rond. En was weer zoo'n motorfiets met volgende fiets gepasseerd, dan sprong de timmerman als een tijger toe, en mepte de los geraakte planken wederom vast. Het motor-geronk werd steeds vermengd met hamergeklop. Tenslotte hebben de elementen meelij gehad met het aftandsche etablissement, en met de menschen, die er op moesten rijden. Op zekeren dag stak er een geweldige storm op, die de zaak in elkaar rammeide. Het was met de schoone wielerbaan gedaan. Helaas! — zuchtte de timmerman. Want die maakte geen dag-geldje meer op Zondag....

Uit „De Sport" van 29 September 1908 knipten wij dit artikeltje „Het Evangelie van Chadwick". Het is wel interessant om die dingen in deze verlichte dagen nog eens te lezen, en wij laten het dan ook hier volgen.

„Naar wij vernemen is door den heer C. A. W. Hirschmann aan de spelers, die voor een plaats in het Nederlandsch elftal in aanmerking komen, de volgende circulaire gericht:

Den spelers wordt beleefd verzocht bij hun¬

ne training het volgende systeem te volgen: Zondag: Wedstrijd. Maandag: Rust. — Om eventueele stijfheid spoedig kwijt te zijn, neme men een Turksch bad. Dinsdag: Hardloopen en wandelen. Zes sprints van 90 meter. Eens het terrein rond in kalm drafje, daarna eenmaal snel wandelen, dan tweemaal het terrein rond in draf, dan eenmaal snel wandelen, dan driemaal rondloopen. Daarna een goede afdroging met ruige handdoek. Woensdag: Oefeningen met den bal. Drijven, koppen, schieten, hoekschoppen, een half uur touwtje springen. Koude afsponsing na. Donderdag: Hardloopen en wandelen, zooals hierboven bij Dinsdag aangegeven. Half uurtje springen. Vrijdag: Oefeningen met den bal. Nemen van strafschoppen, buiten voorwaarts centeren van den bal. Laag houden van den bal. Zaterdag: Rust. Zeer aanbevelenswaardig is, om eens per week een flinke wandeling van 4 a 5 K.M. te maken. Zoo mogelijk met voetbalcostuum onder gewone kleeren en in een drafje naar het veld terug. Het is zeer gewenscht het gebruik van alcoholica geheel na te laten. Een enkel sigaartje of sigaretje zal niet schaden, doch het is beter dit geheel na te laten.

Ziedaar dus het Evangelie van Chadwick!

Wij hebben aan eenige spelers, die deze circulaire ontvingen, gevraagd of zij de daarin aangegeven regels opvolgden. Zij antwoordden ons: „Dat kan alleen iemand, die niets te doen heeft." Dit antwoord teekent."

Toen kende men Uruguay nog niet!

Hierboven een aardige teekening met "grafische voorstelling van de grootte der "y»-' meest beroemde boksers uit de pugilistische

historie. Men raadplege de maat aan de linker-zijde van de teekening, en men kan zoodoende al direct vaststellen, wie de langste

vechters in den ring zijn geweest. Ter nadere verduidelijking hieronder de namen, met precies de maten der sportsmen. Zoo ziet men v.l.n.r. Charles Freeman (6 ft. 10% in.), John C. Heenan (6 ft. 1 in.), John L. Sullivan (5 ft. 10x/2 in.), James J. Corbett (6 ft. l3/4 in.), Bob Fitzsimmons (5 ft. II3/, in.), Jim Jeffries (6 ft. 2 in.), Tommy Burns (5 ft. 7 in.), Jack Jonhson (6 ft. % in.), Jess Willard (6 ft. 7 in.), Jack Dempsey (6 ft. 1 Y2 in.) en Gene Tunney (6 ft. 1 in). Ter verduidelijking nog dit: een inch is circa 2% cm., en het twaalfde deel van een voet. Zooals men dus ziet, zijn de meeste bokskampioenen groot geweest, maar er zijn maar een paar bepaalde reuzen onder. De geweldenaar was de oude John C. Heenan, en dan volgt direct een vechter uit lateren tijd, nl. Jess Willard. Het dwergje onder de reuzen blijkt Tommy Burns te zijn.

Sluiten