Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

419

beginnen, riep hij den uitvoerenden luidkeels toe: „Je permets a mes musiciens de se couvrir, mais seulement a ceux qui chantent". De sopranisten (castraten) waren meer in het bijzonder voorwerp zijner zorgen. Hij verzuimde nimmer, er naar te informeeren, of zij wel goed gehuisvest waren, of hun disch welvoorzien was, enz. Ook gaf hij hun menigmaal buitengewone gratificatiën en het recht om op gedeelten zijner landgoederen te jagen.

Toen ik daar straks sprak van de bescherming, door Lodewijk XIV aan de muziek verleend, bedoelde ik daarmede Fransche muziek. Daarvan hield de koning alleen. Die uit andere landen had zijn sympathie niet, en bij voorkomende gelegenheid liet hij niet na, hiervan blijk te geven. Hij bewees daarbij echter menigmaal, dat hij een juist oordeel had omtrent de eischen, die men aan de muziek en hare beoefenaars moet stellen.

Zoo was er eens in Parijs een Italiaansche vioolvirtuoos, die le jeune Baptiste genoemd werd en van wien werd gezegd „qu'il jouait des vitesses et des difficultés, a faire pamer de frayeur". Een hoveling had eens in 's Konings tegenwoordigheid met grooten lof over dit wonder gesproken, waarop Zijne Majesteit den virtuoos liet ontbieden.

Nadat Baptiste zijne kunststukken had vertoond, zeide de koning: „Laat eens een violist van mijn muziek hier komen" — en er kwam een uit de keurbende der petits violons, die onder de leiding van Lulli stond en waarvan de leden tot de beste vioolspelers van Frankrijk behoorden. De koning liet zijn musicus een eenvoudig air uit de opera Cadmus van genoemden componist voordragen en wendde zich daarna tot den vreemden musicus met de woorden: „Voila; je ne saurais que vous dire, monsieur, voila mon goüt a moi, voila mon goüt!" — Daarmede kon de uit het veld geslagen virtuoos vertrekken.

Met een koning, die op zulk een besliste en overtuigende wijze zijn opinie te kennen gaf, en wiens wil in zijn land een wet was, kon de vreemde kunst natuurlijk niet opschieten.

Van de Italiaansche opera althans is dan ook onder de regeering van Lodewijk XIV in Frankrijk zoo goed als geen sprake meer. Deze opera had trouwens ten noorden van de Alpen een gebied gevonden, waar zij zich beter kon doen gelden en waar zij het zelfs bracht tot een heerschappij, die anderhalve eeuw geduurd heeft.

Aan de hoven der Duitsche vorsten vond zij hare beschermers.

(Wordt vervolgd.)

Sluiten