Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

501

publiek dat muziek wilde hooren — begon men te begrijpen dat er een „uitvoerende kunst" bestond. Tegelijkertijd leerde de ondervinding ook: hoe moeilijk uitvoerende kunst eigenlijk is. De virtuozen hadden doen zien wat technische vaardigheid vermocht. De ware musicus moet voor alles „muziek" geven en de componist wist van den virtuoos hoe ver hij gaan kon: m. a. w. de componist stelt zich zelf géén grenzen van uitvoerbaarheid zijner werken. Daarom is het voor den volslagen musicus even noodig om musicus als virtuoos te zijn en daarom zijn er zoo weinig musici.

„Het publiek," zegt men, „stelt zijn eischen zoo hoog!" Daar is niets van aan; de muziek is eenvoudig moeilijker weer te geven, dan de virtuozen dachten.

Daarom, om weer tot ons onderwerp terug te keeren, dient de beoordeelaar zich goed in de ontwikkelingsgeschiedenis van een toonwerk in te leven, want hij moet overbruggen; den sprong van de intentie van den componist, naar opvatting van den musicus. Deze overbrugging is nimmer te maken: het is en blijft onzin, te willen beweren, dat deze of gene musicus zoo meesterlijk de intentiën van den componist weergaf. Daarom moeten de beoordeeling van het stuk en de wijze van uitvoeren volkomen gescheiden blijven. Men kan van den uitvoerenden kunstenaar de goede eigenschappen aan zijn spel herkennen, en ook de slechte. Daarvoor is slechts noodig een behoorlijk ontwikkelden kunstsmaak en fijn georganiseerd kunstgevoel. Doch men kan niet na één keer hooren, noch na meer keeren hooren, zijn opinie over een toonwerk geven. Daarvoor moet men in de eerste plaats eenigszins de omstandigheden nagaan die op de wording van het werk van invloed waren, als daar zijn, o. m. haar verschijning te midden van soortgelijke werken. Overigens moet men méér werken van den componist kennen om ook in die richting de levensdraad van het werk te kunnen vatten en eerst daarna komt de bestudeering van de partitie ter tafel, vergemakkelijkt door het hooren van één of meer uitvoeringen. Ik zeg: vergemakkelijkt, doch hoe dikwijls zal zij juist niet moeilijker worden, die studie, doordat men het werk meermalen hoorde en dus niet meer onbevangen oordeelen kan, noch onbevooroordeeld is?

Het is waar als men op deze grondslagen gaat bouwen, zal men voor tallooze moeilijkheden komen te staan, want. . . ook voor de kritiek is de tijd aangebroken dat de journalistieke virtuositeit verhuist van het „kunstnieuws" naar het „gemengd nieuws"; doch zijn er onder de hedendaagsche critici niet velen die voor het snel-product te weinig journalistieke virtuositeit hebben, maar juist a tête reposée zulke uitnemende „kritiek" zouden kunnen leveren?

Welnu, laat ons dan de virtuozen moeten verliezen en deze enkelingen meer en uitvoeriger aan het woord laten. Laat dan de beoordeeling der capaciteiten van de uitvoerenden over aan de reclames der concertdirecties. Wanneer hun capaciteiten te gering zijn, zullen zij zelf dit het eerst door de scherpe concurrentie

Sluiten