Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

403

ROBERT SCHÜMANN ALS CRITIKUS

DOOR

S. VAN MILLIGEN.

II. {Slot).

De laatste jaren verkreeg het blad, toen het uitsluitend onder leiding van Schumann stond, een geheel ander karakter. Ook als componist wist Schumann zichzelf — dank zij zijn critische studiën — te herzien, daar na de „Sturm und Drang-Periode" een loutering van stijl en vorm zich in zijn compositiën openbaarde. Schumann werkte onvermoeid aan zijn ontwikkeling (— „ist der Meister selbst wieder nur ein höherer Lehrling" heeft hij eens gezegd) en overtrof spoedig zijn bondgenooten, die hem in zijn vlucht niet konden volgen.

In zijn critieken kwamen toen zijn voorname neigingen en kunstopvattingen nog scherper uit.

„Mir will nichts mehr als das Meisterliche behagen (schreef hij in 1839); das macht denn auch manchmal misanthropisch. Da rette ich mich immer in Bach und das giebt wieder Lust und Kraft zum Wirken und Leben."

Toen hij eenige beroemdheden uit Weenen scherp had gecritiseerd, schreef hij aan een vriend: „ Das über den Grol! der Wiener Componisten vermutete ich — doch dauert's mich auch; ich kann nicht anders. Die musikalische Kritik ist namentlich durch die Allg. Musikzeitung so heruntergekommen, dass man's gar nicht mehr gewohnt ist die Wahrheit zu hören. Wüssten Sie überhaupt, mit welchem Widerwillen ich an so miserabele Compositionen gehe, Sie würden Mitleid mit mir haben. Da hole ich denn gewöhnlich nach dem Abköpfen meinen alten Bach hervor."

Herhaaldelijk lezen wij van zijn culte voor Bach, en „dass er tagtaglich vor diesem Hohen beichtet, sich durch ihn zu reinigen und starken trachtet."

Hoewel het tijdschrift later het frissche van de eerste jaren, toen Schumann de jongeren door zijn voorbeeld tot geestdrift wist te stemmen, verloor, bleven zijn eigen artikelen toch altijd zeer aantrekkelijk, doch daar de eischen die hij stelde steeds hooger werden, moest hij zijn fantastischen stijl verwisselen met meer klare en besliste volzinnen, die zonder omwegen zeiden waar het op stond.

Doch hij schreef hoe langer hoe minder, omdat hij zich meer en meer aan zijn compositiën wilde wijden, zijnde dit volgens hem — zijn hoogste levenstaak, zooals hij herhaaldelijk in zijn brieven aan vrienden schrijft, o. a. : „Ich möchte vor Musik zerplatzen und muss componiren" en... „Es drangt mich oft so zum

Sluiten