Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

341

fordere ich ein Gefühl jenem gleich, wenn mann in ein neues, fremdes Haus tritt — mit glanzenden Statuen im Vorsaal — Alles wie noch nicht gesehen und doch bekannt, und wie schon früher geahnt".

Interessant is ook wat Raro zegt: „Hüte dich, Eusibius, den von Künstler unzertrennlichen Dilettantismus (im besseren Sinn) zu gering anzuschlagen. Denn der Ausspruch: „kein Künstler, kein Kenner" muss so lange als Halbwahrheit hingestellt werden, als man nicht eine Periode nachweist, in der die Kunst ohne jene Wechselwirkung geblüht habe."

Uit de stukken van die periode blijkt dat de Davidsbund een tafelronde van jongelingen was, in den geest van Hoflmann's Scorpionbrüder, die in kritische samenkomsten over de hoogste belangen der kunst, die voor hen de spijs en drank des levens waren, spraken. Over de karakters deelen die brieven niets mede, wel leest men daaruit dat „Meister Raro" de bemiddelaar tusschen de twee uitersten: Florestan en Eusebius was. Eusebius is de teere, fijnbesnaarde natuur en Florestan de bruisende, overmoedige hemelbestormer, eerlijk, maar grillig en onberekenbaar.

Schumann heeft het ideaal der critiek voorgestaan, de bemiddelaar te zijn tusschen den grooten kunstenaar en de menigte, maar niet de opsommer en optelier der fouten van den kunstenaar. Hij wilde het publiek meer en meer ontvankelijk maken voor het schoone en goede en daarom riep hij de hulp in niet alleen van vakmenschen maar ook van poëtische naturen. In zijn vlammende geestdrift streed hij tegen alles wat naar droge schoolwijsheid riekte; geen wonder dat hij in zijn overmoed wel eens naar paradoxen greep om die den „Philistern" naar het hoofd te werpen.

Doch Raro wist altijd in te grijpen waar Florestan het te bont maakte, en dat Schumann niet alleen den ernst maar ook zijn geest en spot met vrucht wist aan te wenden bewijst menige geestige opmerking. Hij waarschuwde trouwens zijn lezers met de volgende woorden:

Scherzend bieten wir euch die nackend verletzende Wahrheit Wenn euch verletzet der Ernst, heil' euch ergötzend der Scherz.

Groot was Schumann ook in het analyseeren der werken die hij critiseerde. Tal zijner analysen bewijzen dat hij ook in technisch opzicht een kunstwerk op buitengewone wijze wist te ontleden, en deed daarmede het verwijt te niet, dat hem herhaaldelijk is toegevoegd, dat hij alleen gevoel had voor de poëtische waarde van een stuk, niet voor de wetenschappelijke beteekenis er van.

Schumann wilde dat uit de verschenen werken alleen het interessante werd uitgezocht en besproken, en dat de verdraagzaamheid tegen alles wat talentloos is moet ophouden. Hij schreef: „Gleich wie in immerwahrender Umgebung vorzüglicher Menschen, oder steten Angesichts hoher Kunstschöpfungen, deren Sinnesart, deren Lebensvvarme sich den Empfanglichen beinahe unbewusst mit-

Sluiten