Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

388

Uitgaven van gregoriaanschen zang, in hedendaagsch muziekschrift naar deze opvatting bewerkt, *) vertoonen derhalve slechts reeksen van achtste-noten, waartusschen hier en daar een schuchtere kwart haar kopje heft als een boterbloempje in het gras. — De leer van de gelijkwaardigheid der noten wordt in de meeste hedendaagsche leerboeken en leiddraden voor gregoriaanschen zang verkondigd. Haar voornaamste verdedigers zijn Dr. P. Wagner, f) professor aan de hoogeschool te Preiburg, en de benedictijn Dom A. Mocquereau, §) prior van Solesmes in ballingschap, redacteur van de beroemde publicatie Paléograjphie Musicale (oude handschriften in lichtdruk-reproductie). Om den rythmus te vervolmaken en tot in de kleinste onderdeelen nauwkeurig aan te geven, verbindt Mocquereau de noten tot onregelmatige maten of teltijden van twee en van drie noten. **) De eerste noot van iedere maat of teltijd wordt als zoodanig door een punt gekenteekend, boven de noot geplaatst; zij ontvangt een rythmisch overwicht evenals de eerste slag, het eerste moment van maten en teltijden der moderne muziek, doch is onafhankelijk van den klemtoon der tekstwoorden. Intusschen worden deze pogingen om den rythmus te precizeeren heftig bestreden en scherp gehekeld. Dr. P. Wagner verwerpt ze als „systeemwoede en rythmische anatomie, die volstrekt nutteloos is, zich zonder willekeurigheden niet laat toepassen, eenvoudige zaken moeilijk maakt en aan den tegenstander al meer zwakke zijden aanbiedt, naarmate zij zich meer in bizonderheden verliest", ff) De benedictijn Dom Burge bestreed eveneens het punten-stelsel van Dom Mocquereau §§) en richtte de scherpe pijlen van zijn tintelenden humor tegen die „geheimzinnige rythmische microben, oorzaak van eindelooze verwarring."

De getuigenissen, die voor de leer van de gelijkwaardigheid der noten kunnen worden aangevoerd, reiken tot in de XIllde eeuw. ***) Zoo zegt Pbanco van Keulen (Coussemaker, Scriptores II, p. 118): „De mensuraal-muziek is het gezang dat in lange en korte tijdswaarden wordt afgemeten. Zij wordt mensuraal genoemd, omdat in de vlakke muziek zulk eene toonmeting niet in acht wordt genomen.'1'1 —

*) B,v. het „Kyriale" van P. Wagner, „Styria" Graz, 1904.

f) Neumenkunde, p. 246, ff.; Abhandlungen etc. Strassb. 1906, p. 21.

§) Conférence a l'Institut cath. de Paris, 14 Mars 1896, enz.

**) Om den schijn van eenheid te bewaren wordt ook deze rythmus „vrij" genoemd. De opeenvolging nl. der twee- en drieledige notengroepen geschiedt niet volgens een vooraf bepaald schema, is derhalve vrij.

De uitgaven van Solesmes zijn verkrijgbaar zoowel met als zonder „rythmische punten" (Catalogus van Desclée, Tournai).

ft) Abhandlungen etc. Strassb. 1905, p. 25, noot.

II) Zie het opstel „Oneenige Eenheid" in het vorige nummer.

***) Men heeft St.Bernardus (12dceeuw) genoemd als den eerste getuige, die het beginsel ondubbelzinnig uitspreekt. 'Het is mij niet mogen gelukken de aangehaalde plaats in de werken van St. Bernardus te vinden.

Sluiten