Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9

SPORT IN BEELD

eerste steen'gelegd, en 'n steentje kan niet liegen. Dus het ding is ongeveer in vijftien, zestien maanden gebouwd!

— En moeilijkheden gehad ? Hij lachte.

— Natuurlijk! Veel zelfs! Met personeel! Maar ik ben er zélf van dag tot dag bij gebleven. En dan bv. met de wielerbaan! Er was heel wat oppositie bij den N.W.B. en bij de heeren van het oude stadion. Zóó zou de baan niet deugen! Toen heb ik een introductie-briefje van het N.O.C. gevraagd, alles voorgelegd aan Breton, den president van de U.C.I., Rousseau, z'n secretaris, aan Desmarest, den directeur van de Parijsche winterbaan, en die.... stelden me allemaal in 't gelijk. Nu, onlangs heeft Herkuleyns de 500 M. geprobeerd. Hij haalde 'n vaartje van 150 KM. en hij was enthousiast.

— En de sintelbaan ?

Wils weerde af met de handen.

— Daar is onverwacht critiek op gekomen, toen die nog niet klaar was. Als ik er nu een kind bij haal, dan kan dat zien, dat de baan nog niet is zooals ze moet zijn. Na de voetbalwedstrijden wordt de heele zaak weer losgeharkt, gelijk gemaakt. Maar tóch, er zijn nu al buitenlanders geweest, die beweerden, dat iedereen graag op zoo'n lekker baantje zou willen loopen....

— Als je zoo onder die bekapping van de tribunes staat, dan is het net, of de vleugel van 'n reusachtige vliegmachine boven je is. Steunt dat gevaarte nu op die vier pilaren ?

De bouwmeester lachte om m'n leeken-vraag.

— Nee! Hij steunt niet, die kap. Hij wordt als 't ware getrokken. Van achteren, bij den muur! Door lange ijzers, tot diep in den grondi En dat is ook het typische: stel nu eens, dat er 'n geweldige storm, een orkaan, een typhoon opsteekt, en de wind zou er onder komen, dan komt de kap nooit neer, maar zal die eerder opwippen en achterover slaan. Maar.... dan zou dat een orkaan moeten zijn, minstens vijfmaal zoo sterk als die van Borculo!

— Hoe was nu uw gevoel op Hemelvaartdag, toen het stadion geopend werd ?

Er was een leuke jongensachtige verlegenheid in zijn kijken.

— Tja! Je was natuurlijk de heele week daarvóór in spanning. Het gebouw was wel klaar. Maar al die peuter-dingetjes! Je was eigenlijk zóó gespannen bij de gedachte „is alles wel in orde?", dat je eigenlijk niet het gevoel had: dat heb ik nu gemaakt. Maar toen ik daar boven, op de tribune, zat, en de eerste menschen kwamen binnen, toen kreeg ik wel het verlangen: hoe zal dat alles zijn, als het stadion vol is?

En kinderlijk-trouw zei hij het toen:

— Maar nu het er staat, en iedereen zegt, dat het goed is, nu vind ik 't fijn, erg fijn, en ben ik er erg blij mee. Ach, ik heb m'n best gedaan om het elke groep naar den zin te maken. Publiek! Pers! Iedereen moest van elk plekje goed kunnen zien. En dat was vooral moeilijk met al die verhoogingen voor de wielerbaan. Je hebt geen voorbeelden in 't buitenland. Elke sprong, die je doet, moet je overwegen, en dan heb je de consequentie te aanvaarden. Het is 'n groote verantwoordelijkheid. De heele wereld staat naar die affaire te kijken....

En plots kwam het er al zeer enthousiast uit:

■— Maar.... ik heb ook nog nooit iets gemaakt, van 't kleinste landhuisje tot een woning-complex, waar ik zoo prettig heb samengewerkt als met de Weesperzijde. Ze hebben me 't volste vertrouwen gegeven.

't Eerste onaangename woord zou nog moeten vallen, en ... . valt niet. En die aangename samenwerking bestond ook met de verschillende diensten van de gemeente....

Toen gingen we dolen. Dolen door de tunnels van dit wonder-gebouw! Wils liet een van de zes-en-dertig kleedkamers zien, eenvoudig ingericht, maar met douches, wasch-gelegenheid, waar zoowaar de Odol-flacons, als pit-

I—IO

KYRIAZI

•Ml

tige reclame, al voor de spelers gereed stonden. Aan de deuren dezer kleedkamers hangen in de nationale kleuren der landen, die deze ruimten benutten, keurige, kleine bordjes, ter aanduiding, en het is wel aardig,

het verklappen, dat HHHHHHHHIHIHBHHiHHHHHMI

de Britsch-Indiërs studentikoos hun bordje hebben „gemoerd". Dat moest mee naar het vaderland. Als aandenken! Het is hun van harte gegund. En we gingen verder. Langs de dokterskamer! We bezochten de royal-box van Hare Majesteit, waarin de Koninginne-buste van Falise komt te staan. Wij loerden in die van het I.O.C., waar Willy Sluiter's portret van Van Tuyll hangt. We schoten efkens door koffiekamers, kantoor-lokalen. En het trotsche gevoel, dat je, als Hollander, kreeg, omdat een landgenoot dit, geschraagd door de finantieele kracht van het volk zélf, gewrocht had, werd nog verhoogd, geprikkeld door de Soldaten-marsch uit Faust, die de loudspeakers van het stadion over de aarde tooverden. De Marathon-toren!

Daarin zijn Wils en ik 't laatst geklommen. De spits van ruim een dertig meter is een heksen-ding om te bestijgen. Je klautert langs hooge, vinnige ladders. Je wurmt en wringt je lichaam door nauwe openingen. En dat is zwaar voor een sukkel met een embonpoint en geen hooggebergte-allures. Maar ik kwam er. En de belooning voor het ophijschen van mijn physiek was een grootsche.

Daar, aan m'n voeten, lag de Amstel-stad in het heerlijk waas van den zomer. Op de Schinkel kliefden booten als zwanen het water. Het oude stadion leek een laag, klein kommetje. Aan de andere zijde, beneden, lag het nieuwe, fonkelend-frisch. En op het voorplein stipten de menschjes, die al opkwamen voor den grooten strijd, den eersten eind-kamp van onze Olympische Spelen. Want het was Zaterdag, die Zaterdag van de fijne, pure sport!

Wils stond te turen, in mijmering, en dan zegde hij het:

— Ja, een dezer dagen heb ik m'n werk eens uit de lucht aan m'n vrouw en de jongens laten zien. Toen zijn we er met 'n vliegmachine over heen gesnord. Dat was wel een heel typische emotie!

En toen kwamen ook de woorden van Ibsan's Solness-tragedie in mijn geest, maar vreugdevoller, want hier, bij mij, stond de kracht, stond het leven. Aber bis zur Spitze kam er... .

En toen voelde ik ook zoo intens de woorden van „onzen" bouwmeester, die droomend op zijne schepping staarde:

— Ja, 28 Juli zal ook mijn dag zijn. Als dan die honderden athleten daar beneden staan opgesteld, en de vlaggen waaien van mijn stadion, en Dr. de Visser spreekt het wijdingswoord, de postduiven wieken op, uit den Marathon-toren stijgt de rook, en de kanonnen bulderen over Amsterdam, dan wordt dat ook mijn moment!

Flinke Jan Wils — je hebt het verdiend....

LEO LAUER.

Sluiten